Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 31 Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005

Uitgebreide informatie
1.
Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder voert een beleid dat ertoe strekt dat:
a. de betrokkenheid van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder en hun werknemers bij strafbare feiten die het vertrouwen in de beheerder, de beleggingsinstelling, de bewaarder of in de financiële markten schaden, wordt voorkomen;
b. de betrokkenheid van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder en hun werknemers bij handelingen die anderszins in het maatschappelijk verkeer zodanig onaanvaardbaar zijn dat deze het vertrouwen in de beheerder, de beleggingsinstelling, de bewaarder of in de financiële markten schaden, wordt voorkomen;
c. niet wegens de deelnemers in de beleggingsinstelling het vertrouwen in de beheerder, de beleggingsinstelling, de bewaarder of de financiële markten wordt geschaad.
2.
Het in het eerste lid bedoelde beleid vindt zijn neerslag in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen omvatten in ieder geval:
a. de behandeling en administratieve vastlegging van incidenten die een ernstig gevaar vormen voor een integere bedrijfsvoering van de beheerder, de beleggingsinstelling of van de bewaarder voor zover het betreft een gedraging van een personeelslid of van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt dan wel mede bepaalt, de houder van een gekwalificeerde deelneming of van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die werkzaamheden verricht ten behoeve van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder;
b. de beoordeling, met het oog op de belangen van deelnemers of potentiële deelnemers in de beleggingsinstelling, of de betrouwbaarheid van een personeelslid dat de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder voornemens is te benoemen in een integriteitsgevoelige functie, buiten twijfel staat. Onder integriteitsgevoelige functie wordt in dit verband verstaan:
1°. een leidinggevende functie onder directe verantwoordelijkheid van de bepalers of medebepalers van het dagelijks beleid van de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder;
2°. een functie waaraan overigens een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere bedrijfsvoering van de beheerder, de beleggingsmaatschappij of van de bewaarder.
3.
De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaraan het beleid en de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, moeten voldoen.
Inhoudsopgave
+ § I. Inleidende bepalingen
+ § II. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 5, eerste lid, en 9, tweede lid, van de wet
+ § III. Bepalingen ter uitvoering van artikel 6, eerste en zesde lid, van de wet
- § IV. Bepalingen ter uitvoering van artikel 12, eerste, tweede en zevende lid, van de wet
+ § V. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 6, vijfde lid, en 12, derde lid, van de wet
+ § VI. Bepaling ter uitvoering van artikel 17a, zevende lid, van de wet
+ § VII. Bepalingen ter uitvoering van artikel 17c van de wet
+ § VIII. Bepaling ter uitvoering van artikel 33d, eerste lid, van de wet
+ § IX. Wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 33d, eerste lid, van de wet en van andere besluiten
+ § X. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht