Besluit van 22 december 2011, houdende wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2009/111/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 tot wijziging van de richtlijnen 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2007/64/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer (PbEU L 302)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 20 oktober 2011, FM/2011/9863 M, Generale Thesaurie, directie Financiële Markten, Afdeling Financiële Stabiliteit;
Gelet op de artikelen 3:57, tweede en zesde lid en artikel 3:63, tweede lid van de Wet op het financieel toezicht;
Gelet op richtlijn 2009/111/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 tot wijziging van de richtlijn 2006/48, 2006/49 en 2007/64/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer (PbEU L 302);
Gelet op richtlijn 2010/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG wat betreft de kapitaaleisen voor de handelsportefeuille en voor hersecuritisaties, alsook het bedrijfseconomisch toezicht op het beloningsbeleid (Pb EU L 329);
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 december 2011, no. W06. 11.0450/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 21 december 2011, FM/2011/10307 M;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Besluit prudentiële regels Wft.]
1.
Banken of beleggingsondernemingen die per 31 december 2010 niet voldoen aan de limieten bedoeld in artikel 69, achtste en negende lid, van de Besluit prudentiële regels Wft stellen strategieën en procedures vast om voor de in het derde lid genoemde data aan deze limieten te voldoen.
2.
Deze limieten vormen een onderdeel van de evaluatie als bedoeld in artikel 3:18a van de wet.
3.
Instrumenten die per 31 december 2010 als gelijkwaardig zijn aangemerkt aan de vermogensbestanddelen bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a, b en d, van de Besluit prudentiële regels Wft maar niet onder artikel 91, tweede lid, onderdeel a, van de Besluit prudentiële regels Wft vallen of niet voldoen aan de criteria als bedoeld in artikel 91a, van de Besluit prudentiële regels Wft worden geacht tot en met 31 december 2040 onder artikel 91, tweede lid, onderdeel h, van de Besluit prudentiële regels Wft te vallen, onverminderd de volgende beperkingen:
a.
tot een maximum van twintig procent van de som van de bestanddelen van artikel 91, tweede lid, onderdelen a, b, c bis en d, van de Besluit prudentiële regels Wft verminderd met de som van de bestanddelen van artikel 91, derde lid, onderdelen c, van de Besluit prudentiële regels Wft tussen 10 en 20 jaar na 31 december 2010;
b.
tot tien procent van de som van de bestanddelen van artikel 91, onderdelen a, b, c bis en d, van de Besluit prudentiële regels Wft verminderd met de som van de bestanddelen van artikel 91, derde lid, onderdelen c, van de Besluit prudentiële regels Wft tussen 20 en 30 jaar na 31 december 2010.
Artikel III
Indien het bij Koninklijke boodschap van 24 mei 2010 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van richtlijn nr. 2009/111/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2007/64/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer (PbEU L 302) (Kamerstukken 32 787 ) tot wet is verheven en die wet in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
Artikel IV
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot implementatie van richtlijn 2009/111/EG.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 22 december 2011
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de negenentwintigste december 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht