Besluit van 28 november 2007, inzake de waardevaststelling van dieren, producten en voorwerpen die worden vernietigd of onschadelijk gemaakt ter bestrijding van een besmettelijke dierziekte (Besluit waardevaststelling bij dierziektebestrijding)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 juli 2007, no. TRCJZ/2007/2208, Directie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 87a en 87b van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
De Raad van State gehoord (advies van 25 juli 2007, nummer W11.07.0209/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 november 2007, no. TRCJZ/2007/3355 Directie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ;
waardetabel: tabel waarin voor een bepaald dier of product, afhankelijk van gebruiksdoel, aanwending en leeftijd, waarden zijn opgenomen;
waardevaststelling: waardevaststelling als bedoeld in artikel 87 van de wet;
deskundige: deskundige als bedoeld in artikel 87a van de wet.
Artikel 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Dit besluit is van toepassing op de uitvoering door een deskundige van de waardevaststelling van dieren, producten en voorwerpen met betrekking waartoe een bestrijdingsmaatregel is toegepast.
Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De vakbekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 87a, eerste lid, van de wet, zijn per relevante diersoort de volgende:
a. theoretische kennis over:
1°. marktontwikkelingen en marktprijzen;
2°. productiekengetallen;
3°. administratieve processen;
4°. dierenrassen, hun eigenschappen en productiekenmerken; en
5°. bedrijfskolommen;
b. aantoonbare werkervaring met onder meer de volgende waardebepalende elementen:
1°. het bepalen van het ras of de kruising, de leeftijd, de lichamelijke conditie en het gewicht van dieren;
2°. het beoordelen van het exterieur en de productiviteit van dieren;
3°. het vaststellen van de waarde van dieren, producten en voorwerpen in bijzondere gevallen; en
4°. het beoordelen van het gebruiksdoel van dieren;
c. een goede beheersing van de Nederlandse taal.
1.
Degene die een bij ministeriële regeling aangewezen kwalificatie, vastgesteld krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs , heeft behaald of een aangewezen combinatie van deelkwalificaties heeft behaald die recht geeft op de desbetreffende kwalificatie, voldoet aan de vakbekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 3, onderdeel a.
2.
Een kwalificatie of een combinatie van deelkwalificaties wordt op grond van het eerste lid aangewezen indien zij deelkwalificaties omvatten die betrekking hebben op de onderwerpen, bedoeld in artikel 3, onderdeel a.
3.
Degene aan wie ten aanzien van zijn beroepswerkzaamheden als deskundige erkenning van beroepskwalificaties is verleend als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, voldoet aan de vakbekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 3, onderdelen a en b.
1.
De waardevaststelling op grond van de artikelen 6, 7, 8 en 9 geschiedt op basis van:
2.
Bij de vaststelling van het aantal dieren dat ziek of verdacht is, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden dieren die zijn geboren tussen het moment waarop de verdenking is ontstaan en het moment waarop aan de desbetreffende houder is medegedeeld dat ten aanzien van zijn dier, product of voorwerp een bestrijdingsmaatregel wordt of is toegepast, door de deskundige beschouwd als verdachte dieren.
3.
Eieren gelegd tussen het moment waarop de verdenking is ontstaan en het moment waarop aan de desbetreffende houder is medegedeeld dat ten aanzien van zijn dier, product of voorwerp een bestrijdingsmaatregel wordt of is toegepast, worden meegenomen in de waardevaststelling op grond van de artikelen 6en 7.
a. het op grond van artikel 24 van de wet vastgestelde aantal aanwezige dieren dat op het moment waarop de verdenking is ontstaan ziek is door, of verdacht wordt van besmetting met de ziekte ter bestrijding waarvan de bestrijdingsmaatregel wordt toegepast;
b. de waarde die het dier, product of voorwerp had op het moment waarop aan de desbetreffende houder is medegedeeld dat ten aanzien van zijn dier, product of voorwerp een bestrijdingsmaatregel wordt of is toegepast; en
c. de bij ministeriële regeling vast te stellen indeling van dieren, producten en voorwerpen in soorten, categorieën of andere onderverdelingen en de daarbij horende beschrijvingen.
1.
De waarde van een verdacht dier of van een product is het bedrag dat de eigenaar voor het dier of het product onder normale omstandigheden, al naar gelang de conditie, de kwaliteit, het gewicht, het ras, de leeftijd, onderscheidenlijk de ouderdom, had kunnen ontvangen op de markt.
2.
Ingeval een verdacht dier of een product zich bevindt in een levensfase, onderscheidenlijk in een fase van het productieproces, waarin het onder normale omstandigheden niet verhandelbaar is, dan is de waarde, in afwijking van het eerste lid,
a. de waarde die ten aanzien van het dier of het product, al naar gelang het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd, onderscheidenlijk de ouderdom, is opgenomen in een door Onze Minister vastgestelde waardetabel; of
b. de door een deskundige vastgestelde waarde, indien voor het desbetreffende dier of product geen waardetabel, als bedoeld in onderdeel a., geldt.
1.
Een deskundige mag in bijzondere omstandigheden afwijken van artikel 6.
2.
Bijzondere omstandigheden kunnen onder meer gelegen zijn in:
3.
De deskundige, bedoeld in het eerste lid, vermeldt op het formulier, bedoeld in artikel 87c van de wet, zijn motivering om af te wijken.
a. de mate van specialisatie van het bedrijf;
b. de genetische eigenschappen van het dier;
c. de uitzonderlijke conditie van het dier;
d. de bijzondere productiemethode van een product.
1.
De waarde van een ziek dier is 50% van de overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 7 bepaalde waarde van een verdacht dier.
2.
De waarde van een dood dier is nihil.
Artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De waarde van een voorwerp is de vervangingswaarde.
1.
In de vastgestelde waarde is, voor de eigenaar die de in artikel 27 van de Wet op de omzetbelasting 1968 opgenomen landbouwregeling toepast, begrepen de compensatie voor de niet door hem in aftrek te brengen omzetbelasting.
2.
Indien een eigenaar geen gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde landbouwregeling wordt de waarde verminderd met de omzetbelasting.
1.
Ingeval Onze Minister of de betrokken eigenaar zich niet kan verenigen met de waardevaststelling, dan vervalt zij en vindt een herwaardering plaats.
2.
Bij de herwaardering wordt de waarde vastgesteld overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 door de volgende personen:
3.
Ingeval de drie personen, bedoeld in het tweede lid, geen overeenstemming bereiken over de waarde, dan wordt zij vastgesteld door de som van de door deze drie personen voorgestelde waarden te delen door drie.
a. de deskundige die de waarde heeft vastgesteld;
b. een andere deskundige, aangedragen door Onze Minister; en
c. een andere deskundige, aangedragen door de eigenaar.
Artikel 12 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De deskundige, of ingeval van herwaardering ieder van de deskundigen, vult het formulier, bedoeld in artikel 87c, eerste lid, van de wet in.
Artikel 13 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De deskundige is verplicht de waardevaststelling onpartijdig en naar beste weten uit te voeren. In ieder geval voert de deskundige geen waardevaststelling uit met betrekking tot een bedrijf waarbij deze deskundige een belang heeft, of waarbij degenen tot wie deze persoon in de verhouding staat van echtgenoten, geregistreerde partners, of bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad een belang hebben.
Artikel 14 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Het Besluit verlaging tegemoetkoming aangewezen dierziekten wordt ingetrokken.
Artikel 15 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit waardevaststelling bij dierziektebestrijding.
Artikel 16 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 28 november 2007
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,
Uitgegeven de twintigste december 2007
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Vakbekwaamheidseisen deskundigen
+ § 3. Wijze van waardevaststelling
+ § 4. Overgangsrecht en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht