Besluit van 7 mei 2004, houdende regels met betrekking tot universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 10 juli 2003, nrs. WJZ 3025210 en WJZ 3025247;
Gelet op richtlijn nr. 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108), richtlijn nr. 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PbEG L 201), en de artikelen 7.4, derde en vierde lid, 7.5, 7.6, tweede lid, 7.8, 9.1, tweede en vierde lid, 9.2, tweede lid, 9.4, eerste lid, 12.1, 18.2 en 18.12 van de Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (adviezen van 14 augustus 2003, nr. W10.03.0310/II en 25 september 2003, nr. W10.03.0309/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 3 mei 2004, nr. WJZ 4028408;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1.1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Telecommunicatiewet ;
b. woonkern: aaneengesloten bebouwing binnen één gemeente;
c. telefoonnummer: nummer uit een door Onze Minister krachtens artikel 4.1, eerste lid, van de wet vastgesteld nummerplan of uit de Europese telefoonnummeringsruimte dat krachtens zijn bestemming gebruikt mag worden voor de ontvangst van gesprekken en dat, indien de nummergebruiker tevens een aanbieder van elektronische communicatiediensten is, niet wordt gebruikt om toegang tot die elektronische communicatiediensten te verschaffen;
d. standaard telefoongids: algemeen beschikbare abonneelijst waarin uitsluitend telefoonnummers kunnen worden opgezocht aan de hand van gegevens betreffende de naam in combinatie met gegevens betreffende het adres en huisnummer, postcode of de woonplaats van de abonnee;
e. standaard abonnee-informatiedienst: algemeen beschikbare abonnee-informatiedienst waarmee uitsluitend telefoonnummers kunnen worden opgevraagd aan de hand van gegevens betreffende de naam in combinatie met gegevens betreffende het adres en huisnummer, postcode of de woonplaats van de abonnee;
f. semafoondienst: openbare draadloze elektronische communicatiedienst waarbij individuele abonnees of groepen abonnees kunnen worden gealarmeerd of waarmee berichten naar deze abonnees kunnen worden gestuurd;
g. ERMES: systeem voor een openbare pan-Europese semafoondienst te land, zoals omschreven in de bijlage bij aanbeveling nr. 90/543/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 oktober 1990, inzake de gecoördineerde invoering in de Gemeenschap van een openbare pan-Europese semafoondienst te land (PbEG L 310);
h. telexdienst: commerciële exploitatie ten behoeve van het publiek van direct transport van telexberichten overeenkomstig de te Melbourne op 25 november 1998 tot stand gekomen aanbeveling I 240 van de Internationale Raadgevende Commissie inzake telegrafie en telefonie (CCITT) van en naar netwerkaansluitpunten van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, waarvan iedere gebruiker van op een dergelijk netwerkaansluitpunt aangesloten apparatuur gebruik kan maken om met een ander netwerkaansluitpunt te communiceren;
i. carrierdienst: elektronische communicatiedienst, niet zijnde de openbare telefoondienst, die voor het publiek beschikbaar is voor uitgaande gesprekken;
j. klacht: iedere klacht of vraag van een abonnee aan een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst omtrent de bedragen die deze aanbieder aan hem in rekening brengt;
k. bemiddelingsdienst: algemeen beschikbare dienst waarmee door omzetting van real-time text of beeld van gebarentaal, eventueel ondersteund door spraak, naar spraak en spraak naar real-time text of beeld van gebarentaal, eventueel ondersteund door spraak, een gesprek kan worden gevoerd tussen enerzijds een eindgebruiker die gebruik maakt van tekst- of beeldtelefonie en anderzijds een eindgebruiker die gebruik maakt van reguliere telefonie;
l. real-time text: teken voor teken verstuurde en ontvangen tekst;
m. gebarentaal: Nederlandse Gebarentaal en Nederlands met Gebaren.
Artikel 2.1
De aansluiting op het openbaar elektronisch communicatienetwerk op een vaste locatie, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, biedt de mogelijkheid van datacommunicatie met datasnelheden die toereikend zijn voor een functionele toegang tot het internet.
Artikel 2.2
In een woonkern met meer dan 5000 inwoners is ten minste één openbare betaaltelefoon per 5000 inwoners.
1.
Onverminderd artikel 11.6 van de wet, bevatten telefoongidsen, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdelen c en d, van de wet, en het abonneebestand dat voor de abonnee-informatiedienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, wordt gebruikt, de gegevens van abonnees waaraan een telefoonnummer is toegekend.
2.
De in het eerste lid bedoelde gegevens bestaan in elk geval uit: de naam van de desbetreffende abonnee en diens adres en huisnummer, postcode, woonplaats en telefoonnummers.
3.
Voor opname van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, in de telefoongidsen of in het abonneebestand dat voor de abonnee-informatiedienst wordt gebruikt, worden geen kosten in rekening gebracht.
4.
De telefoongidsen worden ten minste eenmaal per jaar geactualiseerd.
5.
Het voor de abonnee-informatiedienst gebruikte abonneebestand wordt ten minste eenmaal per week geactualiseerd.
1.
De in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet genoemde dienst waardoor eindgebruikers met een auditieve beperking of spraakbeperking toegang hebben tot de in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel b en e, van de wet genoemde diensten is de bemiddelingsdienst.
2.
De bemiddelingsdienst ondersteunt de bij ministeriële regeling aangewezen standaarden.
3.
De bemiddelingsdienst treft de voorzieningen die noodzakelijk zijn om oproepen van eindgebruikers met een auditieve beperking of spraakbeperking naar alarmnummers met voorrang te bemiddelen.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan de toegankelijkheid van de bemiddelingsdienst, waaronder de te bemiddelen gesprekken, de openingstijden en de wachttijd voor aanvang van een door de dienst te bemiddelen gesprek. Ten aanzien van het bemiddelen van gesprekken in enerzijds real-time text en anderzijds gebarentaal kunnen verschillende eisen worden gesteld.
1.
De in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet genoemde dienst waardoor eindgebruikers met een visuele beperking, toegang hebben tot de in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel d, genoemde dienst is de abonnee-informatiedienst.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de abonnee-informatiedienst voor eindgebruikers met een visuele beperking.
Artikel 2.3c
Bij ministeriële regeling kunnen andere dan de in de artikelen 2.1 tot en met 2.3b bedoelde regels worden gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de in artikel 9.1, eerste lid, van de wet genoemde diensten.
1.
Het tarief voor de eerste aansluiting op het openbare elektronische communicatienetwerk op een vaste locatie, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is eenmalig en, uitgaande van de kosten, niet hoger dan redelijk.
2.
In afwijking van het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling voor bepaalde categorieën eindgebruikers tarieven worden vastgesteld die aan hen ten hoogste in rekening mogen worden gebracht.
3.
Consumenten kunnen met betrekking tot de toegang tot het openbare elektronische communicatienetwerk en de levering van de openbare telefoondienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet via de eerste aansluiting kiezen uit één van de volgende abonnementsvormen:
a. een belabonnement, waarvan het maandelijkse tarief dat onafhankelijk is van het gebruik, en de gebruiksafhankelijke tarieven, elk afzonderlijk, uitgaande van de kosten voor levering van de openbare telefoondienst via een vast netwerk, niet hoger dan redelijk zijn;
b. een bereikbaarheidsabonnement, waarvan het maandelijkse tarief dat onafhankelijk is van het gebruik, en de gebruiksafhankelijke tarieven niet hoger zijn dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
4.
Voor eindgebruikers, niet zijnde consumenten, is het belabonnement, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, beschikbaar.
5.
De in het derde lid, onderdeel b, bedoelde tarieven worden jaarlijks per 1 april aangepast aan de consumentenprijsindex.
6.
De aanbieder die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen hoeft het krachtens het derde lid, onderdeel b, gestelde tariefvoorschrift voor het maandelijkse tarief niet in acht te nemen jegens consumenten die tevens geabonneerd zijn op een carrierdienst.
1.
De tarieven voor toegang tot een openbare betaaltelefoon, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet zijn, uitgaande van de kosten, niet hoger dan redelijk.
2.
Het tarief voor de telefoongids, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel d, van de wet en voor de abonnee-informatiedienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet is, uitgaande van de kosten, niet hoger dan redelijk.
3.
Het tarief voor gebruik van de abonnee-informatiedienst voor eindgebruikers met een visuele beperking is voor de eindgebruiker niet hoger dan het tarief voor bellen naar een geografisch nummer.
Artikel 2.7
Het tarief voor een gesprek dat door de bemiddelingsdienst wordt bemiddeld is voor de eindgebruiker niet hoger dan het tarief voor het bellen naar een geografisch nummer.
Artikel 2.8
De aanbieder die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen, verlangt geen betaling voor diensten of faciliteiten die voor het gebruik van de gevraagde dienst niet vereist zijn.
1.
De aanbieder van openbare telefoondiensten op een vaste locatie die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen, rekent in zijn verzorgingsgebied aan consumenten voor de eerste aansluiting op een vaste locatie een uniform tarief.
2.
De aanbieder kan voor de aansluiting op een vaste locatie via een mobiel netwerk een ander uniform tarief rekenen dan voor aansluiting via een vast netwerk.
3.
De aanbieder kan een lager uniform tarief rekenen, indien de consument reeds op een vaste locatie is aangesloten via het vaste netwerk bij deze aanbieder en die dienst vanaf een ander adres wil afnemen en de aanbieder gebruik kan maken van een bestaande aansluiting om die dienst aan hem te leveren.
Artikel 2.9a
De aanbieder van openbare telefoondiensten op een vaste locatie die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen, kan, waar deze de openbare telefoondienst via een mobiel netwerk levert, een andere tariefstructuur dan de in artikel 2.5, derde lid, onderdelen a en b, beschreven tariefstructuur hanteren, mits consumenten in dat geval kunnen kiezen uit één van de volgende abonnementsvormen:
a. een belabonnement, waarbij de consument per jaar geen hoger bedrag in rekening wordt gebracht dan op grond van artikel 2.5, derde lid, onderdeel a, zou zijn toegestaan;
b. een bereikbaarheidsabonnement, waarbij de consument per jaar geen hoger bedrag in rekening wordt gebracht dan op grond van artikel 2.5, derde lid, onderdeel b, zou zijn toegestaan.
Artikel 2.10
De aanbieder van telefoongidsen of de abonnee-informatiedienst die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen, is gehouden de hem verstrekte informatie non-discriminatoir te behandelen.
1.
Teneinde abonnees in staat te stellen hun uitgaven te beheersen en te controleren en een ongegronde onderbreking van de levering van de dienst te voorkomen, worden bij ministeriële regeling aanbieders die krachtens artikel 9.2 van de wet zijn aangewezen verplicht om diensten of faciliteiten als bedoeld in bijlage I, deel A, van richtlijn nr. 2002/22/EG te leveren. De verplichtingen die strekken tot uitvoering van bijlage I, Deel A, onderdeel e, van richtlijn nr. 2002/22/EG zijn van overeenkomstige toepassing op aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten die de eindgebruiker toegang verschaffen tot nummers uit het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten of internationale nummers, met uitzondering van aanbieders van carrierdiensten.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het door een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten opschorten of beëindigen van de levering van zijn openbare elektronische communicatiedienst. De regels kunnen betrekking hebben op verplichtingen waaraan de aanbieder moet voldoen voordat hij de dienstverlening mag opschorten of beëindigen. Zij kunnen tevens inhouden dat de dienstverlening in bij de regeling omschreven gevallen geheel of gedeeltelijk in stand moet blijven.
Artikel 2.11a
De aanbieder van de bemiddelingsdienst die krachtens artikel 9.2, eerste lid, van de wet is aangewezen, verstrekt aan consumenten op duidelijke, volledige en begrijpelijke wijze de bij ministeriële regeling te bepalen informatie.
Artikel 2.12
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bijdrage: bijdrage bedoeld in artikel 9.5, eerste lid, van de wet;
aanbieder: onderneming die openbare elektronische communicatiediensten, openbare elektronische communicatiewerken of bijbehorende faciliteiten aanbiedt;
1.
Voor de vaststelling van de hoogte van de bijdrage wordt de vergoeding, bedoeld in artikel 9.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet toegedeeld aan de aanbieders naar rato van hun omzet. De artikelen 12, vierde lid, en 13 van het Besluit doorberekening kosten ACM zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald beneden welke omzet aan een aanbieder geen bedrag in rekening wordt gebracht.
3.
Bij de toepassing van het eerste en tweede lid wordt uitgegaan van de omzetgegevens die op grond van artikel 12a van het Besluit doorberekening kosten ACM zijn verstrekt.
4.
De aanbieder betaalt de bijdrage binnen 30 dagen na ontvangst van de beschikking waarin de hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld.
Artikel 3.1
Een aanbieder die telefoonnummers in gebruik geeft, voldoet aan alle redelijke verzoeken om, ten behoeve van het verstrekken van algemeen beschikbare telefoongidsen en algemeen beschikbare abonnee-informatiediensten, de relevante informatie in een overeengekomen formaat beschikbaar te stellen op billijke, objectieve, kostengeoriënteerde en niet-discriminerende voorwaarden.
1.
Een aanbieder van de openbare telefoondienst die voor of bij het sluiten van een overeenkomst met een gebruiker diens naam, adres en huisnummer, postcode en woonplaats vraagt, vraagt tevens toestemming voor opname van deze soorten persoonsgegevens en door hem in gebruik gegeven telefoonnummers in elke standaard telefoongids en elk abonneebestand dat voor een standaard abonnee-informatiedienst wordt gebruikt. De in de vorige volzin bedoelde toestemming wordt per soort persoonsgegeven afzonderlijk gevraagd.
2.
De gegeven toestemming is relevante informatie als bedoeld in artikel 3.1.
3.
Een aanbieder van de openbare telefoondienst die tevens toestemming vraagt voor opname in een andere telefoongids dan de standaard telefoongids of een abonneebestand dat niet uitsluitend wordt gebruikt voor de standaard abonnee-informatiedienst, zorgt ervoor dat de wijze waarop en de vorm waarin de in het eerste lid bedoelde toestemming wordt gevraagd ten minste gelijk is aan de wijze waarop en de vorm waarin de in dit lid eerstgenoemde toestemming wordt gevraagd.
Artikel 3.3
De abonnee-informatiedienst, bedoeld in artikel 7.6 van de wet, voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 2.3.
Artikel 3.4
Als openbare elektronische communicatiediensten als bedoeld in artikel 12.1 van de wet worden aangewezen:
a. semafoondiensten, waaronder begrepen ERMES-diensten;
b. telexdiensten;
c. carrierdiensten.
1.
Bij ministeriële regeling kunnen aanbieders van carrierdiensten verplicht worden om op genoegzame wijze informatie over hun tarieven en andere bij die regeling te bepalen onderwerpen bekend te maken aan consumenten.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen aan aanbieders van carrierdiensten en aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken die voor het aanbieden van carrierdiensten worden gebruikt verplichtingen worden opgelegd inzake het bieden aan consumenten van nummeridentificatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel cc, onder 1°, van de wet.
3.
Bij ministeriële regeling kan artikel 7.4, eerste lid, van de wet van overeenkomstige toepassing verklaard worden op aanbieders van vaste carrierdiensten. Artikel 7.4, tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
1.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. het bekend maken van informatie over de geldende tarieven door aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten en aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken;
b. het aan een consument verstrekken van informatie over diens gebruik van openbare elektronische communicatiediensten door aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten;
c. de weergave van nummers door aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten;
d. het aan de consument bieden van een voorziening voor het begrenzen van het gebruik van openbare elektronische communicatiediensten door aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten;
e. de gevolgen van een klacht van een consument over een bedrag dat door een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst aan de consument in rekening is gebracht, alsmede de gevolgen van de betwisting van dat bedrag ten overstaan van een geschillencommissie als bedoeld in artikel 12.1 van de wet.
2.
De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen verschillen voor de bij die regeling te bepalen categorieën van nummers.
3.
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillen voor de bij die regeling te bepalen categorieën van aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten.
1.
Een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst of een openbaar elektronische communicatienetwerk verstrekt ten aanzien van de door hem verstrekte diensten, bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet in ieder geval de volgende gegevens:
a. het al dan niet bieden van toegang tot alarmnummers en gegevens over de locatie van de oproeper en eventuele beperkingen van de toegang tot alarmnummers;
b. beperkingen inzake toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen;
c. de wachttijd bij eerste aansluiting en andere minimum kwaliteitsniveaus van de geboden diensten;
d. maatregelen om het verkeer te meten en te sturen met als doel te voorkomen dat een netwerkaansluiting tot haar maximum wordt gevuld of overloopt, en de wijze waarop deze procedures gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van de dienstverlening;
e. de soorten onderhoudsdiensten, de verstrekte klantenservices en de manier waarop met deze diensten contact kan worden opgenomen;
f. alle beperkingen aan het gebruik van geleverde eindapparatuur.
2.
Een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst of een openbaar elektronisch communicatienetwerk verstrekt ten aanzien van de in artikel 7.1, eerste lid, onderdeel d, van de wet bedoelde voorwaarden waaronder de diensten door hem worden verstrekt, kunnen worden verlengd of beëindigd in ieder geval de volgende gegevens:
a. het minimale gebruik of de minimale gebruiksperiode die vereist is om van speciale aanbiedingen te kunnen genieten;
b. alle kosten in verband met de portabiliteit van nummers en andere identificatoren;
c. alle kosten die bij de beëindiging van het contract verschuldigd zijn.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud van en de opmaak van de verstrekking van de in het eerste en tweede lid genoemde gegevens.
1.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor nummergebruikers over:
a. de tarifering van een oproep naar een nummer;
b. het bekend maken van informatie over de tarifering van een oproep naar een nummer:
c. de weergave van een nummer;
d. het gebruik van een nummer;
e. de toegang tot een nummer;
f. de duur van een oproep naar een nummer.
2.
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillen voor de bij die regeling te bepalen categorieën van nummers.
1.
Als gedragingen die betrekking hebben op het kennelijk misbruik maken van de tarifering van een nummer worden aangewezen het voorafgaand aan het leveren van een aan een oproep verbonden dienst:
a. verstrekken van feitelijk onjuiste informatie of informatie die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden als bedoeld in artikel 193c, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek,
b. weglaten van essentiële informatie als bedoeld in artikel 193d, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
2.
Het eerste lid is van toepassing op nummers uit de categorieën 0900, 0906, 0909 en 18.
1.
Een abonnee van een openbare telefoondienst of van een carrierdienst heeft jegens zijn aanbieder het recht om aan te geven dat zijn nummer op nota’s voor geleverde elektronische communicatiediensten, waarbij vermelding plaatsvindt van opgeroepen nummers, dient te worden afgeschermd.
2.
Een aanbieder als bedoeld in het eerste lid draagt er zorg voor dat de andere aanbieders wie het aangaat worden geïnformeerd omtrent de nummers die dienen te worden afgeschermd. Eerstbedoelde aanbieder draagt zorg voor de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de verstrekte informatie. Deze informatie blijft beperkt tot een overzicht van de af te schermen nummers.
3.
Alle aanbieders wie het aangaat geven zo spoedig mogelijk doch uiterlijk met ingang van de factuurperiode volgend op die binnen welke het verzoek is gedaan, uitvoering aan het verzoek van de abonnee.
4.
Afscherming van een nummer als bedoeld in het eerste lid vindt plaats door het weglaten dan wel onherkenbaar maken van de laatste vier cijfers van het nummer.
5.
Iedere aanbieder is jegens zijn eigen abonnee gehouden ervoor te zorgen dat afscherming als bedoeld in het eerste lid, zowel waar het gaat om afscherming op nota’s die door de desbetreffende aanbieder zelf worden uitgebracht als op nota’s die door andere aanbieders worden uitgebracht, wordt uitgevoerd.
6.
De uitoefening van het recht, bedoeld in het eerste lid, is kosteloos.
Artikel 4.3
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de op grond van artikel 11.10, eerste en tweede lid, van de wet te verstrekken gegevens.
Artikel 5.1
Het Besluit universele dienstverlening , het Besluit ONP huurlijnen en telefonie en het Besluit aanwijzing openbare telecommunicatiediensten (geschillencommissie) worden ingetrokken.
Artikel 5.2
Dit besluit treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002 in werking treedt.
Artikel 5.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 7 mei 2004
De Minister van Economische Zaken ,
Uitgegeven de achttiende mei 2004
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. Universele dienstverlening
+ Hoofdstuk 3. Eindgebruikersbelangen
+ Hoofdstuk 4. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
+ Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken