Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit vervangingsfonds

Uitgebreide informatie
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit besluit verstaat onder:
WPO: Wet op het primair onderwijs ;
WEC: Wet op de expertisecentra ;
WVO: Wet op het voortgezet onderwijs ;
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
het vervangingsfonds: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 183, eerste lid, van de WPO, 169, eerste lid, van de WEC en 98a, eerste lid van de WVO;
het noodfonds: het noodfonds, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
het bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school of instelling, dat is aangesloten bij het vervangingsfonds op grond van artikel 183, eerste lid, van de WPO, 169, eerste lid, van de WEC en 98a, eerste lid van de WVO;
vervangingsbijdrage: door het bevoegd gezag op grond van de artikel 183, tweede lid, van de WPO, 169, tweede lid, van de WEC en 98a, tweede lid van de WVO aan het vervangingsfonds verschuldigde bijdrage.
1.
Het vervangingsfonds heeft tot taak het bevoegd gezag de waarborgen te bieden, bedoeld in de artikelen 183, eerste lid, onderdeel a, van de WPO, 169, eerste lid, onderdeel a, van de WEC en 98a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
2.
Het vervangingsfonds heeft tevens tot taak het bevoegd gezag de waarborgen te bieden, bedoeld in de artikelen 183, eerste lid, onderdeel b, van de WPO, en artikel 169, eerste lid, onderdeel b, van de WEC, en beheert daartoe het noodfonds, dat de bedragen omvat die Onze Minister op de voet van de artikelen 183, vierde lid, van de WPO, en 169, vierde lid, van de WEC jaarlijks aan het vervangingsfonds toekent.
1.
Indien Onze Minister voornemens is van een of meer van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 187, eerste lid, van de WPO, 172, eerste lid, van de WEC, en 123a, eerste lid, van de WVO, jegens het vervangingsfonds gebruik te maken en dit voornemen leidt tot een groter beslag op de middelen van het vervangingsfonds, geeft hij aan dat voornemen geen uitvoering dan nadat vier weken zijn verstreken na de bekendmaking van dat voornemen aan het bestuur van het vervangingsfonds.
2.
Binnen het in het eerste lid bedoelde tijdvak kan het bestuur van het vervangingsfonds een begroting van de meerkosten die naar zijn verwachting aan de zijde van het vervangingsfonds zullen optreden als gevolg van de uitvoering van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister zenden.
3.
Binnen drie weken na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde begroting bericht Onze Minister aan het bestuur van het vervangingsfonds of hij de meerkosten aanvaardt. De uitvoering van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, binnen de termijn van drie weken of nadien geldt als aanvaarding van een aanspraak van het vervangingsfonds op vergoeding van de meerkosten ten laste van ’s Rijks kas overeenkomstig de toegezonden begroting.
4.
Indien Onze Minister binnen drie weken na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde begroting aan het bestuur van het vervangingsfonds bericht de meerkosten niet te aanvaarden, treden Onze Minister en het bestuur van het vervangingsfonds met elkaar in overleg ten einde te bezien of moet worden overgegaan tot uitvoering van het voornemen, bedoeld in het eerste lid. De tweede volzin van het derde lid is niet van toepassing, indien het overleg niet tot overeenstemming leidt.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Algemeen
+ Hoofdstuk II. Goedkeuringsbevoegdheden
+ Hoofdstuk III. Aanwijzingsbevoegdheden; Informatieverstrekking
+ Hoofdstuk IV. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht