Besluit van 14 juni 2013, houdende uitvoering van de Wet wegvervoer goederen en houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Besluit wegvervoer goederen)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 18 februari 2013, nr. IenM/BSK-2012/198667, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 2.1, vijfde lid en 2.8a, zevende lid, van de Wet wegvervoer goederen, 4, vierde en vijfde lid, 5a, vijfde lid, 5b, vierde lid, 76d, 83 en 104 van de Wet personenvervoer 2000, en 2, tweede lid, 9, eerste lid, en 13, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 april 2013, no.W14.13.0041/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 11 juni 2013, nr. IenM/BSK-2013/99408, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien naar het oordeel van de NIWO een door haar vast te stellen minimumaantal veroordelingen en sancties jegens een vervoerder niet is overschreden. Bij het bepalen van dit aantal houdt de NIWO rekening met de aard van de overtreding die ten grondslag ligt aan een veroordeling of sanctie en het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van de vervoerder.
2.
Indien het in het eerste lid bedoelde aantal is overschreden, kan de NIWO het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoerder als een onevenredig strenge sanctie aanmerken indien:
a. de totstandkoming van een aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding de vervoerder of de voor hem werkzame personen niet of slechts ten dele kan worden verweten;
b. de wijze waarop de vervoerder de bedrijfsvoering van de vervoeronderneming heeft ingericht dan wel de handelwijze van een of meer leidinggevenden in die onderneming, het begaan van de aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding heeft beperkt; of
c. het aantal aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtredingen naar het oordeel van de NIWO niet in redelijke verhouding staat tot de omvang van de vervoeronderneming, gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van die onderneming.
3.
Onze Minister beslist over de in artikel 2.8a, vijfde lid, van de wet bedoelde toestemming op grond van de in het tweede lid genoemde gronden.
4.
Voor een besluit als bedoeld in artikel 2.8a, eerste lid, van de wet is in het geval, bedoeld in het eerste lid, geen toestemming van Onze Minister vereist.
1.
Het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoersmanager is een onevenredig strenge sanctie indien naar het oordeel van de NIWO een door haar vast te stellen minimumaantal veroordelingen en sancties jegens een vervoersmanager niet is overschreden. Bij het bepalen van dit aantal houdt de NIWO rekening met de aard van de overtreding die ten grondslag ligt aan een veroordeling of sanctie en het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van de vervoerder of vervoerders waarvoor de vervoersmanager werkzaam is.
2.
Indien het in het eerste lid bedoelde aantal is overschreden, kan de NIWO het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoersmanager als een onevenredig strenge sanctie aanmerken indien:
a. de totstandkoming van een aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding de vervoersmanager niet of slechts ten dele kan worden verweten;
b. de wijze waarop de vervoersmanager de bedrijfsvoering van een of meer vervoerondernemingen onder zijn verantwoordelijkheid heeft ingericht dan wel zijn handelwijze in die ondernemingen, het begaan van de aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding heeft beperkt; of
c. het aantal aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtredingen naar het oordeel van de NIWO niet in redelijke verhouding staat tot de omvang van de vervoeronderneming of vervoerondernemingen waarvoor hij als zodanig werkzaam is, gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van die onderneming of ondernemingen.
3.
Onze Minister beslist over de in artikel 2.8a, vijfde lid, van de wet bedoelde toestemming op grond van de in het tweede lid genoemde gronden.
4.
Voor een besluit als bedoeld in artikel 2.8a, tweede lid, van de wet is in het geval, bedoeld in het eerste lid, geen toestemming van Onze Minister vereist.
5.
Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het gaat om de in artikel 1 bedoelde veroordelingen en sancties jegens de vervoerder waarvoor de vervoersmanager werkzaam is.
Artikel 3
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van artikelen 1 en 2.
Artikel 4
Onze Minister kan vrijstelling verlenen van de beroepsverordening voor het wegvervoer voor vervoer dat voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
a. het vervoer geschiedt in het kader van een publiek belang of maatschappelijk doel, waarbij sprake is van een markt van beperkte omvang;
b. het vervoer wordt verricht door een beperkt aantal gespecialiseerde bedrijven met gebruik van voorzieningen die niet bestemd zijn voor verrichten van vervoersactiviteiten, waarbij sprake is van een markt van beperkte omvang; of
c. voor het vervoer geldt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds een vrijstelling.
Artikel 5
[Wijzigt het Besluit personenvervoer 2000.]
Artikel 6
[Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.]
Artikel 7
[Wijzigt het Wijzigingsbesluit Besluit personenvervoer 2000, enz. (invoering boordcomputer taxi, afschaffing vergunning collectief personenvervoer, elektronisch vervoerbewijs).]
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit wegvervoer goederen.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar, 14 juni 2013
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Uitgegeven de achtentwintigste juni 2013
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht