Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit WWB

Uitgebreide informatie
Besluit van 10 oktober 2003 houdende regels ter uitvoering van de Wet werk en bijstand (Besluit WWB)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 september 2003, Directie Bijstand en Gemeentelijk Activeringsbeleid, nr. B&GA/WWB/03/70145;
Gelet op de artikelen 40, eerste lid, 69, tweede en derde lid, 70, tweede en derde lid, 73, derde lid, en 74, derde lid, van de Wet werk en bijstand;
De Raad van State gehoord (advies van 18 september 2003, nr. W12.03.0371/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 oktober 2003, Directie Werk en Bijstand, nr. W&B/WWB/03/76805;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Begripsbepaling
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet werk en bijstand ;
b. Algemene bijstandswet: de Algemene bijstandswet zoals deze luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet ;
c. Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ: de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ zoals deze luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet ;
d. werkdeel: de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
e. inkomensdeel: de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
f. gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen jonger dan 65 jaar: de volgens de opgave, bedoeld in artikel 130, vierde lid, van de Algemene bijstandswet, in het jaar 2003 ten laste van een gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ vermeerderd met de ontvangsten in verband met de toepassing van de artikelen 14a, 20, 24 en 25, hoofdstuk VI, paragraaf 2, en hoofdstuk VII van de Algemene bijstandswet, verminderd met de kosten van bijstand die is verleend met toepassing van artikel 30, tweede lid, van de Algemene bijstandswet en verminderd met de kosten van bijstand die is verleend met toepassing van artikel 63, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari 2004, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari 2003;
g. gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen van 65 jaar of ouder: de volgens de opgave, bedoeld in artikel 130, vierde lid, van de Algemene bijstandswet, in het jaar 2003 ten laste van een gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, van bijstand die is verleend met toepassing van artikel 30, tweede lid, van de Algemene bijstandswet.
Artikel 2. Berekening bedrag werkdeel
Het bedrag van het werkdeel wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
W = (K W : TK W ) x TB W
waarbij:
a. W het werkdeel voor de gemeente is;
b. K w het aan de hand van het verdeelmodel, dat is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, bepaalde gewicht voor de gemeente is;
c. TK w het totaal is van de aan de hand van het verdeelmodel, dat is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, bepaalde gemeentelijke gewichten voor alle gemeenten;
d. TB W het totale bedrag is dat beschikbaar is voor de werkdelen.
1.
Indien in een kalenderjaar het werkdeel niet volledig is besteed aan voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, kan het college het niet bestede deel tot maximaal 75% van het voor dat jaar toegekende budget toevoegen aan het werkdeel voor het daaropvolgende kalenderjaar.
2.
Indien in een kalenderjaar meer dan het werkdeel is besteed aan voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, kan het college het meer bestede bedrag tot maximaal 75% van het voor dat jaar toegekende budget ten laste brengen van het werkdeel voor het daaropvolgende kalenderjaar.
3.
Het percentage van de uitkering dat op grond van artikel 70, tweede lid, van de wet wordt teruggevorderd, bedraagt 100%. Indien volledige terugvordering naar het oordeel van Onze Minister tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt, stelt Onze Minister de terugvordering op een lager percentage vast.
1.
Het bedrag van het inkomensdeel wordt verschillend berekend voor gemeenten met:
a. 30 000 of minder inwoners;
b. meer dan 30 000 en minder dan 60 000 inwoners;
c. 60 000 of meer inwoners.
2.
Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in het eerste lid, geldt als peildatum 1 januari 2005.
3.
Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek «Demografische kerncijfers per gemeente» van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 5. Berekening bedrag inkomensdeel kleine gemeenten
Voor gemeenten met 30 000 of minder inwoners wordt het bedrag van het inkomensdeel berekend aan de hand van de volgende formule:
I = (K64 : TK64 30 000 ) x TB64 30 000 + (K65 : TK65) x TB65
waarbij:
a. I het inkomensdeel voor de gemeente is;
b. K64 de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen jonger dan 65 jaar zijn;
c. TK64 30 000 het totaal is van de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen jonger dan 65 jaar van gemeenten met 30 000 of minder inwoners;
d. TB64 30 000 het deel is van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen voor gemeenten met 30 000 inwoners of minder, bestemd voor personen jonger dan 65 jaar;
e. K65 de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen van 65 jaar of ouder zijn;
f. TK65 het totaal is van de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen van 65 jaar of ouder;
g. TB65 het deel is van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen, bestemd voor personen van 65 jaar of ouder.
Artikel 6. Berekening bedrag inkomensdeel middelgrote gemeenten
Voor gemeenten met meer dan 30 000 en minder dan 60 000 inwoners wordt het bedrag van het inkomensdeel berekend aan de hand van de volgende formule:
I = {[(1 – M) x (K64 : TK64 30 000–60 000 ) + M x (O : OT 30 000–60 000 )] x TB64 30 000–60 000 x C} + (K65 : TK65) x TB65
waarbij:
a. I het inkomensdeel voor de gemeente is;
b. M het aantal inwoners van de gemeente per 1 januari 2005 is, verminderd met 30 000 en vervolgens gedeeld door 30 000;
c. K64 de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen jonger dan 65 jaar zijn;
d. TK64 30 000–60 000 het totaal is van de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen jonger dan 65 jaar van gemeenten met meer dan 30 000 en minder dan 60 000 inwoners;
e. TB64 30 000–60 000 het deel is van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen voor gemeenten met meer dan 30 000 en minder dan 60 000 inwoners, bestemd voor personen jonger dan 65 jaar;
f. O de objectief vastgestelde gemeentelijke bijstandskosten voor personen jonger dan 65 jaar zijn;
g. OT 30 000–60 000 het totaal is van de objectief vastgestelde gemeentelijke bijstandskosten voor personen jonger dan 65 jaar van gemeenten met meer dan 30 000 en minder dan 60 000 inwoners;
h. C de correctiefactor is die wordt berekend aan de hand van de formule die is opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit;
i. K65 de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen van 65 jaar of ouder zijn;
j. TK65 het totaal is van de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen van 65 jaar of ouder;
k. TB65 het deel is van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen, bestemd voor personen van 65 jaar of ouder.
Artikel 7. Berekening bedrag inkomensdeel grote gemeenten
Voor gemeenten met 60 000 of meer inwoners wordt het bedrag van het inkomensdeel berekend aan de hand van de volgende formule:
I = (O : OT 60 000 ) x TB64 60 000 + (K65 : TK65) x TB65
waarbij:
a. I het inkomensdeel voor de gemeente is;
b. TB64 60 000 het deel is van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen voor gemeenten met 60 000 inwoners of meer, bestemd voor personen jonger dan 65 jaar;
c. O de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten bijstandskosten voor personen jonger dan 65 jaar zijn;
d. OT 60 000 het totaal is van de objectief vastgestelde gemeentelijke bijstandskosten voor personen jonger dan 65 jaar van gemeenten met 60 000 of meer inwoners;
e. K65 de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen van 65 jaar of ouder zijn;
f. TK65 het totaal is van de gemeentelijke bijstandslasten 2003 voor personen van 65 jaar of ouder;
g. TB65 het deel is van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen, bestemd voor personen van 65 jaar of ouder.
1.
Aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit:
a. worden de objectief vastgestelde gemeentelijke bijstandskosten voor personen jonger dan 65 jaar vastgesteld;
b. wordt het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen voor alle gemeenten, bestemd voor personen jonger dan 65 jaar, verdeeld over de delen TB64 30 000 , TB64 30 000-60 000 en TB64 60.000 .
2.
Het totale bedrag dat beschikbaar is voor de inkomensdelen van de gemeenten betreft: TB64 30 000 + TB64 30 000-60 000 + TB64 60 000 + TB65.
Artikel 9. Toetsingscommissie
De toetsingscommissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. Onze Minister benoemt de voorzitter en de leden, alsmede twee plaatsvervangende leden, die tevens door hem kunnen worden geschorst en ontslagen.
1.
Een verzoek om een aanvullende uitkering omvat:
a. een verklaring voor het feit dat de door het college gemaakte kosten hoger zijn dan het daarvoor verstrekte inkomensdeel;
b. een overzicht van de maatregelen die het college heeft genomen dan wel in de toekomst zal nemen om een situatie als bedoeld in onderdeel a te voorkomen, en
c. een toelichting op het bedrag waarom wordt verzocht.
2.
Een aanvullende uitkering wordt slechts toegekend voorzover:
a. voldaan is aan de gestelde vormvoorschriften;
b. de gemaakte kosten de toegekende uitkering inkomensdeel met minimaal tien procent overstijgen;
c. de uitkomst van de beoordeling van het effect van de arbeidsmarkt en van het gevoerde gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan daartoe aanleiding geeft.
3.
De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek voldoet aan de in het eerste en tweede lid genoemde voorwaarden en adviseert Onze Minister. Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat een gemeente in aanmerking komt voor een aanvullende uitkering, dan is de hoogte van deze uitkering gelijk aan het verschil tussen de werkelijke netto bijstandsuitkeringslasten en 110% van de toegekende uitkering inkomensdeel.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel, waarbij voor gemeenten tot maximaal 40 000 inwoners een afwijkende invulling kan worden gegeven van het tweede lid, onderdeel c.
1.
Voor de verlening van bijstand aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden aangewezen:
a. de gemeenten opgenomen in de bijlage onder A van het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid , en
b. de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.
2.
De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door het college van de gemeente waar de belanghebbende zich op het moment van zijn aanvraag bevindt.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Artikel 13. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit WWB.
Lasten en bevelen dat dit besluit en de bijlage met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10 oktober 2003
De
Staatssecretaris
Uitgegeven de veertiende oktober 2003
De
Minister
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Algemene bepalingen
+ Paragraaf 2. Werkdeel
+ Paragraaf 3. Inkomensdeel
+ Paragraaf 4. Overige en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht