Besluit van 25 juni 2014, houdende uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet (Besluit uitvoering kinderbijslag)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 april 2014, nr. 2014-000054537;
Gelet op de artikelen 7, vijfde, zesde en achtste lid, 7a, vierde lid, 14, tweede lid, en 18, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 mei 2014, no. W12.14.0104/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 juni 2014, nr. 2014-0000077223;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Algemene Kinderbijslagwet ;
b. onderhoud van het kind: de kosten die noodzakelijkerwijs verband houden met het onderhoud van het kind.
Artikel 2. Inkomen van het kind
Onder inkomen van het kind als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de wet wordt verstaan inkomen uit arbeid als bedoeld in artikel 2:2 van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten of overig inkomen als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel a en g, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, met toepassing van artikel 2:5 van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten en na aftrek, voor zover van toepassing, van de daarvoor verschuldigde loonbelasting of inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen, dan wel bijdragen die met die premies overeenkomen.
1.
Het bedrag, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de wet, is € 1.266 per kalenderkwartaal.
2.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt ieder jaar per 1 januari gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct voorafgaand. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant.
3.
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
1.
Inkomen tot een totaalbedrag van € 1.300 dat het kind tijdens de zomervakantie uit arbeid verwerft, voor zover deze arbeid niet voor een langere periode ook buiten de zomervakantie wordt verricht en mits deze arbeid geen deel uitmaakt van de studie of beroepsopleiding die dat kind volgt, wordt niet als inkomen als bedoeld in artikel 2 aangemerkt.
2.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt ieder jaar per 1 januari gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct voorafgaand. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant.
3.
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
1.
Het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de wet, is € 416 per kalenderkwartaal.
2.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt ieder jaar per 1 januari gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct voorafgaand. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant.
3.
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
1.
Het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor verdubbeling van de kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de wet, is € 1.103 per kalenderkwartaal.
2.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt ieder jaar per 1 januari gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct voorafgaand. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant.
3.
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
4.
Voor de toepassing van het eerste lid in de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2016 wordt het kind geacht grotendeels door de verzekerde te worden onderhouden als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen, indien het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage € 1.103 per kalenderkwartaal bedraagt.
1.
In het bedrag van de door de verzekerde minimaal aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en het zesde lid, van de wet wordt in ieder geval geacht te zijn begrepen een bedrag van € 10 per dag dat het kind bij de verzekerde verblijft of de verzekerde bij het kind verblijft.
2.
Indien het bedrag, genoemd in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 wordt gewijzigd, wordt het bedrag genoemd in het eerste lid, overeenkomstig en met ingang van hetzelfde tijdstip gewijzigd. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant.
Artikel 8. Optellen bijdragen onderhoud van het kind
Voor het vaststellen van de hoogte van de bijdrage die de verzekerde per kalenderkwartaal levert aan het onderhoud van het kind, bedoeld in artikel 5, eerste lid en artikel 6, eerste lid, mogen de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van personen die rechthebbenden zijn op grond van de wet bij elkaar worden opgeteld, en mogen tevens als die personen geen gezamenlijk huishouden vormen, de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van degene met wie zij een gezamenlijk huishouden vormen, daarbij worden opgeteld.
1.
Indien voor een kind, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind behoort tot een huishouden, over eenzelfde tijdvak recht op kinderbijslag bestaat voor twee personen van wie één persoon krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak verplicht is bijdragen te leveren voor levensonderhoud ten behoeve van dat kind, wordt de kinderbijslag, waarop laatstbedoeld persoon recht heeft, niet uitbetaald.
2.
Het eerste lid vindt uitsluitend toepassing ten aanzien van overeenkomsten en rechterlijke uitspraken die tot stand zijn gekomen voorafgaand aan de dag waarop dit besluit in werking is getreden.
1.
Indien twee personen die recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, dit kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke beschikking overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden zonder met elkaar een gemeenschappelijke huishouding te voeren, wordt tenzij in de overeenkomst anders is overeengekomen of in de rechterlijke beschikking anders is bepaald, het recht van één van deze personen op de kinderbijslag gelijk verdeeld uitbetaald aan beide verzekerden en wordt het recht van de andere persoon niet uitbetaald.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, van de wet.
1.
Van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.
2.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop vastgesteld wordt of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid.
1.
Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, wint de Sociale verzekeringsbank een op medische gegevens gebaseerd advies in bij het Centrum indicatiestelling zorg, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg.
2.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd.
1.
Onder beroep als bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet wordt verstaan: het beroep dat wordt uitgeoefend door de personen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan, alsmede het beroep dat wordt uitgeoefend door een persoon die op grond van artikel 1, tweede lid, van genoemde subsidieregeling is gelijkgesteld met een in artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de genoemde subsidieregeling genoemde persoon.
2.
Onder deel van Nederland als bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet wordt verstaan: Ameland, Vlieland, Terschelling of Schiermonnikoog.
1.
De artikelen van hoofdstuk 5 zoals die luidden voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014, Stb. 556 tot wijziging van het Besluit uitvoering kinderbijslag in verband met de aanpassing aanwijzing intensieve zorg blijven van toepassing voor een indicatiebesluit dat is afgegeven voor 1 januari 2015.
2.
In geval van toepassing van het eerste lid blijven indicatiebesluiten waarvan de geldigheidsduur eindigt in 2015 gedurende zes maanden na de datum van het einde van de geldigheidsduur van het indicatiebesluit van kracht.
1.
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag ;
b. Samenloopbesluit kinderbijslag .
2.
De volgende ministeriële regelingen worden ingetrokken:
a. Regeling inkomen kinderbijslag 1997 ;
b. Regeling forfaitaire bedragen onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag 2012;
c. Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen .
1.
Indien het bij koninklijke boodschap van 2 september 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet studiefinanciering 2000 en enige andere wetten in verband met hervorming en versobering van de kindregelingen (Wet hervorming kindregelingen) (33 716) tot wet is verheven en in werking treedt, treden de artikelen van dit besluit in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, eerste tot en met vijfde, achtste en negende lid, van die wet in werking treedt.
2.
In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 5 en artikel 21, tweede lid, onderdeel c, in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.
3.
In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 6 in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, zesde lid van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.
4.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 16 in werking op het tijdstip waarop artikel III, onderdeel A, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.
5.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 17 in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, tweede subonderdeel, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.
Artikel 23. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering kinderbijslag.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar, 25 juni 2014
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de zevenentwintigste juni 2014
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het inkomen van het kind
+ Hoofdstuk 3. Het onderhoud van het kind
+ Hoofdstuk 4. Samenloop
+ Hoofdstuk 5. Kinderbijslag bij intensieve zorg
+ Hoofdstuk 6. Dubbele kinderbijslag bij om onderwijsredenen niet thuis wonende kinderen
+ Hoofdstuk 7. Wijziging van enkele besluiten
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht