Let op. Deze wet is vervallen op 10 oktober 2010. U leest nu de tekst die gold op 9 oktober 2010.

Artikel 2 Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten

Uitgebreide informatie
1.
Er is een College financieel toezicht.
2.
Het college bestaat uit zes leden, waaronder een voorzitter.
3.
De voorzitter en de andere leden worden op grond van deskundigheid benoemd. Over de benoeming beslist de raad van ministers van het Koninkrijk volgens de volgende procedure:
a. de voorzitter op aanbeveling van Onze Minister-President, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de raad van ministers van het Koninkrijk;
b. een lid in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van ministers van het Land op aanbeveling van Onze Minister-President van het Land;
c. een lid in overeenstemming met het gevoelen en op aanbeveling van het bestuurscollege van Curaçao;
d. een lid in overeenstemming met het gevoelen en op aanbeveling van het bestuurscollege van Sint Maarten, en
e. twee leden in overeenstemming met het gevoelen van de Nederlandse ministerraad van wie één namens Bonaire, Sint Eustatius en Saba gezamenlijk en één namens Nederland.
4.
De benoeming geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister.
5.
De leden van het college oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
6.
De leden worden benoemd voor de periode gedurende welke dit besluit van kracht is.
7.
Een lid wordt op eigen verzoek ontslagen.
8.
Een lid kan worden geschorst of ontslagen wegens ongeschiktheid voor de vervulde functie, dan wel wegens andere zwaarwegende in zijn persoon gelegen redenen, dan wel wegens het aanvaarden van een ambt, betrekking of functie als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid.
9.
De raad van ministers van het Koninkrijk beslist over schorsing en ontslag. Schorsing en ontslag geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Over ontslag wordt het aanbevelende bestuur vooraf geconsulteerd.
10.
Voorafgaande aan een ontslag of een schorsing als bedoeld in het achtste lid, wordt het college gehoord, tenzij de omstandigheden met betrekking tot het ontslag of de schorsing dat belemmeren.
11.
Onze Minister stelt na overleg met de besturen de vaste vergoeding van de leden van het college vast. Hierbij wordt de toepasselijke salarisschaal van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren en de toepasselijke deeltijdfactor aangegeven. De leden hebben voorts overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland recht op vergoeding van reis- en verblijfskosten. Daarnaast hebben de leden op declaratiebasis recht op vergoeding van kosten van internationale telefoongesprekken die zij maken in het kader van de werkzaamheden voor het college.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definitiebepalingen
- Hoofdstuk 2. Het college financieel toezicht
+ Hoofdstuk 3. Toezicht op de begroting
+ Hoofdstuk 4. Beoordeling begrotingen en geldleningen
+ Hoofdstuk 5. De uitvoering van de begroting en verantwoording daarover
+ Hoofdstuk 6. Bijzondere omstandigheden
+ Hoofdstuk 7. Beroep
+ Hoofdstuk 8. Wijziging van andere besluiten
+ Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht