Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2010. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet

Uitgebreide informatie
Besluit van 10 april 2007 tot compensatie van het bij postactieve ambtenaren in de sectoren Rijk, Politie, Defensie, Rechterlijke Macht en Onderwijs van 65 jaar en ouder opgetreden koopkrachtverlies als gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet (Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 31 januari 2007, CS/CZW/WVOB 2007-0000025888, gedaan mede namens Onze Ministers van Justitie, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Defensie;
Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet, artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931, artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993, artikel 10, vijfde lid, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, artikel 33, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 33, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 38a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 4.1.2, tweede lid, en 4.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 4.5, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 14 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
De Raad van State gehoord (advies van 8 maart 2007, nr. W04.07.0030/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 maart 2007, CS/CZW/WVOB 2007-00000086767, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Justitie, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Defensie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Onder betrokkene wordt verstaan: degene die op 31 december 2005 de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en
a. als gewezen ambtenaar, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden ambtenaar, over de maand december 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van
1°. de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel ;
b. als gewezen Kamerlid, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden Kamerlid, over de maand december 2005 overeenkomstig de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer;
c. als gewezen lid van het Europees Parlement, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden lid, over de maand december van 2005 overeenkomstig de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van artikel 2c, derde lid, van de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement;
d. als gewezen personeelslid dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden personeelslid over een of meer maanden van het jaar 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel ;
e. als gewezen personeelslid, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden personeelslid, van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdelen b tot en met b2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1.2, onderdelen a, c en d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek over een of meer maanden van het jaar 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van een met de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel vergelijkbare regeling, overeengekomen door de Vereniging MBO Raad, de Vereniging Colo, kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, de Vereniging HBO-raad, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, de vereniging Nederlandse Federatie van Universitair medische centra en de Werkgeversvereniging Onderzoekinstellingen enerzijds en de centrales voor overheids- en onderwijspersoneel anderzijds;
f. als gewezen ambtenaar, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden ambtenaar, over een of meer maanden van het jaar 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel , of
g. als gepensioneerde deelnemer in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdelen d en e, van het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994, zoals dat besluit luidde op 31 december 2005, op grond van door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde regels over 2006 een tegemoetkoming heeft ontvangen ter compensatie van de inkomenseffecten van de invoering van de Zorgverzekeringswet .
2.
Onder echtgenoot wordt tevens verstaan: geregistreerd partner of levenspartner die op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract met een ambtenaar, personeelslid onderscheidenlijk Kamerlid of lid van het Europees Parlement een gemeenschappelijke huishouding voerde.
Artikel 2
De Sociale verzekeringsbank verleent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, een uitkering die, met inbegrip van de ter zake van die uitkering op de voet van artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 verschuldigde belasting:
a. in 2007 gelijk is aan 70% van de over 2005 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, tot ten hoogste € 1093,75;
b. in 2008 gelijk is aan 50% van de over 2005 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, tot ten hoogste € 781,25;
c. in 2009 gelijk is aan 40% van de over 2005 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, tot ten hoogste € 625,–.
1.
Indien de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, onderdeel uitmaakt van een verlening over een tijdvak dat mede betrekking heeft op 2004, wordt voor de berekening van de uitkering, bedoeld in artikel 2, van de tegemoetkoming over genoemd tijdvak voor iedere maand dat de tegemoetkoming betrekking heeft op 2005 een twaalfde deel van de tegemoetkoming aan 2005 toegerekend.
2.
Indien de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, uitsluitend betrekking heeft op een tot en met december 2005 lopend tijdvak, wordt voor de berekening van de uitkering, bedoeld in artikel 2, de tegemoetkoming die is verleend over het tot en met december 2005 lopende tijdvak, vermenigvuldigd met de breuk waarbij de teller 12 bedraagt en de noemer staat voor het aantal maanden waarover die tegemoetkoming is verleend.
Artikel 4
De Sociale verzekeringsbank verleent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, een uitkering die, met inbegrip van de ter zake van die uitkering op de voet van artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 verschuldigde belasting,
a. in 2007 gelijk is aan 70% van de over 2006 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot ten hoogste € 1093,75;
b. in 2008 gelijk is aan 50% van de over 2006 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot ten hoogste € 781,25;
c. in 2009 gelijk is aan 40% van de over 2006 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot ten hoogste € 625,–.
Artikel 5
De uitkering, bedoeld in de artikelen 2 en 4, wordt jaarlijks verleend in de maand september.
Artikel 6
De uitkering, bedoeld in de artikelen 2 en 4, wordt niet verleend aan de betrokkene die voor de eerste dag van de maand van uitkeren is overleden.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 10 april 2007
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
De Minister van Justitie
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
De Staatssecretaris van Defensie
Uitgegeven de achtste mei 2007
De Minister van Justitie
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht