Besluit van 3 mei 2005 tot vaststelling van tijdelijke rechtspositionele voorzieningen van sociaal flankerend beleid voor rechterlijke ambtenaren bij reorganisaties
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 24 februari 2005, nr. 5335326/05/6;
Gelet op artikel 54, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
De Raad van State gehoord (advies van 30 maart 2005, nr. W03.05.0053/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 27 april 2005, nr. 5345952/05/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Brra: het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren ;
b. functie: functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel a, van het Brra;
c. herplaatsen: herplaatsen als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel b, van het Brra;
d. herplaatsingskandidaat: herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van het Brra;
e. passende functie: passende functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel d, van het Brra;
f. rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar die is aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke taak en die werkzaam is bij een parket of gerecht of een onderdeel daarvan waarvan Onze Minister of het gerechtsbestuur het voornemen tot reorganisatie bekend heeft gemaakt aan het betrokken medezeggenschapsorgaan;
g. reorganisatie: reorganisatie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel 9, van het Brra;
h. verplaatsen: verplaatsen als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel h;
i. VKB 1989: Verplaatsingskostenbesluit 1989 .
2.
Dit besluit is niet van toepassing op de rechterlijke ambtenaren werkzaam bij de Hoge Raad of het parket bij de Hoge Raad.
1.
Ten aanzien van de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden op grond van dit besluit uitgeoefend door het gerechtsbestuur, tenzij anders is bepaald.
2.
Ten aanzien van de bij een parket werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden op grond van dit besluit uitgeoefend door Onze Minister, tenzij anders is bepaald.
3.
De bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, worden niet uitgeoefend dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit.
1.
Voordat wordt besloten tot de aanwijzing van een herplaatsingskandidaat, wordt een periode van drie maanden in acht genomen waarin wordt getracht om via bevordering van vrijwillige mobiliteit deze aanwijzing te voorkomen.
2.
De periode, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het moment waarop het voornemen tot reorganisatie bekend wordt gemaakt aan het betrokken medezeggenschapsorgaan.
Artikel 4
De rechterlijk ambtenaar, die herplaatsingskandidaat is geworden, heeft een voorrangspositie op andere rechterlijke ambtenaren bij de vervulling van vacatures bij een parket of gerecht of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister.
Artikel 5
Bij een herplaatsing van een rechterlijk ambtenaar in een functie waaraan een lagere bezoldiging is verbonden dan aan zijn oorspronkelijke rang, spant Onze Minister of het gerechtsbestuur zich in om, zodra een functie beschikbaar is op het oorspronkelijke bezoldigingsniveau, de rechterlijk ambtenaar in aanmerking te laten komen voor benoeming in deze functie.
Artikel 6
Onze Minister of het gerechtsbestuur kan de rechterlijk ambtenaar tijdelijk andere werkzaamheden laten verrichten dan die welke hij gewoonlijk verricht.
Artikel 7
Aan de rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt herplaatst en daardoor voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling reiskosten heeft die uitgaan boven de vergoeding waarop hij krachtens het VKB 1989 aanspraak heeft, kan een aflopende tegemoetkoming worden toegekend in de niet voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
1.
Aan een rechterlijk ambtenaar die in verband met zijn herplaatsing in opdracht van Onze Minister of het gerechtsbestuur is verhuisd, wordt, in afwijking van artikel 36r, eerste lid, van het Brra, eenmalig een bedrag toegekend van € 13.025,31 bruto.
2.
Het is het eerste lid bedoelde bedrag wordt aangepast aan de algemene salarisontwikkeling in de sector Rijk.
1.
Indien de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, kan hem begeleiding worden aangeboden door een onafhankelijke psycholoog of arbeidskundige ten behoeve van de emotionele verwerking van de reorganisatie.
2.
De kosten van de begeleiding, bedoeld in het eerste lid, komen tot een maximum van € 3000 (inclusief BTW) voor rekening van Onze Minister of het gerechtsbestuur.
1.
Indien de rechterlijk ambtenaar als gevolg van zijn herplaatsing moet verhuizen en de meeverhuizende partner om die reden de eigen baan moet opzeggen, kunnen aan die partner faciliteiten worden aangeboden bij het zoeken naar een nieuwe baan.
2.
Onder partner wordt in dit artikel verstaan: echtgenoot alsmede geregistreerde partner of levenspartner met wie de niet gehuwde rechterlijk ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding.
1.
Indien een functie waarin een herplaatsingskandidaat is benoemd bij koninklijk besluit of waarnaar deze is verplaatst alsnog binnen een jaar niet passend blijkt te zijn, kan de rechterlijk ambtenaar één keer opnieuw worden aangewezen als herplaatsingskandidaat.
2.
In het geval, bedoeld in het eerste lid, is de redelijke termijn, bedoeld in artikel 36aa, tweede lid, van het Brra, gelijk aan de nog niet verstreken duur van de oorspronkelijk geldende herplaatsingstermijn van voor de herplaatsing.
1.
De herplaatsingskandidaat aan wie op zijn aanvraag bij koninklijk besluit ontslag is verleend wegens het aanvaarden van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, en die buiten zijn schuld binnen twee maanden daarna ontslagen wordt, kan met ingang van de datum van dat ontslag opnieuw worden benoemd bij koninklijk besluit in vaste dienst, in welk geval hij herplaatsingskandidaat is voor de nog niet verstreken duur van de voor hem oorspronkelijke geldende herplaatsingstermijn.
2.
Indien een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar niet gedurende de in het eerste lid bedoelde periode kan worden herplaatst in een voor hem passende functie kan hem ontslag worden verleend.
3.
Bij een ontslagverlening op grond van het tweede lid geldt geen opzegtermijn.
1.
Aan de rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn aanvraag bij koninklijk besluit eervol ontslag is verleend om een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister te gaan vervullen, kan gedurende maximaal drie jaar een bijdrage in de kosten voor kinderopvang en gastouderopvang worden toegekend gelijk aan de bijdrage die zou zijn ontvangen als de rechterlijk ambtenaar geen eervol ontslag zou zijn verleend, indien de nieuwe werkgever of de werkgever van de partner daartoe geen regeling kent.
2.
Onder kinderopvang, gastouderopvang respectievelijk partner wordt in dit artikel verstaan hetgeen hieronder in de Wet kinderopvang wordt verstaan.
Artikel 14
In afwijking van artikel 36s van het Brra kan aan de rechterlijk ambtenaar een premie worden toegekend ter grootte van maximaal negen maandsalarissen, indien hem op zijn aanvraag bij koninklijk besluit eervol ontslag wordt verleend.
Artikel 15
In afwijking van artikel 3, vijfde lid, van het VKB 1989, kan aan de rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag wordt verleend, ontheffing worden verleend van de terugbetalingsverplichting met betrekking tot de vergoeding voor de kosten van verhuizing.
1.
Aan de rechterlijk ambtenaar die op zijn aanvraag bij koninklijk besluit eervol ontslag is verleend voor het aanvangen van eigen bedrijfsactiviteiten, kan onmiddellijk voorafgaand aan de ingangsdatum van zijn ontslag buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging worden verleend gedurende maximaal drie maanden.
2.
In plaats van het in het eerste lid bedoelde verlof kan op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar een premie worden toegekend ter grootte van maximaal drie maandsalarissen.
3.
In de plaats van een voorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid kan op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar worden toegestaan dat de rechterlijk ambtenaar gedurende maximaal zes maanden na zijn ontslag gebruik maakt van een voor diens eigen bedrijfsactiviteiten bestemde werkruimte inclusief aanvullende faciliteiten.
4.
Voor de toepassing van dit artikel gelden als voorwaarden:
a. de indiening van een degelijk uitgewerkt businessplan; en
b. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
1.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 1 januari 2005.
2.
Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2008.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 3 mei 2005
De Minister van Justitie ,
Uitgegeven de zeventiende mei 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht