Let op. Deze wet is vervallen op 17 maart 2003. U leest nu de tekst die gold op 16 maart 2003.

Besluit vergoedingen Opiumverloven

Uitgebreide informatie
Besluit van 18 oktober 1976, houdende regelen met betrekking tot vergoedingen voor Opiumverloven
Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 29 september 1976, DG Vgz/GMI, no. 44 796;
Gelet op de artikelen 5, tweede lid, en 6, eerste lid, van de Opiumwet ( Stb. 1976. 425);
De Raad van State gehoord (advies van 13 oktober 1976, nr. 18);
Gezien het nader rapport van onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 15 oktober 1976, DG Vgz/GMI, nr. 45 117;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Ter zake van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, en 6, eerste lid, van de Opiumwet gelden de volgende regelen:
I. De verschuldigde vergoeding voor een verlof voor het vervaardigen van substanties, alsmede voor het verrichten van de onder II en III bedoelde handelingen bedraagt voor elk kalenderjaar of gedeelte daarvan € 15 437,60, vermeerderd met € 771,43 voor elke substantie welke in het desbetreffende kalenderjaar voor de verkoop wordt vervaardigd.
II. De verschuldigde vergoeding voor een verlof voor het bereiden van preparaten, bewerken en verwerken van middelen, alsmede voor het verrichten van de onder III bedoelde handelingen bedraagt voor elk kalenderjaar of gedeelte daarvan € 1 247,90.
III. De verschuldigde vergoeding voor een verlof voor het verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van middelen bedraagt voor elk kalenderjaar of gedeelte daarvan € 794,12.
IV. De verschuldigde vergoeding voor een verlof voor het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen bedraagt € 31,76.
V. De verschuldigde vergoeding voor een verlof uitsluitend voor wetenschappelijke of instructieve doeleinden bedraagt voor elk kalenderjaar of gedeelte daarvan € 113,45.
1.
Een in artikel 1 bedoelde vergoeding moet door de houder van het verlof worden betaald overeenkomstig de door Onze Minister gegeven voorschriften.
2.
Onze Minister is bevoegd van de verplichting tot betaling van een in artikel 1, onder I tot en met III en V, bedoelde vergoeding
a. geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen indien naar zijn oordeel gewichtige redenen daartoe aanleiding geven;
b. gedeeltelijk ontheffing te verlenen voor een verlof dat op grond van bijzondere omstandigheden is verleend uitsluitend voor het verrichten van één der hierna genoemde handelingen ten behoeve van een houder van een verlof, bedoeld in artikel 1, onder I of II:
1°. raffineren of omzetten van substanties;
2°. bewerken van substanties.
Artikel 3
Ons besluit van 9 december 1955 ( Stb. 575) wordt ingetrokken.
Artikel 4
Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit vergoedingen Opiumverloven".
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 23 juni 1976 ( Stb. 424) in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
Soestdijk, 18 oktober 1976
De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,
Uitgegeven de zesentwintigste oktober 1976
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht