Let op. Deze wet is vervallen op 1 december 2005. U leest nu de tekst die gold op 30 november 2005.

Besluit waardebepaling en verevening

Uitgebreide informatie
Besluit van 27 juni 1997, houdende bepalingen inzake de vaststelling van een algemene berekeningswijze op de grondslag waarvan de waarde van gebouwen en terreinen wordt bepaald en de wijze waarop door verevening de instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in een gelijkwaardige uitgangspositie worden gebracht voor wat betreft hun huisvesting in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht en houdende vaststelling van het stortingsbedrag ten behoeve van het waarborgfonds (Besluit waardebepaling en verevening)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 1 oktober 1996, nr. 96024.326/3686, directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen II en V van de Wet van 29 mei 1997, Stb. 229, houdende wijziging van Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht;
De Raad van State gehoord (advies van 13 januari 1997, nr. WO5.96.0467);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 23 juni 1997, nr. 97000947/3686, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I. BESLUIT WAARDEBEPALING EN VEREVENING
Het Besluit waardebepaling en verevening wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. de wet: de Wet van 29 mei 1997, Stb. 229, houdende wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht ;
c. een instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
d. eigen middelen: geldmiddelen van een instelling die niet door het Rijk zijn verstrekt;
e. m 2 bvo: de eenheid bruto vloeroppervlak van een gebouw, uitgedrukt in vierkante meters;
f. landelijke factor voor terreinen: het verhoudingsgetal dat de uitkomst is van de berekening op grond van artikel 4, zesde lid.
Artikel 2
Vaststelling van het te verevenen bedrag
Onze Minister stelt het bedrag vast dat een instelling op grond van artikel II, eerste en tweede lid, van de wet, aan het Rijk betaalt dan wel van het Rijk ontvangt, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit.
Artikel 3
Waardebepaling en verevening gebouwen in eigendom
1.
De waarde van een gebouw in eigendom is gelijk aan de waarde die resteert na afschrijving van de gemiddelde vervangingswaarde, uitgaande van het kalenderjaar waarin dat gebouw voor het onderwijs in gebruik is genomen. Indien een gebouw in gedeelten is opgeleverd en die oplevering in verschillende kalenderjaren heeft plaatsgevonden, vindt de waardebepaling per gedeelte plaats, uitgaande van het kalenderjaar waarin dat gedeelte is opgeleverd.
2.
De waarde, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van de bedragen per m 2 bvo die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
3.
De waarde, berekend op grond van het tweede lid, wordt verminderd met het percentage van de stichtings- of verwervingskosten dat door de instelling met toestemming van Onze Minister uit eigen middelen voor het gebouw is betaald, mits de eigen bijdrage aantoonbaar tot uitbreiding in m 2 bvo heeft geleid en voor zover voor de eigen bijdrage van de instelling door het Rijk niet rechtstreeks een vergoeding is verstrekt.
4.
De ruimtebehoefte van de instelling wordt berekend op grond van de leerlingenaantallen bij die instelling op grond waarvan over het kalenderjaar 1996 bekostiging door het Rijk heeft plaats gevonden, en de ruimtebehoeftenormen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
5.
De waarde van de normatieve behoefte aan gebouwen in eigendom wordt berekend op grond van de ruimtebehoefte overeenkomstig het vierde lid, vermenigvuldigd met 0,8064, en de prijs van f 1 650 per m 2 bvo.
6.
Het vereveningsbedrag voor de gebouwen in eigendom per instelling is gelijk aan de helft van de waarde van de normatieve behoefte aan gebouwen in eigendom berekend overeenkomstig het vijfde lid, verminderd met de vastgestelde waarde van de gebouwen in eigendom berekend overeenkomstig het eerste tot en met het derde lid. Dit vereveningsbedrag kan zowel positief als negatief zijn.
Artikel 4
Waardebepaling en verevening terreinen in eigendom
1.
De waarde van een bebouwd terrein in eigendom, niet zijnde een sportterrein, is gelijk aan f 200 per m 2 bvo van het gebouw of de gebouwen op het terrein. De waarde van een onbebouwd terrein in eigendom, niet zijnde een sportterrein, is gelijk aan f 200 per m 2 terrein. De eerste en tweede volzin zijn eveneens van toepassing op terreinen die de instelling in erfpacht heeft, indien de erfpachtcanon naar het oordeel van Onze Minister niet in relatie staat tot de werkelijke waarde van het terrein.
2.
Ten aanzien van een terrein waarvan de erfpacht is afgekocht door het Rijk wordt, indien de afkoop betrekking heeft op een periode korter dan 30 jaar, gerekend vanaf 31 december 1996, de waarde berekend op grond van de bedragen per m 2 terrein die in de bijlage bij dit besluit zijn vermeld.
3.
De waarde van een sportterrein bedraagt normatief f 250 000, ongeacht de oppervlakte.
4.
De waarde van de terreinen, berekend op grond van het eerste tot en met het derde lid, wordt verminderd met het percentage van de verwervingskosten dat door de instelling met toestemming van Onze Minister uit eigen middelen voor het terrein is betaald, voor zover voor de eigen bijdrage van de instelling door het Rijk niet rechtstreeks een vergoeding is verstrekt.
5.
De waarde van de normatieve behoefte aan terreinen in eigendom van de instelling is gelijk aan de ruimtebehoefte van de instelling berekend overeenkomstig artikel 3, vierde lid, vermenigvuldigd met de landelijke factor voor terreinen in eigendom berekend overeenkomstig het zesde lid. De uitkomst wordt vermenigvuldigd met f 200.
6.
De landelijke factor voor terreinen in eigendom wordt berekend volgens de formule: de waarde van terreinen in eigendom van alle instellingen, gedeeld door de som van de ruimtebehoefte van alle instellingen vermenigvuldigd met f 200.
7.
Het vereveningsbedrag voor terreinen in eigendom per instelling is gelijk aan de waarde van de normatieve behoefte aan terreinen in eigendom overeenkomstig het vijfde lid, verminderd met de vastgestelde waarde van terreinen in eigendom overeenkomstig het eerste tot en met het vierde lid. Dit vereveningsbedrag kan zowel positief als negatief zijn.
Artikel 5
Verevening schuldresten
1.
De waarde van de schuldrest van een instelling is gelijk aan de op 1 januari 1997 nog openstaande, door het Rijk gegarandeerde leenbedragen.
2.
Het vereveningsbedrag voor een schuldrest per instelling is gelijk aan de waarde van de schuldrest overeenkomstig het eerste lid.
Artikel 6
Collectieve last
1.
Het saldo ten gevolge van de verevening gebouwen in eigendom is gelijk aan de som van de vereveningsbedragen van alle instellingen, berekend overeenkomstig artikel 3, zesde lid.
2.
Het saldo ten gevolge van de verevening schuldresten is gelijk aan de som van de vereveningsbedragen van alle instellingen, berekend overeenkomstig artikel 5.
3.
De waarde van de collectieve last is gelijk aan de som van het saldo ten gevolge van de verevening gebouwen in eigendom, berekend overeenkomstig het eerste lid, en het saldo ten gevolge van de verevening schuldresten, berekend overeenkomstig het tweede lid. Deze waarde wordt toegerekend aan elk van de instellingen naar rato van de ruimtebehoefte, berekend overeenkomstig artikel 3, vierde lid.
Artikel 7
Saldo verevening
Het bedrag van de verevening per instelling is gelijk aan de optelsom van de uitkomst van de toepassing van de artikelen 3 tot en met 6. Indien dit saldo positief is, ontvangt de instelling een bedrag, indien dit saldo negatief is, wordt een bedrag door de instelling betaald.
Artikel 8
Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit waardebepaling en verevening.
ARTIKEL II. BESLUIT TERBESCHIKKINGSTELLING BEDRAG WAARBORGFONDS
Enig artikel
Het bedrag, bedoeld in artikel V van de wet van 29 mei 1997, Stb . 229, houdende wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht, bedraagt f 22 mln.
ARTIKEL III. INWERKINGTREDING
Artikel I van dit besluit treedt in werking op 31 december 1998 met dien verstande dat bij koninklijk besluit een inwerkingtreding op een eerder tijdstip kan worden vastgesteld. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, en gedurende die termijn niet door of namens één of beide Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in het onderhavige besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld.
Artikel II van dit besluit treedt in werking op 31 december 1997 met dien verstande dat bij koninklijk besluit een inwerkingtreding op een ander tijdstip, gelegen in 1997, kan worden bepaald.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 27 juni 1997
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Uitgegeven vijftiende juli 1997
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ ARTIKEL I. BESLUIT WAARDEBEPALING EN VEREVENING
ARTIKEL II. BESLUIT TERBESCHIKKINGSTELLING BEDRAG WAARBORGFONDS
ARTIKEL III. INWERKINGTREDING
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht