Let op. Deze wet is vervallen op 27 oktober 2006. U leest nu de tekst die gold op 26 oktober 2006.

Besluit vaststelling examengelden enige staatsexamens

Uitgebreide informatie
Besluit van 15 februari 1973, tot vaststelling/wijziging van de examengelden voor enige staatsexamens
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze minister van onderwijs en wetenschappen van 5 januari 1973, AVO/J-471222;
Gelet op artikel 99 a van de Overgangswet W.V.O. juncto artikel 79 van de middelbaar-onderwijswet, artikel 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 5, vierde lid, van de Wet van 20 mei 1955, Stb. 224, krachtens welk artikel het mogelijk is examens ter verkrijging van een akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs af te leggen volgens de regels geldende op 31 augustus 1954;
De Raad van State gehoord (advies van 17 januari 1973, nr. 8);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde minister van 6 februari 1973, AVO/J-526938;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Zij die aan het examen ter verkrijging van een akte of bewijs, bedoeld in de artikelen 70 t/m 78 van de middelbaaronderwijswet dan wel de artikelen 68 t/m 81 van die wet zoals deze luidden op 31 augustus 1954, wensen deel te nemen, zijn verschuldigd een bedrag van:
I. f 450, met een interimtarief van f 360 voor het examen dat in 1986 aanvangt, voor elke van de navolgende akten/bewijzen:
a. de akte A Nederlandse taal (K VII a ), de akte A Franse taal, de akte A Engelse taal, de akte A Hoogduitse taal en de akte A voor enige andere taal;
b. de akte A wiskunde;
c. de akte A natuurkunde en scheikunde;
d. de akte boekhouden;
e. de akte schoonschrijven;
f. de akte A tekenen;
g. het bewijs van met gunstig gevolg afgelegd eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van de akte geschiedenis (K VIII), bedoeld in artikel 2 van de beschikking van Onze minister van onderwijs en wetenschappen van 16 augustus 1971, AVO-460963 ( Stcrt. 1971, 184);
h. het bewijs van met gunstig gevolg afgelegd eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van de akte aardrijkskunde (K IX), bedoeld in artikel 2 van de beschikking van Onze minister van onderwijs en wetenschappen van 7 oktober 1971, AVO/J-474918 ( Stcrt. 1971, 207).
II. f 450, met een interimtarief van f 360 voor het examen dat in 1986 aanvangt, voor elke van de navolgende akten/bewijzen:
a. de akte B Nederlandse taal en letterkunde (K VII b ), de akte B Franse taal en letterkunde, de akte B Engelse taal en letterkunde, de akte B Hoogduitse taal en letterkunde en de akte B of ongesplitste akte voor enige andere taal, met dien verstande, dat zij, die examen afleggen voor de akte B in een van de talen Nederlands, Frans, Hoogduits of Engels zonder in het bezit te zijn van de akte A voor de overeenkomstige taal of een kandidaatsgetuigschrift als bedoeld in artikel 1 onder onderscheidenlijk de nummers 1, 2, 3 of 4 van Ons besluit van 22 juni 1964, Stb. 214, een bedrag van f 450, met een interimtarief van f 360 voor het examen dat in 1986 aanvangt, verschuldigd zijn;
b. de akte geschiedenis (K VIII) te verkrijgen door het afleggen van het ongedeelde examen of van het tweede gedeelte van het examen bedoeld in de beschikking hiervoor genoemd onder I g ;
c. de akte aardijkskunde (K IX) te verkrijgen door het afleggen van het ongedeelde examen of van het tweede gedeelte van het examen bedoeld in de beschikking hiervoor genoemd onder I h ;
d. de akte staathuishoudkunde en statistiek (K X);
e. de akte staatsinrichting (K XI);
f. de akte B wiskunde;
g. de akte B natuurkunde;
h. de akte B scheikunde;
i. de akte handelswetenschappen;
j. de akte plant- en dierkunde;
k. de akte lichamelijke oefening;
l. de akte B tekenen.
III. f 450, met een interimtarief van f 360 voor het examen dat in 1986 aanvangt, voor een aanvullend examen ter verkrijging van de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de kosmografie.
IV. f 225, met een interimtarief van f 180 voor het examen dat in 1986 aanvangt, voor een aanvullend examen, bedoeld in artikel 5 van het Reglement examens middelbare akten 1959.
2.
Indien het volledige staatsexamen in één kalenderjaar wordt afgelegd, is het in het eerste lid genoemde bedrag verschuldigd.
3.
Indien een staatsexamen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen I tot en met III, verspreid over meer dan één kalenderjaar wordt afgelegd, bedraagt het examengeld per kalenderjaar f 50, vermeerderd met een bedrag voor elk onderdeel dat in het desbetreffende kalenderjaar wordt afgelegd. Het bedrag voor een onderdeel wordt bepaald door het bedrag, genoemd in het eerste lid, te verminderen met f 50 en te delen door het aantal onderdelen.
4.
Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen stelt na overleg met de desbetreffende staatsexamencommissie voor elk staatsexamen het aantal onderdelen als bedoeld in het derde lid vast.
5.
Voor het afleggen van een herexamen is geen examengeld verschuldigd.
Artikel 2
Zij die wensen af te leggen het examen ter verkrijging van een bewijs van pedagogische en didactische voorbereiding, vermeld in Ons besluit van 21 juli 1958, Stb. 362 of het examen in de theorie van onderwijs en opvoeding, vermeld in het programma Q van het Koninklijk besluit van 2 februari 1864, Stb. 8, zijn een bedrag van f 225, met een interimtarief van f 180 voor het examen dat in 1986 aanvangt, verschuldigd, tenzij zij dit examen afleggen in hetzelfde jaar waarin zij deelgenomen hebben aan het examen ter verkrijging van de desbetreffende akte van bekwaamheid, in welk geval geen examengeld verschuldigd is.
Artikel 3
Zij die aan slechts één gedeelte van het examen ter verkrijging van de akte boekhouden bedoeld in artikel 1 onder I d onderscheidenlijk de akte handelswetenschappen bedoeld in artikel 1 onder II i wensen deel te nemen, zijn een bedrag verschuldigd van f 225, met een interimtarief van f 180 voor het gedeelte van het examen dat in 1986 aanvangt.
Artikel 4
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 5
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 6
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 7
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 8
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 9
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 10
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 11
Met ingang van 1 januari 1973 vervalt het Koninklijk besluit van 19 augustus 1926, Stb. 309, en Ons besluit van 19 augustus 1959, Stb. 327.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 1973; het bepaalde in artikel 1 onder I, letters g. en h. werkt terug tot 1 augustus 1971 met dien verstande dat gedurende de periode 1 augustus 1971 tot 1 januari 1973 het examengeld f 60,- in plaats van f 90,- bedraagt.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 15 februari 1973
De minister van onderwijs en wetenschappen,
Uitgegeven de vijftiende maart 1973.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht