Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit uitvoering overeenkomst EEG/Zwitserland inzake verzekeringstoezicht 1994

Uitgebreide informatie
Besluit van 2 juni 1994, houdende regelen ter uitvoering van de overeenkomst tussen de EEG en Zwitserland betreffende het directe schadeverzekeringsbedrijf
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 21 februari 1994, no. BGW94-222, Generale Thesaurie, Directie Binnenlands Geldwezen, Afdeling Verzekeringswezen;
Gelet op de artikelen 19 en 187, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
Gezien de adviezen van de Verzekeringskamer en van het Verbond van Verzekeraars;
De Raad van State gehoord (advies van 28 april 1994, no. W06.94.0100);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 24 mei 1994, no. BGW94-550;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ;
b. Zwitserland: Zwitserse Bondsstaat;
c. verzekeraar: schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland.
Artikel 2
Ten aanzien van een verzekeraar zijn de artikelen 42, 49, 96, 143 tot en met 146, 148, onderdeel c, en 153 van de wetniet van toepassing.
1.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 39, eerste lid, en 40 van de wet legt een verzekeraar bij de aanvraag van een vergunning aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over een certificaat, afgegeven door de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland, waarin wordt verklaard voor welke branches de verzekeraar een vergunning bezit en dat hij beschikt over een solvabiliteitsmarge die overeenkomt met de krachtens artikel 68 van de wet vereiste solvabiliteitsmarge. Het certificaat vermeldt voorts:
a. welk bedrag aan financiële middelen beschikbaar is om de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet in Nederland te dekken;
b. welke categorieën van risico's in feite door de verzekeraar vanuit de vestigingen in Zwitserland worden gedekt.
2.
Het certificaat wordt opgemaakt overeenkomstig het door de Pensioen- & Verzekeringskamer vast te stellen model.
1.
De Pensioen- & Verzekeringskamer legt het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, zonodig vergezeld van haar opmerkingen, binnen twee maanden na ontvangst van de vereiste gegevens, bewijsstukken en inlichtingen voor advies voor aan de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland.
2.
Indien de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland haar advies niet binnen drie maanden nadat zij het programma van werkzaamheden heeft ontvangen aan de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft uitgebracht, wordt zulks gelijkgesteld met een gunstig advies.
Artikel 5
In afwijking van artikel 48, eerste lid, van de wet doet de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen een maand na ontvangst van het advies, bedoeld in artikel 4, eerste lid, dan wel binnen een maand na verloop van de termijn, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van haar beslissing mededeling.
2.
Artikel 5, tweede lid, laatste volzin, van de Regeling programma van werkzaamheden verzekeringsbedrijf is niet van toepassing, behoudens voor zover sedert de oprichting van de onderneming van de verzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken en:
a. de verzekeraar is opgericht ingevolge een fusie van bestaande verzekeraars; of
b. de verzekeraar is opgericht door een of meer bestaande verzekeraars voor de uitoefening van een bepaalde branche, waarin een van de betrokken verzekeraars voordien werkzaam was.
3.
In afwijking van artikel 5, derde lid, van de Regeling programma van werkzaamheden verzekeringsbedrijf bevat het programma van werkzaamheden een opgave van de omvang van de solvabiliteitsmarge met betrekking tot het gehele in en buiten Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf.
1.
In afwijking van artikel 122, vierde lid, van de wet verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer voor een overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van schadeverzekering aan een verzekeraar geen toestemming alvorens de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland heeft verklaard dat de overnemende verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, de vereiste solvabiliteitsmarge bezit.
2.
In afwijking van artikel 122, vijfde lid, onderdeel b , van de wet kan de Pensioen- & Verzekeringskamer voor een overdracht als bedoeld in het eerste lid aan een verzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in een andere lid-staat gelegen bijkantoor alleen toestemming verlenen indien de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland heeft verklaard dat het betrokken bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge.
1.
Indien een verzekeraar niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 94 van de wet gestelde eisen met betrekking tot de technische voorzieningen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de vrije beschikking door de verzekeraar over zijn waarden, die betrekking hebben op zijn vanuit Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf, beperken of hem verbieden om anders dan met schriftelijke machtiging van de Pensioen- & Verzekeringskamer te beschikken over deze waarden.
2.
Alvorens een beperking of een verbod als bedoeld in het eerste lid uit te vaardigen, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland op de hoogte van haar voornemen.
3.
Een beperking of een verbod kan de Pensioen- & Verzekeringskamer ook uitvaardigen indien de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland of van een andere lid-staat dan Nederland waar de verzekeraar een vestiging heeft, dit verzoekt op grond van het feit dat de verzekeraar naar haar oordeel in soortgelijke omstandigheden verkeert als bedoeld in het eerste lid.
4.
De beperking of het verbod wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt.
5.
De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
6.
De Pensioen- & Verzekeringskamer heft de beperking of het verbod op zodra de verzekeraar weer voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen of, wanneer de beperking of het verbod uitsluitend berust op het derde lid, zodra daartoe naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding bestaat doch in elk geval zodra de in dat lid bedoelde toezichthoudende autoriteit de door haar opgelegde beperking of het verbod heeft opgeheven. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt de opheffing bekend aan de verzekeraar.
7.
De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in het derde lid, alsmede de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waarheen de verzekeraar vanuit Nederland diensten verricht in kennis van de uitvaardiging van de beperking of het verbod en de opheffing daarvan.
1.
De Pensioen- & Verzekeringskamer vaardigt een beperking of een verbod als bedoeld in artikel 8 uit ten aanzien van de hier te lande aanwezige waarden, indien de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland dit verzoekt op grond van het feit dat de verzekeraar naar haar oordeel in soortgelijke omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de wet.
2.
De beslissing waarbij de beperking of het verbod wordt opgelegd, wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt.
3.
De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
4.
De Pensioen- & Verzekeringskamer heft de beperking of het verbod, bedoeld in het eerste lid, op zodra de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland dit verzoekt. Zij maakt de opheffing bekend aan de verzekeraar. Tevens doet de Pensioen- & Verzekeringskamer van de opheffing mededeling aan de toezichthoudende autoriteiten van de andere lid-staten waarheen de verzekeraar vanuit Nederland diensten verricht.
1.
Alvorens tot intrekking van een vergunning van een verzekeraar over te gaan, raadpleegt de Pensioen- & Verzekeringskamer de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland, tenzij de vergunning wordt ingetrokken op eigen verzoek of omdat de verzekeraar de bedrijfsuitoefening in de betrokken branche gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt dan wel binnen twaalf maanden na verlening van de vergunning daarvan geen gebruik heeft gemaakt.
2.
Wanneer de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland een of meer vergunningen heeft ingetrokken of zal intrekken op overeenkomstige gronden als bedoeld in artikel 148, onderdelen b, c en d , van de wet trekt de Pensioen- & Verzekeringskamer eveneens de overeenkomstige vergunningen in. Deze intrekking gaat niet eerder in dan op het tijdstip waarop de intrekking in Zwitserland ingaat.
3.
De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt de intrekking van een vergunning ter kennis van de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland, tenzij de vergunning is ingetrokken op eigen verzoek of omdat de verzekeraar de bedrijfsuitoefening in de betrokken branche gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt dan wel binnen twaalf maanden na verlening van de vergunning daarvan geen gebruik heeft gemaakt. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt in deze gevallen de intrekking eveneens ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waarheen de verzekeraar vanuit Nederland diensten verricht.
1.
Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer bevindt of vermoedt dat de in artikel 148, onderdelen b en d , van de wet omschreven gevallen zich voordoen, kan zij de werkzaamheden van de verzekeraar geheel of gedeeltelijk schorsen gedurende een door haar te bepalen termijn van ten hoogste drie maanden. Onze Minister kan de Pensioen- & Verzekeringskamer op haar verzoek toestaan deze termijn met ten hoogste drie maanden te verlengen.
2.
Een besluit tot schorsing van de werkzaamheden wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt.
3.
De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt het besluit tot schorsing ter kennis van de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland.
4.
Tijdens de schorsing mag de verzekeraar geen nieuwe overeenkomsten van verzekering sluiten en overigens slechts met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn werkzaamheden uitoefenen. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan organen van de onderneming van de verzekeraar schriftelijk machtigen bepaalde handelingen te verrichten.
5.
De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met het besluit tot schorsing, inroepen indien de wederpartij dit besluit kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
1.
Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer een vergunning intrekt op grond van artikel 148, onderdelen b of d, beperkt zij de uitoefening van de beschikkingsbevoegdheid door de verzekeraar over zijn waarden of verbiedt zij hem om anders dan met haar schriftelijke machtiging over deze waarden te beschikken, voor zover zulks niet reeds ingevolge de artikelen 8 of 9 is geschied.
2.
Bij de publikatie, bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de wet wordt tevens mededeling gedaan van de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid of de artikelen 8, eerste of derde lid, en 9, eerste lid.
3.
De verzekeraar kan niet op grond van de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, een beroep doen op de ongeldigheid van een rechtshandeling die voor de openbaarmaking is verricht, tenzij de wederpartij de beperking onderscheidenlijk het verbod kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
4.
Indien het besluit tot intrekking wordt vernietigd, heft de Pensioen- & Verzekeringskamer de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, op.
Artikel 13
Indien de artikelen 156, vijfde lid, aanhef en onderdeel c, en elfde lid, 157, vierde lid, 165, zesde lid, of 169, vierde lid, van de wet toepassing vinden, wordt de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland op dezelfde wijze op de hoogte gebracht als de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten.
Artikel 14
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1994.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering overeenkomst EEG/Zwitserland inzake verzekeringstoezicht 1994.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 2 juni 1994
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de eenentwintigste juni 1994
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De toegang tot het verzekeringsbedrijf
+ Hoofdstuk III. Overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van schadeverzekering
+ Hoofdstuk IV. Bijzondere maatregelen
+ Hoofdstuk V. Intrekking van een vergunning en schorsing van de werkzaamheden
+ Hoofdstuk VI. Noodregeling en faillissement
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht