Besluit van 4 oktober 2012, houdende regels omtrent de doeleinden waarvoor de politie en de rijksrecherche, met inachtneming van de Wet politiegegevens, gegevens verwerken, de categorieën van gegevens die daartoe worden verwerkt, de terbeschikkingstelling en verstrekking van gegevens alsmede de wijze van verwerking (Besluit verplichte politiegegevens)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 18 november 2011, nr. 5716361/11/6;
Gelet op de artikelen 21, 24 en 54 van de Politiewet 2012 en de artikelen 6, zesde lid, 11, derde lid, 15, tweede lid, van de Wet politiegegevens;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 januari 2012, nr. W03.11.0501/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 28 september 2012, nr. 251196;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. centrale verwijzingsindex: de door Onze Minister aangewezen systeem- en toepassingsprogrammatuur met behulp waarvan een overzicht kan worden verkregen van de herkenningsdienstgegevens van de politie of diensten waarin een geregistreerde voorkomt en met behulp waarvan rechtstreekse toegang tot die onderlinge gegevensverwerking kan worden verkregen;
b. signalering: een in verband met de uitvoering van de politietaak noodzakelijke kennisgeving over een persoon of een goed;
c. criminele-inlichtingeneenheid: een onderdeel van de regionale eenheid, van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 onderscheidenlijk van de rijksrecherche, belast met het, ten behoeve van de recherchefunctie, verwerken van gegevens die noodzakelijk zijn voor de opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
d. nationale criminele-inlichtingeneenheid: een dienst van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012, belast met het, ten behoeve van de recherchefunctie, verwerken van gegevens die noodzakelijk zijn voor de opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
e. informantgegevens: gegevens omtrent een persoon als bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de Wet politiegegevens;
f. criminele-inlichtingen: gegevens die in aanmerking komen voor verwerking op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
g. verantwoordelijke: de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 1° en 2°, van de Wet politiegegevens.
1.
De politie verwerkt gegevens met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met:
a. de opsporing en vervolging van verdachten van misdrijven;
b. de verificatie van namen van verdachten van misdrijven;
c. het vaststellen van de mate van recidive van verdachten van misdrijven;
d. het vaststellen van de mate van recidive van verdachten van misdrijven of overtredingen, die in aanmerking komen voor een voorstel tot deelneming aan een project als bedoeld in artikel 77e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
e. het opsporen van vermiste- of ontvreemde goederen;
f. het opsporen van vermiste personen;
g. de identificatie van onbekende personen;
h. de bejegening van personen ter voorkoming van ernstig gevaar voor leven en gezondheid voor henzelf of bij de uitoefening van de politietaak betrokken personen.
2.
De korpschef draagt ervoor zorg dat de krachtens het eerste lid verwerkte gegevens langs geautomatiseerde weg aan de Koninklijke marechaussee beschikbaar kunnen worden gesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de centrale verwijzingsindex.
Artikel 3
De politie verwerkt terstond gegevens omtrent signaleringen met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met:
a. de identificatie, verificatie en bejegening van gesignaleerde personen;
b. de identificatie en verificatie van goederen;
c. de juiste uitvoering van de met de signalering verbonden taakopdracht.
Artikel 4
De politie verwerkt terstond dactyloscopische signalementen, dactyloscopische sporen en gedeelten daarvan met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met:
a. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten,
b. de bewijsvoering in strafzaken;
c. de identificatie van overleden personen of personen die anderszins niet in staat zijn inlichtingen omtrent hun identiteit te verschaffen.
1.
De criminele-inlichtingeneenheden verrichten met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij het beramen of plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens in ieder geval de volgende werkzaamheden:
a. het verzamelen en verifiëren van criminele-inlichtingen;
b. het verwerken van criminele-inlichtingen in een bestand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet politiegegevens;
c. het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van criminele-inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen voor verwerking op grond van de Wet politiegegevens ;
d. het analyseren van criminele-inlichtingen en het aan de hand daarvan:
1°. signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
periodiek verslag doen ten behoeve van criminaliteitsbeelden;
e. het ter beschikking stellen van criminele-inlichtingen overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, van de Wet politiegegevens.
2.
Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, maken criminele-inlichtingeneenheden gebruik van de centrale verwijzingsindex.
3.
De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, met medewerking van informanten als bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de Wet politiegegevens wordt uitsluitend verricht door de criminele-inlichtingeneenheid.
Artikel 6
Criminele-inlichtingeneenheden verwerken informantgegevens als bedoeld in artikel 12 van de Wet politiegegevens onder gelijktijdige codetoekenning.
1.
Criminele-inlichtingeneenheden wisselen onderling, gevraagd en ongevraagd, criminele-inlichtingen uit voor zover zij deze behoeven voor de uitvoering van hun taak. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het modelformulier, bedoeld in bijlage 1 van dit besluit.
2.
Twee ambtenaren van de criminele-inlichtingeneenheid worden aangewezen met het oog op de autorisatie als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van het Besluit politiegegevens ten aanzien van het bestand met criminele-inlichtingen bij de overige criminele-inlichtingeneenheden.
3.
De verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat aan de ingevolge het tweede lid aangewezen en hem bekendgemaakte ambtenaren van andere criminele-inlichtingeneenheden autorisatie wordt verleend.
1.
Criminele-inlichtingeneenheden stellen de nationale criminele-inlichtingeneenheid in kennis van:
a. criminele-inlichtingen die van nationale of internationale betekenis zijn;
b. personalia of bedrijfsgegevens van overeenkomstig artikel 10, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet politiegegevens geregistreerde personen in de door Onze Minister aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex;
c. codes als bedoeld in artikel 6;
d. overige informatie die van belang kan zijn voor de landelijke en internationale coördinatie en ondersteuning door de nationale criminele-inlichtingeneenheid.
2.
Ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel b, en met het oog op de verstrekking van de gegevens als opgenomen in bijlage 2 van dit besluit maken de criminele-inlichtingeneenheden gebruik van de centrale verwijzingsindex.
1.
De nationale criminele-inlichtingeneenheid verwerkt:
a. criminele-inlichtingen, voor zover deze gegevens van nationale of internationale betekenis zijn;
b. personalia of bedrijfsgegevens van overeenkomstig artikel 10, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet politiegegevens geregistreerde personen in de centrale verwijzingsindex;
c. codes die zijn toegewezen in het kader van de verwerking, bedoeld in artikel 6.
2.
De nationale criminele-inlichtingeneenheid analyseert de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en verstrekt mede aan de hand daarvan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, aan hen die daarop bij of krachtens de Wet politiegegevens aanspraak kunnen maken.
1.
De ambtenaar die deel uitmaakt van een criminele-inlichtingeneenheid voldoet aan de eindtermen van de door Onze Minister aan te wijzen vervolgopleiding.
2.
De verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat de kennis en vaardigheden van hem ondergeschikte ambtenaren die deel uitmaken van een criminele-inlichtingeneenheid, worden onderhouden op minimaal het niveau van de aan de in het eerste lid bedoelde eindtermen.
1.
De verantwoordelijke bepaalt de termijn gedurende welke de ambtenaar die is belast met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ononderbroken deel uitmaakt van een criminele-inlichtingeneenheid.
2.
De termijn, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste vier jaar en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd.
3.
Voor de ambtenaar die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit is aangesteld, gaat de termijn, bedoeld in het eerste lid, in op die datum.
1.
De bij de criminele-inlichtingeneenheid in gebruik zijnde vertrekken zijn afsluitbaar en beveiligd. Tot deze vertrekken hebben slechts toegang ambtenaren die deel uitmaken van de criminele-inlichtingeneenheid, personen die door deze ambtenaren worden begeleid en de als zodanig aangewezen officier van justitie die verantwoordelijk is voor de taakuitoefening van de criminele-inlichtingeneenheid.
2.
In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de korpschef aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren van de criminele-inlichtingeneenheid.
3.
Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele-inlichtingeneenheid zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verplichte politiegegevens.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 4 oktober 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de twaalfde oktober 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht