Besluit van 1 november 1972, houdende vaststelling van een vergoeding als bedoeld in artikel 4a, vierde lid, van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren (Stb. 1957, 534)
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 25 september 1972, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht nr. 474/672;
Gelet op artikel 4 a , vierde lid, van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren ( Stb. 1957, 534);
De Raad van State gehoord (advies van 4 oktober 1972, nr. 8);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 25 oktober 1972, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 536/672;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De vergoeding, bedoeld in artikel 4 a , vierde lid, van de wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren bedraagt tweehonderd gulden voor elke terechtzitting waarin de plaatsvervangend Officier van Justitie is opgetreden, met dien verstande dat zittingen die op één dag worden gehouden samen als één zitting worden beschouwd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die waarop het in het Staatsblad is geplaatst.
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
Soestdijk, 1 november 1972
De Minister van Justitie,
Uitgegeven de negende november 1972.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht