Besluit van 23 oktober 2012, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 5 oktober 2012, nr. 309523;
Gelet op artikel 16c, zesde lid, van de Auteurswet, en artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 oktober 2012, nr. W03.12.0398/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 22 oktober 2012, nr. 314233,
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Het totaal van de geïnde vergoedingen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, dat door de in artikel 16d van de Auteurswet bedoelde rechtspersoon niet in de drie kalenderjaren volgend op het kalenderjaar van inning onder de rechthebbenden is verdeeld, wordt in het daarop volgende kalenderjaar, vermeerderd met de daarover ontvangen rente en andere baten, als zijnde niet verschuldigd in mindering gebracht op de door fabrikanten en importeurs, bedoeld in artikel 16c, tweede lid, van de Auteurswet, voor dat kalenderjaar verschuldigde vergoedingen. Indien er in het laatstgenoemde kalenderjaar geen vergoedingen van kracht zijn, wordt het in de vorige zin bedoelde totaal van de geïnde vergoedingen, vermeerderd met de daarover ontvangen rente en andere baten, als zijnde niet verschuldigd terugbetaald aan de fabrikanten en importeurs die een vergoeding hebben betaald in het kalenderjaar van inning.
2.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op vergoedingen voor het reproduceren van beschermd materiaal, als bedoeld in artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten.
Artikel 3
Het Besluit van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912 (Stb. 435) vervalt.
1.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Aan het besluit kan terugwerkende kracht worden verleend tot 1 januari 2013.
2.
Artikel 1 en de bijlage bij dit besluit vervallen met ingang van 1 januari 2016.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 23 oktober 2012
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de vijfentwintigste oktober 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht