Besluit van 21 september 2006, houdende aanwijzing van werkzaamheden als zorg in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg en uitzondering van vormen van zorg van die wet of een deel daarvan (Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 mei 2006, kenmerk MC/MO-2686388;
Gelet op artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
De Raad van State gehoord (advies van 29 juni 2006 nummer W13.06.0169/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 september 2006, kenmerk MC/MO-2714571;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet marktordening gezondheidszorg .
1.
Als zorg in de zin van de wet worden aangewezen de werkzaamheden van:
a. de Stichting Beroeps Opleiding Huisartsen, voor zover het betreft de toepassing van artikel 56a van de wet ten behoeve van de opleiding tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, en arts voor verstandelijk gehandicapten;
b. instellingen waarvan de werkzaamheden zijn gericht op donatie of transplantatie van weefsel of organen;
c. personen ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of door personen als bedoeld in artikel 34 van die wet, voor zover het betreft werkzaamheden in het kader van hun beroepsuitoefening met uitzondering van bedrijfsgeneeskundige zorg of verzekeringsgeneeskundige zorg, al dan niet onder eigen verantwoordelijkheid uitgevoerd, en die niet zijn begrepen onder artikel 1, onder b, van de wet;
d. de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts, voor zover het betreft de toepassing van artikel 56a van de wet ten behoeve van de opleiding tot sportarts.
2.
Als zorg in de zin van de wet worden tevens aangewezen werkzaamheden in het kader van de verlening van zorg die krachtens artikel 3, vierde lid, van het Interimbesluit forensische zorg bij ministeriële regeling als forensische zorg is aangemerkt.
1.
De artikelen 50 tot en met 56 van de wet zijn niet van toepassing op:
a. farmaceutische zorg:
1°. anders dan advies of begeleiding ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet of de terhandstelling van die geneesmiddelen,
2°. waarop de Wet inzake bloedtransfusie van toepassing is;
b. zorg waarvoor subsidie wordt verleend door:
1. Onze Minister op grond van een regeling als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;
2. het Zorginstituut op grond van artikel 10.1.3, 10.1.4 of 11.1.5 van de Wet langdurige zorg;
c. de vaccinatie ten behoeve van de preventie van influenza;
d. hulpmiddelenzorg;
e. vervoer;
f. [vervallen;]
g. woningaanpassingen als bedoeld in artikel 3.1.3 van de Wet langdurige zorg;
h. orthoptie;
i. podotherapie;
j. ergotherapie;
k. huidtherapie;
l. optometrie;
m. zorg die ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg wordt gefinancierd.
2.
De artikelen 50 tot en met 56 van de wet zijn wel van toepassing indien:
a. de zorg, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e en h tot en met l geleverd wordt door of vanwege een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen of deel uitmaakt van een prestatie of geheel van prestaties waarvoor een tarief in rekening wordt gebracht; of
b. het vervoer betreft als bedoeld in artikel 2.13 van het Besluit zorgverzekering.
1.
De artikelen 50 tot en met 56 van de wet zijn niet van toepassing op zorg voorzover verleend onder eigen verantwoordelijkheid door:
a. radiodiagnostisch laboranten;
b. radiotherapeutisch laboranten.
2.
De artikelen 50 tot en met 56 van de wet zijn wel van toepassing indien de zorg, bedoeld in het eerste lid, geleverd wordt door of vanwege een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen of deel uitmaakt van een prestatie of geheel van prestaties waarvoor een tarief in rekening wordt gebracht.
1.
De artikelen 50 tot en met 56 van de wet zijn niet van toepassing op zorg verleend onder eigen verantwoordelijkheid door verpleegkundigen en verzorgenden in de individuele gezondheidszorg.
2.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 50 tot en met 56 van de wet van toepassing indien de zorg, verleend onder eigen verantwoordelijkheid door verpleegkundigen en verzorgenden in de individuele gezondheidszorg, zorg is als omschreven in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet marktordening gezondheidszorg in werking treedt.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 21 september 2006
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,
Uitgegeven de achtentwintigste september 2006
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken