Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit vervuilingswaarde ingenomen water

Uitgebreide informatie
Besluit van 30 november 2000, houdende regels voor de toepassing van artikel 22 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Besluit vervuilingswaarde ingenomen water)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 18 juli 2000, nr. CDJZ/WVW/891, Centrale Directie Juridische Zaken;
Gelet op artikel 22, tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
De Raad van State gehoord (advies van 16 augustus 2000, nr. W09.00 0317/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 28 november 2000, nr. CDJZ/WVW/1315, Centrale Directie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de Wet: de Wet verontreiniging oppervlaktewateren ;
b. het zuurstofverbruik: het zuurstofverbruik bepaald op basis van de som van het chemisch zuurstofverbruik en het zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen, uitgedrukt in kilogrammen;
c. de vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water: de vervuilingswaarde als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Wet;
d. inspecteur: het hoofd, onderscheidenlijk de in artikel 123, derde lid, onder b, van de Waterschapswet, bedoelde ambtenaar van het waterschap;
e. analyse: de analyse op het chemisch zuurstofverbruik en het zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen.
Artikel 2
De vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water wordt bepaald met behulp van de navolgende tabel.
Indien de bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan de volgende bedrijfscategorie betreft: vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water:
Werkplaatsen voor motorvoertuigen en motoren 0,031
Bij afwezigheid of onvoldoende functioneren van saneringsmaatregelen 0,091
Inrichtingen uitsluitend bestemd voor het uitwendig reinigen van motorvoertuigen* 0,0066
Aardappelverwerking 0,085
Champignonteeltbedrijven 0,0093
Fruitconservenfabrieken 0,0087
Groenteconservenbedrijven 0,030
Groentewasserijen 0,018
Distilleerderijen/bottelarijen* 0,036
Verf- en drukinktfabrieken  
producten op basis van organische oplosmiddelen (exclusief de lozing van loogbaden) 0,023
Leerlooierijen 0,017
Limonadefabrieken 0,010
Galvanische bedrijven, galvanische afdelingen binnen metaalverwerkende en overige bedrijven 0,023
Indien proceswater wordt geloosd, waarvan de gebruikte hoeveelheid afzonderlijk wordt gemeten 0,0050
Indien proceswater wordt geloosd, waarvan de gebruikte hoeveelheid afzonderlijk wordt gemeten, en geen ontvettingsen/of beitsbaden worden geloosd 0,0030
Grafische bedrijven 0,023
Metaalproducten- en machine-industrie* 0,013
Indien geen ontvettings- en/of beitsbaden worden geloosd 0,011
Bedrijfsonderdeel bestemd voor het uitwendig reinigen van schepen (na toepassing van een zuiveringstechniek zoals een olieafscheider, bezinkput en zandfiltratie) 0,0040
Elektrotechnische industrie* 0,0070
Indien geen ontvettings- en/of beitsbaden worden geloosd 0,0050
Pelsbereidingsbedrijven 0,017
Pluimveeslachterijen 0,075
Slagerijen  
Winkel 0,023
Winkel met worstmakerij 0,034
Winkel met worstmakerij en slachterij 0,048
Slachthuizen* 0,087
Textielbedrijven 0,020
Vatenwasserijen* 0,36
Melkveehouderijen*  
Lozing van voorspoelwater en spoelwater afkomstig van melkinstallaties 0,052
Indien voorspoelwater afkomstig van melkwinningsinstallaties niet wordt geloosd maar separaat wordt afgevoerd 0,0090
Visverwerkende bedrijven:  
Rokerijen 0,029
Marineerbedrijven bij lozing van voorbaden 0,37
Overige en/of gecombineerde activiteiten 0,070
Viswinkels alsmede bedrijfsruimten ten behoeve van ambulante handel 0,037
Bij het ontbreken van een goed functionerende combinatie van slibvangput en vetafscheider wordt de coëfficiënt van 0,037 verhoogd naar 0,070  
Vleeswarenbedrijven 0,016
Snackbedrijven 0,061
Wasserijen:  
Natwasserijen 0,013
Wassalons* 0,015
Zuivelindustrie (jaarlijkse melkaanvoer meer dan 10 miljoen kg) 0,013
Ambachtelijke zuivelverwerking 0,016
IJsbereiding 0,015
Zwem- en badinrichtingen 0,0040
Onderdelen voor suppletie en filterspoeling, voor zover de hoeveelheid water voor suppletie en filterspoeling afzonderlijk wordt vastgesteld. 0,0012
Sauna's 0,011
Onderwijsinstellingen, kazernes, bejaardencentra, woonwagencentra, internaten, recreatiebedrijven, horecabedrijven etc. 0,023
Ziekenhuizen, verpleegtehuizen en psychiatrische inrichtingen 0,020
Vier- en vijfsterrenhotels volgens de Benelux-hotelclassificatie 0,017
Chocolade- en suikerwerkindustrie 0,040
Eierverwerkende industrie 0,075
De niet in deze tabel vermelde bedrijfsruimten of onderdelen van bedrijfsruimten 0,023
   
* Afvalwater afkomstig van de persoonlijke verzorging van werknemers werkzaam in van bedrijfsruimten of onderdelen van bedrijfsruimten die in deze tabel met een * zijn aangeduid 0,023
Artikel 3
Indien in het heffingsjaar voorafgaande aan de toepassing van artikel 22 van de Wet het zuurstofverbruik, voor de betrokken bedrijfsruimte of voor het betrokken onderdeel daarvan, is bepaald met behulp van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens, wordt in afwijking van artikel 2 de vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water bepaald aan de hand van de formule:
C / D x 49,6
waarbij: C = het aantal kilogrammen zuurstofverbruik van de afgevoerde stoffen over de etmalen van het voorafgaande heffingsjaar waarover meting, bemonstering en analyse hebben plaatsgevonden;
D = het aantal m 3 ingenomen water over de etmalen van het voorafgaande heffingsjaar waarover meting, bemonstering en analyse hebben plaatsgevonden.
1.
De vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water kan door de heffingplichtige op zijn kosten op aanvraag, dan wel ambtshalve door de inspecteur op kosten van de betrokken kwaliteitsbeheerder, in afwijking van de artikelen 2 en 3, worden bepaald aan de hand van monsterneming en analyse overeenkomstig het derde lid, onderscheidenlijk aan de hand van meting, bemonstering en analyse overeenkomstig het vierde lid.
2.
In dit artikel wordt onder geschatte vervuilingswaarde verstaan: de overeenkomstig artikel 22 van de Wet en artikel 2 van dit besluit aan de hand van de geschatte hoeveelheid in te nemen water berekende vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik van de over het heffingsjaar af te voeren stoffen.
3.
Bij een geschatte vervuilingswaarde van minder dan 100 vervuilingseenheden:
a. wordt over een aantal voor het heffingsjaar representatieve etmalen afzonderlijk een etmaalverzamelmonster van het afgevoerde afvalwater samengesteld dat bestaat uit tenminste 8 deelmonsters die op verschillende voor het etmaal representatieve tijdstippen zijn genomen;
b. bedraagt het aantal van de onder a bedoelde etmalen:
bij een geschatte vervuilingswaarde van:
minder dan 25 vervuilingseenheden: 4 
25 tot 50 vervuilingseenheden: 6 
50 tot 75 vervuilingseenheden: 8 
75 tot 100 vervuilingseenheden: 10;
c. vindt analyse van het onder a bedoelde etmaalverzamelmonster plaats en wordt het resultaat van die analyse uitgedrukt in grammen per m 3 ;
d. wordt de som van de onder c bedoelde resultaten van de analyses over de onder a bedoelde etmalen gedeeld door het aantal van die etmalen;
e. wordt de uitkomst van de toepassing van het onder d bepaalde gecorrigeerd voor het deel van het ingenomen water dat niet wordt afgevoerd, indien de heffingplichtige aannemelijk maakt dat dat deel 25% of meer bedraagt;
f. bedraagt de vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water de overeenkomstig d en e gevonden waarde gedeeld door 49.600 grammen.
4.
Bij een geschatte vervuilingswaarde van 100 vervuilingseenheden of meer:
a. vindt in een aantal voor het heffingsjaar representatieve weken meting, bemonstering en analyse over de daarin gelegen etmalen plaats;
b. bedraagt het aantal van de onder a bedoelde weken:
bij een geschatte vervuilingswaarde van:
100 tot 250 vervuilingseenheden: 1
250 tot 500 vervuilingseenheden: 2
500 tot 750 vervuilingseenheden: 3
750 tot 1000 vervuilingseenheden: 4
1000 en meer vervuilingseenheden:
het door de inspecteur te bepalen aantal dat ten hoogste 12 kan bedragen;
c. wordt het zuurstofverbruik in de onder a bedoelde etmalen afgevoerde stoffen gedeeld door de hoeveelheid in die etmalen ingenomen water;
d. bedraagt de vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water de uitkomst van de toepassing van onderdeel c, gedeeld door 49,6 kilogrammen.
5.
Meting, bemonstering en analyse, alsmede de behandeling van het in het derde lid, onder a, bedoelde verzamelmonster geschieden overeenkomstig de nadere regels, bedoeld in artikel 20, derde lid, onderscheidenlijk in artikel 23, veertiende lid, van de Wet.
6.
De inspecteur beslist op een in het eerste lid bedoelde aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking en geeft daarin in ieder geval voorschriften met betrekking tot:
a. de tijdstippen en de etmalen waarop monsterneming en analyse moeten plaatsvinden, onderscheidenlijk de meetweek dan wel meetweken gedurende welke meting, bemonstering en analyse moeten plaatsvinden;
b. de bepaling van de hoeveelheid ingenomen water;
c. de correctie bedoeld in het derde lid, onder e;
d. de melding van verandering of te verwachten veranderingen die van invloed kunnen zijn op de vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water van de betrokken bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de bedrijfsruimte.
7.
Een op basis van dit artikel bepaalde vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water geldt voor de betrokken bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de bedrijfsruimte tot het heffingsjaar waarin dit artikel hetzij door de heffingplichtige hetzij door de inspecteur opnieuw wordt toegepast.
Artikel 5
De veranderingen in de bedrijfsomstandigheden die aanleiding kunnen geven tot een wijziging van de vervuilingswaarde per m 3 ingenomen water worden onverwijld aan de inspecteur gemeld.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervuilingswaarde ingenomen water.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 30 november 2000
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Uitgegeven de veertiende december 2000
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken