Besluit van 24 december 1998, tot vaststelling van een maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 6, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 13, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 6, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en 5, derde en vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 20 november 1998 SV/GSV/98/35098 mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 6, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet, artikel 13, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 6, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en artikel 5, derde en vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
De Raad van State gehoord (advies van 17 december 1998, nr W12.98.0549);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 18 december 1998, nr. SV/GSV/98/42566, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de volksverzekeringen: de Algemene Ouderdomswet , de Algemene nabestaandenwet , de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet langdurige zorg ;
b. kind: het eigen kind, het aangehuwde kind, of het pleegkind, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Kinderbijslagwet, jonger dan 27 jaar, dat in belangrijke mate door de ouders wordt onderhouden;
c. Onze Ministers: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
d. arbeid: arbeid verricht in het economisch verkeer en gericht op het verwerven van inkomen;
e. Nederlandse socialeverzekeringsuitkering: een uitkering op grond van de Werkloosheidswet , de Ziektewet , hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering , de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen , de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten , de Algemene Ouderdomswet , de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet ;
f. in Nederland arbeid verrichten: in Nederland of op het continentaal plat arbeid verrichten;
g. buiten Nederland arbeid verrichten: buiten Nederland en het continentaal plat arbeid verrichten.
1.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de niet in Nederland wonende Nederlander die op grond van artikel 8, tweede lid, onderdeel a, derde lid, onderdeel a, vierde, vijfde of zesde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken werkzaam is bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, tenzij hij:
a. buiten Nederland arbeid verricht anders dan de werkzaamheden, bedoeld in de aanhef; of
b. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
2.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de gezinsleden, bedoeld in artikel 2 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, van de in het eerste lid bedoelde verzekerde, tenzij het gezinslid:
a. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
b. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
3.
De gezinsleden die op grond van het tweede lid zijn verzekerd, blijven verzekerd op grond van de volksverzekeringen gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, tenzij het gezinslid:
a. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
b. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
4.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de niet in Nederland wonende particuliere bediende die in dienst is van de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, tenzij hij:
a. onderdaan is van de ontvangende staat;
b. ten tijde van aanwerving niet in Nederland woonde;
c. buiten Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van vorenbedoelde dienstbetrekking; of
d. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
1.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de niet in Nederland wonende Nederlander, voor zover niet reeds begrepen onder artikel 2, die uit hoofde van een dienstbetrekking met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon buiten Nederland arbeid verricht ten behoeve van die rechtspersoon, tenzij hij:
a. ten tijde van aanwerving niet in Nederland woonde;
b. buiten Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van de vorenbedoelde dienstbetrekking;
c. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid; of
d. werkzaam is bij een door Onze Ministers en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen volkenrechtelijke organisatie en op hem een regeling inzake sociale zekerheid van die organisatie van toepassing is.
2.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is verzekerd op grond van de volksverzekeringen de Nederlander die in dienst is van een publiekrechtelijke rechtspersoon in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba mits hij door de Nederlandse overheid is uitgezonden.
3.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de verzekerde, bedoeld in het eerste en tweede lid, tenzij het gezinslid:
a. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
b. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
4.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het derde lid zijn verzekerd, blijven verzekerd op grond van de volksverzekeringen gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de verzekerde, bedoeld in het eerste en tweede lid, tenzij het gezinslid:
a. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
b. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
1.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de Rijksvertegenwoordiger.
2.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de Rijksvertegenwoordiger, tenzij het gezinslid:
a. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
b. een uitkering ontvangt op grond van een andere wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
3.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het tweede lid zijn verzekerd, blijven verzekerd op grond van de volksverzekeringen gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de Rijksvertegenwoordiger, tenzij het gezinslid:
a. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
b. een uitkering ontvangt op grond van een andere wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.
4.
Onder Rijksvertegenwoordiger als bedoeld in dit artikel wordt verstaan: de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 4. Rijdend, vliegend of varend personeel, buiten Nederland wonend
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die niet in Nederland woont en behoort tot het rijdend, vliegend of op de binnenwateren varend personeel van een in Nederland wonende of gevestigde werkgever die internationaal vervoer verricht, tenzij hij:
a. in hoofdzaak in het land waarin hij woont arbeid verricht; of
b. werkt bij een filiaal of een vaste vertegenwoordiging van die werkgever buiten Nederland.
Artikel 5. Gezinsleden van varend personeel
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de aan boord van een schip wonende echtgenoot en kinderen van de persoon die op grond van de volksverzekeringen of van artikel 4 verzekerd is.
Artikel 6. Tijdelijke onderbreking van arbeid in Nederland
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen blijft de persoon die niet in Nederland woont, maar die uitsluitend in Nederland arbeid verricht en van wie de arbeid tijdelijk wordt onderbroken:
a. wegens ziekte, gebreken, zwangerschap, bevalling of werkloosheid; of
b. wegens verlof, staking of uitsluiting.
1.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen blijft de persoon die aansluitend op het wonen in Nederland uitsluitend wegens studieredenen niet meer in Nederland woont.
2.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen blijft de persoon die aansluitend op het wonen in Nederland, uitsluitend omdat hij wordt verpleegd in een door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan te wijzen instelling, die overeenkomt met een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die zorg levert waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet langdurige zorg , niet meer in Nederland woont.
Artikel 9. Niet in Nederland wonende zelfstandigen
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geniet, mits hij in Nederland arbeid verricht voor die onderneming.
Artikel 9a. Vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel
Een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, is, ongeacht of hij als ingezetene kan worden beschouwd, niet eerder verzekerd op grond van de volksverzekeringen dan met ingang van de dag waarop positief op de verblijfsvergunningsaanvraag wordt beschikt.
1.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de in Nederland wonende vreemdeling die na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet 2000:
a. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating; of
b. binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of, buiten die termijn, ingeval artikel 6.11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.
De verzekering op grond van het eerste lid eindigt zodra:
a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist; of
b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting op grond van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven.
1.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder f tot en met k, van de Vreemdelingenwet 2000
indien hij:
a. in Nederland, met uitzondering van het continentaal plat, in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen arbeid in dienstbetrekking verricht uit hoofde waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen;
b. op het continentaal plat arbeid in dienstbetrekking verricht uit hoofde waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen.
2.
De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, blijft verzekerd op grond van de volksverzekeringen indien hij uit hoofde van het verrichten van arbeid als bedoeld in het eerste lid recht heeft op betaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet , de Werkloosheidswet , de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering , de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , de Wet arbeid en zorg of de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen , alsmede indien de arbeid, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk is onderbroken als gevolg van verlof, staking of uitsluiting.
1.
Onverminderd de artikelen 2 en 3 is verzekerd op grond van de volksverzekeringen de persoon die:
a. de nationaliteit heeft van een van de lidstaten van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland,
b. woont buiten Nederland in een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland,
c. een dienstbetrekking heeft met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever, en
d. arbeid verricht voor de werkgever, bedoeld in onderdeel c, en werkzaam is buiten:
Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie;
een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of
Zwitserland.
2.
Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die:
a. niet beschikt over de nationaliteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a,
b. die buiten Nederland rechtmatig op het grondgebied verblijft van een andere lidstaat van de Europese Unie, uitgezonderd Denemarken,
c. een dienstbetrekking heeft met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever, en
d. arbeid verricht voor de werkgever, bedoeld in onderdeel c, en werkzaam is buiten:
Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie;
een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of
Zwitserland.
1.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in Nederland woont en die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht, tenzij die arbeid uitsluitend wordt verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever.
2.
Voor de vaststelling van de periode van drie maanden, bedoeld in het eerste lid, worden perioden gedurende welke de arbeid buiten Nederland tijdelijk wordt onderbroken:
a. wegens ziekte, gebreken, zwangerschap, bevalling of werkloosheid; of
b. wegens verlof, staking of uitsluiting; beschouwd als perioden waarin uitsluitend buiten Nederland arbeid wordt verricht, tenzij tijdens deze perioden arbeid in Nederland wordt verricht.
1.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de diplomatieke ambtenaar en de consulaire ambtenaar, niet zijnde honorair consul, van een andere mogendheid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten anders dan uit hoofde van de vorenbedoelde dienstbetrekking; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
2.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de naar Nederland uitgezonden leden van het administratieve, technische en bedienende personeel van de diplomatieke zending of de consulaire post van een andere mogendheid, indien zij korter dan tien jaar in Nederland werkzaam zijn, tenzij zij:
a. Nederlander zijn;
b. ten tijde van aanwerving in Nederland woonden;
c. in Nederland arbeid verrichten anders dan de werkzaamheden, bedoeld in de aanhef; of
d. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
3.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de leden van het administratieve, technische en bedienende personeel van de diplomatieke zending of de consulaire post van een andere mogendheid alsmede de particuliere bedienden die in dienst zijn van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, of van de leden van het personeel, bedoeld in het tweede lid, indien zij reeds vóór 1 augustus 1987 als zodanig in dienst waren, en vanaf 1 augustus 1987 als zodanig onafgebroken in dienst zijn, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten anders dan de werkzaamheden, bedoeld in de aanhef; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
In afwijking van de eerste zin zijn de daar genoemde leden en particuliere bedienden verzekerd op grond van de volksverzekeringen indien zij dit reeds op 31 juli 1987 waren.
4.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de particuliere bediende die in dienst is van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, of van de leden van het personeel, bedoeld in het tweede lid, indien hij korter dan tien jaar in Nederland werkzaam is en op hem het stelsel van sociale verzekering van een andere mogendheid van toepassing is, tenzij hij:
a. Nederlander is;
b. ten tijde van aanwerving in Nederland woonde;
c. in Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van de vorenbedoelde dienstbetrekking; of
d. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangt.
5.
De in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, en van de personeelsleden, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten;
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen; of
c. indien die ambtenaar of die personeelsleden zijn verzekerd op grond van de volksverzekeringen.
6.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het vijfde lid niet zijn verzekerd, blijven van de verzekering op grond van de volksverzekeringen uitgesloten gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon, bedoeld in het eerste of tweede lid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
1.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in dienst is van een volkenrechtelijke organisatie en op wie de regeling inzake sociale zekerheid van die organisatie van toepassing is, tenzij hij:
a. in Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van de vorenbedoelde dienstbetrekking; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangt.
2.
De volkenrechtelijke organisaties, bedoeld in het eerste lid, worden door Onze Ministers, in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, aangewezen.
3.
De in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de persoon, bedoeld in het eerste lid, zijn niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen, indien de zetelovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de volkenrechtelijke organisatie zulks bepaalt, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
4.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het derde lid niet zijn verzekerd, blijven van de verzekering op grond van de volksverzekeringen uitgesloten gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon, bedoeld in het eerste lid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
5.
Niet verzekerd op grond van de volkverzekeringen is de particuliere bediende van de persoon, bedoeld in het eerste lid, die werkzaam is voor een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie, indien hij korter dan tien jaar in Nederland werkzaam is en op hem het stelsel van sociale verzekering van een andere mogendheid van toepassing is, tenzij hij:
a. Nederlander is;
b. ten tijde van de aanwerving in Nederland woonde;
c. in Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van vorenbedoelde dienstbetrekking, of
d. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangt.
1.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is:
a. de gevolmachtigde Minister van Aruba, de gevolmachtigde Minister van Curaçao en de gevolmachtigde Minister van Sint Maarten;
b. de persoon die als ambtenaar is toegevoegd aan één van de in onderdeel a bedoelde personen en die ten tijde van aanwerving niet in Nederland woonde; of
c. de persoon die als ambtenaar van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of een publiekrechtelijke rechtspersoon van een van de drie landen of openbare lichamen in Nederland een studieopdracht vervult en die ten tijde van aanwerving niet in Nederland woonde, tenzij hij: 1 o . in Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van de vorenbedoelde dienstbetrekking; of 2 o . een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangt.
2.
De in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van een persoon als bedoeld in het eerste lid, zijn niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
3.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het tweede lid niet verzekerd zijn, blijven van de verzekering op grond van de volksverzekeringen uitgesloten gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon, bedoeld in het eerste lid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontvangen.
1.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon, voor zover niet reeds begrepen onder artikel 13, die arbeid verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een buitenlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij hij:
a. in Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van die dienstbetrekking; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangt.
2.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van een persoon als bedoeld in het eerste lid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontvangen.
3.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het tweede lid niet verzekerd zijn, blijven van de verzekering op grond van de volksverzekeringen uitgesloten gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon, bedoeld in het eerste lid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
Artikel 17. Rijdend, vliegend of varend personeel, in Nederland wonend
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in Nederland woont en die behoort tot het rijdend, vliegend of op de binnenwateren varend personeel van een buiten Nederland wonende of gevestigde werkgever die internationaal vervoer verricht, tenzij hij:
a. in hoofdzaak in Nederland arbeid verricht; of
b. werkt bij een filiaal of een vaste vertegenwoordiging van die werkgever in Nederland.
1.
De persoon die tijdelijk in Nederland verblijft, in dienstbetrekking werkzaam is van een in Nederland gevestigde buitenlandse instelling zonder winstoogmerk en op wie een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid van toepassing blijft, wordt voor de duur van ten hoogste twee jaar op zijn aanvraag of op aanvraag van de werkgever door de Sociale verzekeringsbank van de verzekering op grond van de volksverzekeringen ontheven, tenzij hij:
a. in Nederland arbeid verricht anders dan uit hoofde van de vorenbedoelde dienstbetrekking; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangt. De periode van twee jaar, bedoeld in de eerste zin, kan op aanvraag telkens voor de duur van twee jaar worden verlengd.
2.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen zijn de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van een persoon die als niet verzekerd wordt aangemerkt op grond van het eerste lid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
3.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het tweede lid niet verzekerd zijn, blijven van de verzekering op grond van de volksverzekeringen uitgesloten gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon die als niet verzekerd wordt aangemerkt op grond van het eerste lid, tenzij zij:
a. in Nederland arbeid verrichten; of
b. een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
1.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die niet in Nederland woont en die in Nederland als musicus of anderszins als artiest voor korte duur arbeid verricht.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt met artiest gelijkgesteld degene, die als beroep een tak van sport beoefent.
1.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in Nederland verblijf houdt:
a. op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, die is verleend onder een beperking verband houdende met studie, of
b. uitsluitend wegens studieredenen en vóór de aanvang van de studie woonachtig was in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
2.
Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die:
a. een Bachelor of Master-graad heeft verkregen aan een geaccrediteerde opleiding, opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en
b. beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 die verleend is onder een beperking verband houdend met het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
1.
Niet verzekerd op grond van de Wet langdurige zorg is de persoon die in Nederland woont, doch die met toepassing van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen of van een door Nederland met een of meer andere staten gesloten verdrag inzake sociale zekerheid, in Nederland recht kan doen gelden op verstrekkingen die hem in beginsel worden verleend ten laste van een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten.
2.
Niet verzekerd op grond van de Wet langdurige zorg is de persoon die in Nederland woont en die recht heeft op een uitkering of pensioen ingevolge een regeling van een op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, dan wel artikel 14, tweede lid, aangewezen volkenrechtelijke organisatie, indien hij op grond van een regeling van die organisatie in Nederland aanspraak heeft op zorg, of op vergoeding voor de kosten daarvan, tenzij hij in Nederland arbeid verricht. De aanspraak, bedoeld in de vorige volzin, omvat in ieder geval opname en verpleging in ziekenhuizen en in instellingen voor langdurige verpleging en verzorging.
3.
Indien het totale bedrag van de vergoedingen bedoeld in het tweede lid, ingevolge de regeling van de betreffende volkenrechtelijke organisatie is gemaximeerd, dient de omvang daarvan ten minste een door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vast te stellen minimum bedrag per persoon per jaar bedragen.
4.
De in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de in het tweede lid bedoelde persoon, zijn eveneens niet verzekerd op grond van de Wet langdurige zorg indien zij ingevolge een regeling van de desbetreffende volkenrechtelijke organisatie in Nederland aanspraak hebben op zorg of op vergoeding voor de kosten daarvan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in het tweede en derde lid.
5.
De echtgenoot, de kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het derde lid niet verzekerd zijn op grond van de Wet langdurige zorg , blijven van de verzekering op grond van die wet uitgesloten vanaf de datum van overlijden van de persoon die als niet verzekerd werd aangemerkt op grond van het tweede lid, zolang voornoemde aanspraak op zorg of op vergoeding van de kosten daarvan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in het tweede en derde lid, bestaat.
6.
Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op personen die in Nederland arbeid verrichten of die een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering ontvangen.
7.
De Sociale verzekeringsbank geeft op aanvraag van de persoon, bedoeld in het eerste, tweede, vierde of vijfde lid, een verklaring af dat hij niet verzekerd is.
1.
In afwijking van artikel 14, derde lid, aanhef en onderdeel b, is niet verzekerd op grond van de Wet langdurige zorg de persoon die op grond van een regeling van de in dat lid bedoelde organisatie aanspraken heeft op zorg of vergoeding van de kosten daarvan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid, die een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ontvangt en aan wie de Sociale verzekeringsbank op zijn verzoek een ontheffing van de verzekering op grond van de Wet langdurige zorg heeft verleend, tenzij hij in Nederland arbeid verricht.
2.
Artikel 21, zesde lid, is niet van toepassing op de persoon die een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ontvangt en aan wie de Sociale verzekeringsbank op zijn verzoek een ontheffing van de verzekering op grond van de Wet langdurige zorg heeft verleend, tenzij hij in Nederland arbeid verricht.
3.
De Sociale verzekeringsbank verleent de ontheffing indien en voor zolang wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden.
4.
Indien de aanvraag wordt ingediend binnen vier maanden nadat een persoon voor het eerst is gaan voldoen aan de in het eerste lid genoemde voorwaarde, gaat de ontheffing in met ingang van de dag waarop aan deze voorwaarde wordt voldaan. Indien de aanvraag voor de ontheffing later wordt ingediend, gaat de ontheffing in op de datum van de aanvraag om ontheffing.
1.
Voorzover de in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, niet van de verzekering op grond van de Wet langdurige zorg zijn uitgesloten op grond van de artikelen 14, derde lid, 21 of 21a, wordt, op aanvraag, door de Sociale verzekeringsbank een ontheffing verleend van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorg als de Algemene Ouderdomswet , de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet , indien de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden op grond van een regeling van een op grond van artikel 14, tweede lid, aangewezen volkenrechtelijke organisatie, aanspraken hebben op zorg of op vergoeding van de kosten daarvan mits wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die in Nederland arbeid verrichten of een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontvangen, anders dan de in artikel 21a bedoelde uitkering.
3.
De Sociale verzekeringsbank verleent de ontheffing indien en voor zolang wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden.
4.
Indien de aanvraag voor de ontheffing wordt ingediend binnen vier maanden nadat een persoon voor het eerst is gaan voldoen aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden, gaat de ontheffing in met ingang van de dag waarop aan deze voorwaarden wordt voldaan.
5.
Indien de aanvraag voor de ontheffing niet binnen de in het vierde lid genoemde periode wordt ingediend, gaat de ontheffing in op de eerste dag van de maand volgende op de dag waarop de aanvraag door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen, indien op die eerste dag aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden wordt voldaan.
6.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het eerste lid zijn ontheven, blijven ontheven van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorg als de Algemene Ouderdomswet , de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet , gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tenzij zij in Nederland arbeid verrichten.
1.
Aan de in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de persoon op wie artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van toepassing is ongeacht of deze persoon een dienstbetrekking heeft met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, of aan de in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de persoon, bedoeld in artikel 12, wordt, op aanvraag, door de Sociale Verzekeringsbank een ontheffing verleend van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorg , als de Algemene Ouderdomswet , de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet , indien de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden op grond van een regeling van een op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel d, aangewezen volkenrechtelijke organisatie, aanspraak hebben op zorg of de vergoeding van de kosten daarvan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die in Nederland arbeid verrichten of een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontvangen.
3.
De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het eerste lid zijn ontheven, blijven ontheven van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorg als de Algemene Ouderdomswet , de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet , gedurende de periode van een jaar te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon die werkzaam was bij een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, tenzij zij in Nederland arbeid verrichten.
4.
Artikel 21b, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
De persoon die in Nederland woont en die recht heeft op een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke of bovenwettelijke regeling inzake sociale zekerheid of op grond van een regeling van een volkenrechtelijke organisatie wordt op zijn aanvraag, voor zolang hij geen arbeid in Nederland verricht, door de Sociale verzekeringsbank van de verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet , de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet ontheven, zolang hij:
a. duurzaam recht heeft op uitsluitend een uitkering als bedoeld in de aanhef en deze uitkering per maand ten minste gelijk is aan 70% van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag; of
b. naast een uitkering als bedoeld in onderdeel a, recht heeft op een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering en het totaal van deze uitkering en de buitenlandse wettelijke of bovenwettelijke uitkering of de uitkering van de volkenrechtelijke organisatie per maand ten minste gelijk is aan 70% van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag en de buitenlandse uitkering of de uitkering van de volkenrechtelijke organisatie groter is dan of gelijk is aan de Nederlandse uitkering.
2.
Indien de aanvraag voor de ontheffing wordt ingediend binnen een jaar na de datum waarop de persoon, bedoeld in het eerste lid, voor het eerst voldoet aan de in dat lid opgenomen voorwaarden, gaat de ontheffing in op die datum. Indien de aanvraag voor de ontheffing later wordt ingediend, gaat de ontheffing in op de datum van de aanvraag om ontheffing.
3.
De Sociale verzekeringsbank kan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, verlenen met ingang van een datum die gelegen is ten hoogste drie jaar vóór de datum van de aanvraag, doch niet eerder dan de datum waarop recht is ontstaan op de buitenlandse wettelijke of bovenwettelijke uitkering of de uitkering van de volkenrechtelijke organisatie, indien toepassing van het tweede lid leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
4.
Voor de toepassing van dit artikel wordt met een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke of bovenwettelijke regeling inzake sociale zekerheid gelijkgesteld een vergelijkbare buitenlandse uitkering krachtens een bijzondere regeling voor ambtenaren en wordt met een Nederlandse socialeverzekeringsuitkering gelijkgesteld een vergelijkbare Nederlandse uitkering krachtens een bijzondere regeling voor ambtenaren.
5.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering op grond van een wettelijke of bovenwettelijke regeling inzake sociale zekerheid van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aangemerkt als een uitkering op grond van een buitenlandse regeling.
6.
Het tweede lid, eerste zin, en het derde lid, zijn niet van toepassing indien de persoon bedoeld in het eerste lid, binnen de in die leden genoemde periode van een jaar respectievelijk ten hoogste drie jaar, een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet dan wel kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet heeft ontvangen.
Artikel 23. Vreemdelingen, rechtmatig verblijf houdend in Nederland
De vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet 2000, is niet op grond van het verrichten van arbeid, uit hoofde waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen, verzekerd voor de volksverzekeringen, indien hij voor een werkgever in Nederland, met uitzondering van het continentaal plat, arbeid verricht, zonder dat aan de Wet arbeid vreemdelingen is voldaan.
1.
De Sociale verzekeringsbank kan, met uitzondering van artikel 22, derde lid, artikelen van dit besluit buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de uitbreiding en beperking van de kring van verzekerden zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, die uitsluitend voortvloeit uit de verzekeringsplicht of de uitsluiting daarvan krachtens dit besluit.
2.
Van een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 26. Overgangsrecht vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel
Artikel 9a zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 en het Besluit uitbreiding en beperking kring ingezetenen Wet Wajong (Stb. 514) blijft van toepassing ten aanzien van de vreemdeling die op die dag op grond van dit artikel verzekerd was voor de volksverzekeringen.
Artikel 27. Overgangsrecht personeelsleden in dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie
Artikel 14, vijfde lid, is niet van toepassing ten aanzien van de particulier bediende, bedoeld in dat lid, indien deze persoon op de dag van inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 en het Besluit uitbreiding en beperking kring ingezetenen Wet Wajong (Stb. 514) verzekerd was op grond van de volksverzekeringen.
Artikel 27a. Overgangsrecht tijdelijk in Nederland studerenden
Artikel 20, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 en het Besluit uitbreiding en beperking kring ingezetenen Wet Wajong (Stb. 514) blijft van toepassing ten aanzien van de persoon die op die dag uitsluitend wegens studieredenen in Nederland woont en 30 jaar of ouder is.
AWBZ en ontheffing verzekeringsplicht volksverzekeringen van Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999">
Artikel 27b. Overgangsrecht geen verzekering op grond van de AWBZ en ontheffing verzekeringsplicht volksverzekeringen
De artikelen 21, tweede en derde lid, 21a, eerste lid, en 21b, eerste lid, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 en het Besluit uitbreiding en beperking kring ingezetenen Wet Wajong (Stb. 514) blijven van toepassing ten aanzien van de persoon of de in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van deze persoon, bedoeld in deze artikelen, die op die dag op grond van artikel 21 niet waren verzekerd op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of op grond van de artikelen 21a of 21b waren ontheven van de verzekeringsplicht op grond van de in die artikelen genoemde volksverzekeringen.
Artikel 28. Voortzetting beschikkingen
Beschikkingen, gegeven op grond van de artikelen 18, 23, 24 en 25 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de artikelen 18, 21, 22 en 24.
Artikel 28a. Grondslag eerder afgegeven verklaringen en ontheffingen
Door het Zorginstituut Nederland voor de inwerkingtreding van het Besluit van 26 februari 2011, houdende wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 in verband met het overdragen van de bevoegdheid tot het verlenen van een ontheffing van de verzekeringsplicht AWBZ aan de Sociale verzekeringsbank (Stb. 112) afgegeven verklaringen als bedoeld in artikel 21 en verleende ontheffingen als bedoeld in artikel 21a, worden aangemerkt als door de Sociale verzekeringsbank op grond van de desbetreffende artikelen afgegeven verklaringen en ontheffingen.
Artikel 29. Ministeriële regelingen
Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de ministeriële regelingen op grond van de artikelen 3, derde lid, en 13, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, en 14, tweede lid, van dit besluit.
Artikel 30. Intrekking
Het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 wordt ingetrokken.
Artikel 31. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.
Artikel 32. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 24 december 1998
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de dertigste december 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Uitbreiding van de kring van verzekerden
+ § 3. Beperking van de kring van verzekerden
+ § 4. Gemeenschappelijke bepalingen
+ § 5. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht