Besluit van 26 juli 2008 tot uitvoering van artikel 41 van Richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen nr. 78/660/EEG en nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen en houdende intrekking van Richtlijn nr. 84/253/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 24 april 2007, Directie Wetgeving, nr. 5479513/07/6;
Gelet op artikel 21a Wet toezicht accountantsorganisaties en artikel 391 lid 5 en 6 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 14 juni 2007, nr. W03.07.0114/II);
Gezien het nader rapport van 15 juli 2008, nr. 5552473/08/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit besluit wordt onder een organisatie van openbaar belang verstaan een organisatie van openbaar belang als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
1.
Een auditcommissie is voor de toepassing van dit artikel samengesteld uit leden van de raad van commissarissen of uit leden van het bestuursorgaan die niet belast zijn met het uitvoerend bestuur.
2.
Een organisatie van openbaar belang stelt een auditcommissie in en leeft de best practice bepalingen III.5.4, onderdeel a, b, c en f en III.5.7 alsmede de principes V.2 en V.4 van de Nederlandse corporate governance code zoals gepubliceerd in Staatscourant nr. 250 d.d. 27 december 2004 na. Tenminste één lid van de auditcommissie is onafhankelijk in de zin van best practice bepaling III.2.2 van die code.
3.
In afwijking van het tweede lid kan een orgaan worden aangewezen dat de volgende taken uitoefent:
a. het monitoren van het financiële-verslaggevingsproces;
b. het monitoren van de doeltreffendheid van het interne beheersingssysteem, het eventuele interne auditsysteem en het risicomanagementsysteem van de vennootschap;
c. het monitoren van de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening;
d. het beoordelen en monitoren van de onafhankelijkheid van de externe accountant of het accountantskantoor, waarbij met name wordt gelet op de verlening van nevendiensten aan de gecontroleerde entiteit.
Tenminste één lid van het orgaan is onafhankelijk in de zin van best practice bepaling III.2.2 van de code als bedoeld in het tweede lid. In het bestuursverslag wordt opgave gedaan van het aangewezen orgaan en de samenstelling daarvan.
Artikel 3
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon die de in artikel 2, derde lid, onder a. tot en met d. genoemde taken heeft opgedragen aan een auditcommissie en die de best practice bepaling III.5.7 alsmede de principes V.2 en V.4 van de Nederlandse corporate governance code zoals gepubliceerd in Staatscourant nr. 250 d.d. 27 december 2004 heeft nageleefd en waarvan de samenstelling van de auditcommissie voldoet aan artikel 2, eerste lid en tweede lid, tweede volzin;
b. een bank waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 3:111, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is indien een centrale kredietinstelling de in artikel 2, derde lid, onder a. tot en met d. genoemde taken heeft opgedragen aan een auditcommissie en die de best practice bepaling III.5.7 alsmede de principes V.2 en V.4 van de Nederlandse corporate governance code zoals gepubliceerd in Staatscourant nr. 250 d.d. 27 december 2004 heeft nageleefd en waarvan de samenstelling van de auditcommissie voldoet aan artikel 2, eerste lid en tweede lid, tweede volzin;
c. een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 1:107 van de Wet op het financieel toezicht;
d. een entiteit voor securisatiedoeleinden als bedoeld in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft, mits de onderneming aan het publiek bekent maakt waarom zij het niet dienstig acht een auditcommissie in te stellen, of een orgaan aan te wijzen in de zin van artikel 2, derde lid.
Artikel 4
Dit besluit is van toepassing op een bestuursverslag dat betrekking heeft op een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2008.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Tavarnelle, 26 juli 2008
De Minister van Justitie ,
Uitgegeven de zevende augustus 2008
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht