Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 61 Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005

Uitgebreide informatie
1.
Het beheerde vermogen van een beleggingsinstelling wordt tot ten hoogste tien procent belegd in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° tot en met 4°, uitgegeven door één uitgevende instelling. Een beleggingsinstelling belegt niet meer dan twintig procent van het beheerde vermogen in deposito’s bij één instelling.
2.
Het tegenpartijrisico van een beleggingsinstelling bij een transactie in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, die buiten een gereglementeerde markt, effectenbeurs of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt worden verhandeld, bedraagt niet meer dan:
a. tien procent van haar vermogen wanneer de tegenpartij een kredietinstelling is; of
b. vijf procent van haar vermogen, in andere gevallen.
3.
De totale waarde van de financiële instrumenten, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° tot en met 4°, die de beleggingsinstelling houdt in uitgevende instellingen waarin zij per instelling voor meer dan vijf procent belegt, bedraagt niet meer dan veertig procent van het beheerde vermogen van de beleggingsinstelling. Deze begrenzing is niet van toepassing op deposito’s en transacties in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, die buiten een gereglementeerde markt, effectenbeurs of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt worden verhandeld, bij onderscheidenlijk met financiële instellingen die aan prudentieel toezicht onderworpen zijn.
4.
Onverminderd de in het eerste en tweede lid bepaalde individuele begrenzingen wordt het beheerde vermogen van een beleggingsinstelling tot ten hoogste twintig procent belegd in één instelling in een combinatie van:
a. financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° tot en met 4°, die door die instelling zijn uitgegeven;
b. deposito’s bij die instelling; of
c. risico’s ten gevolge van transacties in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, die buiten een gereglementeerde markt, effectenbeurs, of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt worden verhandeld, met betrekking tot die instelling.
5.
Bij de berekening van de door de beleggingsinstelling gelopen risico’s bij beleggingen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt het risico bepaald aan de hand van het maximale verlies voor de beleggingsinstelling wanneer een tegenpartij in gebreke blijft. De toezichthouder kan nadere regels stellen over de berekening van het tegenpartijrisico en de daarbij in aanmerking te nemen zekerheden als beperking van het door de beleggingsinstelling gelopen tegenpartijrisico.
Inhoudsopgave
+ § I. Inleidende bepalingen
+ § II. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 5, eerste lid, en 9, tweede lid, van de wet
+ § III. Bepalingen ter uitvoering van artikel 6, eerste en zesde lid, van de wet
+ § IV. Bepalingen ter uitvoering van artikel 12, eerste, tweede en zevende lid, van de wet
- § V. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 6, vijfde lid, en 12, derde lid, van de wet
+ § VI. Bepaling ter uitvoering van artikel 17a, zevende lid, van de wet
+ § VII. Bepalingen ter uitvoering van artikel 17c van de wet
+ § VIII. Bepaling ter uitvoering van artikel 33d, eerste lid, van de wet
+ § IX. Wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 33d, eerste lid, van de wet en van andere besluiten
+ § X. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht