1.
Een verklaring van afstand van het Nederlanderschap als bedoeld in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, of als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet wordt schriftelijk afgelegd. De verklaring vermeldt dat de persoon die de verklaring aflegt, bekend is met artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid van de Rijkswet.
2.
Aan de verklaring van afstand wordt zo nodig een bewijs toegevoegd dat de verklarende persoon en, in voorkomend geval, de minderjarige personen die in zijn afstand delen een andere nationaliteit bezitten.
3.
Indien de verklaring een minderjarige betreft, wordt zo nodig tevens een bewijs van de nationaliteit van de vader en moeder of adoptiefouder toegevoegd.
1.
Een verklaring van afstand van het Nederlanderschap wordt afgelegd:
a. in het Europese deel van Nederland: voor de burgemeester;
b. in een openbaar lichaam: voor Onze Minister;
c. in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: voor de Gouverneur;
d. in het buitenland: voor Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
2.
Alvorens de verklaring in ontvangst te nemen stelt de autoriteit ten overstaan van wie deze wordt afgelegd de identiteit vast van de persoon die de verklaring aflegt. Hij bepaalt tevens, voor zover mogelijk, welke andere personen door deze afstand hun Nederlanderschap zullen verliezen.
3.
De persoon die in overeenstemming met artikel 3 een verklaring van afstand heeft afgelegd, ontvangt daarvan onverwijld een bevestiging, die tevens, voor zoveel mogelijk, de namen vermeldt van de personen die door deze afstand hun Nederlanderschap hebben verloren.
1.
De in het tweede lid van artikel 63 genoemde autoriteit, niet zijnde Onze Minister, zendt de verklaring van afstand alsmede een afschrift van de bevestiging toe aan Onze Minister; hij behoudt een afschrift daarvan.
2.
Hij zendt bovendien een afschrift van de bevestiging aan de autoriteit die verantwoordelijk is voor het bijhouden in de basisadministratie van de gegevens over de persoon die de afstand betreft. Met betrekking tot personen die in hun land woonachtig zijn, zendt hij tevens een afschrift van de verklaring van afstand en van de bevestiging aan de Minister van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
3.
Voorzoveel van toepassing bevordert de autoriteit ten overstaan van wie een verklaring van afstand is afgelegd, alsmede de in het voorgaande lid bedoelde autoriteit die een afschrift van de bevestiging bedoeld in het derde lid van artikel 63 heeft ontvangen, dat
a. de verklaring van afstand van het Nederlanderschap in de basisadministratie wordt verwerkt;
b. de Nederlandse reisdocumenten die waren uitgereikt aan de personen die door of als gevolg van de afstand het Nederlanderschap hebben verloren, overeenkomstig de Paspoortwet worden ingenomen;
c. indien van toepassing: de betrokkenen worden verwezen naar de Vreemdelingendienst van de politie.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. – Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. – Administratieve behandeling van optieverklaringen
+ Hoofdstuk III. – Administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken
+ Hoofdstuk IIIA. Bekendmaking van de verkrijging van het Nederlanderschap
+ Hoofdstuk IV. – Bewijs van Nederlanderschap
- Hoofdstuk V. – Verlies van het Nederlanderschap
+ Hoofdstuk VI. – Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht