Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit vaststelling nadere regels vergoeding ex artikel 16c Auteurswet 1912 (hoogte en verschuldigdheid)

Uitgebreide informatie
Besluit van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 11 juli 2007, nr. 5494360/07/6, Directie Wetgeving;
Gelet op artikel 16c, zesde lid, van de Auteurswet 1912, en artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten;
De Raad van State gehoord (advies van 21 augustus 2007, nr. W03.07.0220/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 2 november 2007, nr. 5514145/07/6, Directie Wetgeving,
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De vergoeding en de voorwerpen waarop deze rust, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit. De stichting die is aangewezen overeenkomstig artikel 16e van de Auteurswet kan Onze Minister van Justitie voorstellen doen tot wijziging van deze bijlage.
1.
Het totaal van de geïnde vergoedingen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, dat door de in artikel 16d van de Auteurswet bedoelde rechtspersoon niet in de drie kalenderjaren volgend op het kalenderjaar van inning onder de rechthebbenden is verdeeld, wordt in het daarop volgende kalenderjaar, vermeerderd met de daarover ontvangen rente en andere baten, als zijnde niet verschuldigd in mindering gebracht op de door fabrikanten en importeurs, bedoeld in artikel 16c, tweede lid, van de Auteurswet, voor dat kalenderjaar verschuldigde vergoedingen.
2.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op vergoedingen voor het reproduceren van beschermd materiaal, als bedoeld in artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten.
1.
Het totaal van de tot en met 31 december 2004 geïnde vergoedingen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, vermeerderd met de daarover ontvangen rente en andere baten, dat naar het oordeel van het College van Toezicht niet onder de rechthebbenden kan worden verdeeld, wordt door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 16d van de Auteurswet, met ingang van 1 januari 2008 als zijnde niet verschuldigd jaarlijks voor telkens een vierde in mindering gebracht op de door fabrikanten en importeurs, bedoeld in artikel 16c, tweede lid, van de Auteurswet, voor dat kalenderjaar verschuldigde vergoedingen.
2.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op vergoedingen voor het reproduceren van beschermd materiaal, als bedoeld in artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten.
1.
Dit besluit treedt in werking acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
2.
Artikel 1 en de bijlage bij dit besluit vervallen met ingang van 1 januari 2013.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 5 november 2007
De Minister van Justitie ,
Uitgegeven de zevende november 2007
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht