Let op. Deze wet is vervallen op 1 september 2002. U leest nu de tekst die gold op 31 augustus 2002.

Besluit verlening voorschotten 1994

Uitgebreide informatie
Besluit van 3 januari 1994, houdende regels inzake ten laste van het Rijk te verlenen voorschotten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 29 juni 1993, nr. B93-194, Directoraat-Generaal van de Rijksbegroting, Directie Begrotingszaken, en de Centrale Directie Wetgeving, Juridische en Bestuurlijke Zaken;
Gelet op artikel 32, aanhef en onder e , van de Comptabiliteitswet;
Gezien het advies van de Algemene Rekenkamer van 29 maart 1993, nr. 312R;
De Raad van State gehoord (advies van 17 november 1993, nr. W06.93.0393);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 23 december 1993, nr. B93-431, Directoraat-Generaal van de Rijksbegroting, Directie Begrotingszaken, en de Centrale Directie Wetgeving, Juridische en Bestuurlijke Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt onder voorschot verstaan:
a. een vooruitbetaling door het Rijk in verband met door een derde aan het Rijk te leveren produkten, te verlenen diensten of te verrichten werken;
b. een vooruitbetaling door het Rijk op een aan een derde verstrekte aanspraak op een subsidie, bijdrage of lening of op een aanspraak uit hoofde van een verstrekte garantie.
1.
Voorschotten, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, kunnen worden verleend voor zover de gewoonte, de billijkheid of het belang van het Rijk dit vordert. De voorschotverlening wordt schriftelijk overeengekomen.
2.
Een overeenkomst, waarin voorschotverlening wordt afgesproken, wordt, indien die voorschotverlening in een begrotingsjaar naar verwachting een door Onze Minister van Financiën vast te stellen bedrag te boven gaat, niet gesloten dan nadat Onze Minister van Financiën daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
3.
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing, in gevallen waarin de afspraak tot voorschotverlening wordt gemaakt op grond van de gewoonte.
4.
Voorschotten, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, worden niet verleend dan nadat voldoende zekerheid is gesteld. Vanaf een door Onze Minister van Financiën vast te stellen bedrag dient zekerheid te worden gesteld in de vorm van een garantie, afgegeven door:
a. een in Nederland of in een andere Lid-Staat van de Europese Unie toegelaten kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a , van de Wet toezicht kredietwezen 1992 ;
b. een schadeverzekeraar, aan wie op grond van artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 door de Pensioen- & Verzekeringskamer een vergunning is verleend voor de branche borgtocht;
c. een andere privaatrechtelijke rechtspersoon of een overheidsinstelling, indien Onze Minister van Financiën daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
Artikel 3
Het stellen van zekerheid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, kan achterwege blijven:
a. met betrekking tot voorschotten die volgens de gewoonte zonder zekerheidsstelling worden verleend;
b. in bijzondere gevallen bij gemotiveerd besluit van Onze betrokken minister.
1.
Voorschotten, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, worden tot zodanige bedragen verleend:
a. als verantwoord is in verband met het doel van de overdracht en de daaraan verbonden voorwaarden;
b. als in het belang is van het Rijk.
2.
Voorschotten, bedoeld in eerste lid, aanhef en onder b , behoeven de voorafgaande schriftelijke instemming van Onze Minister van Financiën.
3.
Onze betrokken minister bepaalt of zekerheid moet worden gesteld.
Artikel 5
Over voorschotten wordt rente in rekening gebracht, voor zover dit in verband met de motieven die tot de voorschotverlening hebben geleid, redelijk is te achten.
Artikel 6
Onze Minister van Financiën kan nadere regels stellen met betrekking tot het verlenen van voorschotten door het Rijk.
Artikel 7
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
1.
Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel: "Besluit verlening voorschotten 1994".
2.
De Regeling verlening voorschotten 1988 van Onze Minister van Financiën van 31 maart 1988 wordt ingetrokken.
3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum van 1 januari, dan treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt het terug tot en met 1 januari 1994.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 3 januari 1994
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de twintigste januari 1994
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht