Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit staten pensioenfondsen

Uitgebreide informatie
Besluit van 28 augustus 1998, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 28 van de Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 25 van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Besluit staten pensioenfondsen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 juni 1998, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/VP/98/2787a;
Gelet op artikel 28 van de Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 25 van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling;
De Raad van State gehoord (advies van 16 juli 1998, No. W12.98.0282);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 augustus 1998, Directie Sociale Verzekeringen, SV/VP/98/3150;
Hebben goedgevonden en verstaan:
2.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
b. fonds: een bedrijfstakpensioenfonds, ondernemingspensioenfonds of een ondernemingsspaarfonds, waarop de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing is;
c. staten: de jaarlijks door ieder fonds bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in te dienen gegevens met de daarbij behorende omslag.
1.
Ieder fonds vult de staten in, verstrekt de daartoe vereiste gegevens naar waarheid en ondertekent de staten.
2.
Staten die niet van toepassing zijn op een fonds behoeven niet te worden ingediend. Bij verschil van mening hierover beslist de Pensioen- & Verzekeringskamer.
3.
Op de omslag wordt de statutaire naam van het fonds ingevuld.
4.
De staten worden ingevuld volgens het model, opgenomen in bijlage A bij dit besluit.
5.
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan met betrekking tot het invullen van de staten aanwijzingen geven en deze aanwijzingen wijzigen en aanvullen.
1.
De indiening van de staten over een kalenderjaar vindt vóór 1 juli van het daarop volgende kalenderjaar plaats.
2.
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de verplichting om de staten vóór de datum, genoemd in het eerste lid, in te dienen onder gelijktijdige vermelding van een latere datum waarvoor indiening plaatsvindt. De tweede en derde zin van artikel 7 zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
3.
Een aanvraag voor ontheffing wordt vóór 1 mei van het betreffende kalenderjaar bij de Pensioen- & Verzekeringskamer ingediend.
1.
De staten worden in enkelvoud ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. Indien bij het invullen van de staten gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid bedoelde informatiedragers of informatiemedia, worden deze meegezonden.
2.
Indien de staten worden ingevuld met gebruikmaking van elektronische informatiedragers of informatiemedia, wordt voor de samenstelling en aanlevering van de daarop aanwezige gegevens gebruik gemaakt van de door de Pensioen- & Verzekeringskamer voor dat doel ter beschikking gestelde programmatuur, overeenkomstig de daarbij gegeven instructies omtrent de volledigheid van de in te dienen gegevens en de uit te voeren consistentiecontrole.
3.
Aan de staten, waarvan het model is opgenomen in bijlage A bij dit besluit, worden geen andere posten of rubrieken toegevoegd.
4.
Staat 3.400 (Actuarieel verslag) wordt voorzien van een verklaring van een actuaris, tegen wie de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen naar voren heeft gebracht. Met deze verklaring bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd, dat:
a. de technische voorzieningen met inachtneming van de op de staat 3.400 voorkomende gegevens als geheel op voldoende voorzichtige grondslagen zijn berekend;
c. dat de sterftevergelijking juist is weergegeven, waarvan hij als bewijs de staten 3.410 en 3.530 waarmerkt. De actuaris kan zijn verklaring nader toelichten of op onderdelen een voorbehoud maken.
5.
Een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarmerkt de staten en voorziet deze van een accountantsverklaring.
6.
De door een fonds in te dienen staten worden ondertekend door het bestuur. Bestaat het bestuur uit meer dan twee personen, dan worden de staten door twee bestuursleden ondertekend.
7.
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ten aanzien van het eerste en zesde lid nadere regels stellen met betrekking tot de wijze van indiening en ondertekening van de staten.
1.
Het bedrag van de boete, bedoeld in artikel 23c, vijfde lid, eerste volzin, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, wordt bepaald op de wijze, voorzien in bijlage C bij dit besluit.
2.
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan in bijlage C is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
Artikel 7. Ontheffing
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een fonds ontheffing verlenen van de verplichting om bepaalde staten of gedeelten daarvan in te dienen. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden. De ontheffing kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken.
Artikel 8. Kwartaalrapportages beleggingen
Ieder fonds dat voor eigen rekening en risico belegt, dient binnen 6 weken na afloop van ieder kwartaal bij de Pensioen- & Verzekeringskamer gegevens in omtrent zijn beleggingen.
Artikel 9. Delegatie
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit besluit.
Artikel 10. Intrekking
De besluiten van 26 oktober 1993, Stb. 577 en Stb. 578, worden ingetrokken.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 12. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit staten pensioenfondsen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 28 augustus 1998
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven tweeëntwintigste september 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1. Algemeen
Artikel 2. Invulling staten door fondsen
Artikel 3
Artikel 4. Indieningstermijn
Artikel 5. Indieningsprocedure
Artikel 6. Vaststelling van de hoogte van de boete
Artikel 7. Ontheffing
Artikel 8. Kwartaalrapportages beleggingen
Artikel 9. Delegatie
Artikel 10. Intrekking
Artikel 11. Inwerkingtreding
Artikel 12. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken