1.
Voor de ambtenaar, wiens ambt is vermeld in de bijlage A van dit besluit, geldt het salaris, dat in die bijlage bij zijn ambt is aangegeven.
2.
Indien de ambtenaar bedoeld in het vorige lid anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in een soortgelijke regeling en zonder voorafgaand ontslag wordt belast met een ander ambt, als gevolg waarvan zijn salaris op grond van de overige bepalingen van dit besluit een verlaging zou moeten ondergaan, blijft deze verlaging achterwege.
1.
Voor de ambtenaar, wiens ambt niet is vermeld in de bijlage A van dit besluit, geldt een salarisschaal.
2.
De salarisschaal welke voor de ambtenaar geldt wordt, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, bepaald met inachtneming van de zwaarte van zijn functie en van bijzondere regelingen, als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling.
3.
De zwaarte van de functie wordt bepaald binnen de in de bijlage B van dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van het door of in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde normeringsstelsel.
4.
Indien de ambtenaar bij wijze van waarneming tijdelijk een andere functie uitoefent, blijft de voordien voor hem geldende salarisschaal van toepassing.
5.
Voor de ambtenaar kan uitsluitend in de navolgende gevallen een salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de voor hem geldende salarisschaal:
a. bij wijze van disciplinaire straf, bedoeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in een soortgelijke regeling;
b. indien bij het bepalen van de salarisschaal, bedoeld in het tweede lid, tevens is bepaald dat zijn functie een tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmee slechts tijdelijk zal gelden;
c. indien hij in verband met ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een andere functie waarvoor een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris;
d. indien hem op zijn aanvraag een andere functie wordt opgedragen waarvoor een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris, tenzij er sprake is van de omstandigheid, bedoeld in artikel 57b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
6.
Indien de ambtenaar met toepassing van hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is geplaatst in een andere functie waarvoor een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan de voor hem geldende salarisschaal in zijn oorspronkelijke functie, geldt voor de ambtenaar de salarisschaal die met toepassing van het tweede lid voor die andere functie is bepaald. Van de vorige volzin kan door het bevoegd gezag worden afgeweken voor zover toepassing gelet zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de betrokken ambtenaar.
1.
De ambtenaar die zich niet kan verenigen met de uitkomst van de bepaling van de zwaarte van zijn functie als bedoeld in artikel 5, derde lid, kan het voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, bevoegde gezag verzoeken die waarderingsuitkomst opnieuw in overweging te nemen.
2.
Indien de toepassing van het bepaalde in artikel 5, tweede lid, berust bij Ons, worden Wij vertegenwoordigd door Onze Minister wie het aangaat.
3.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels betreffende de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid.
4.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing indien voor de ambtenaar een bijzondere regeling geldt als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling.
1.
Bij aanstelling wordt aan de in artikel 5 bedoelde ambtenaar het salaris toegekend, dat in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0.
2.
Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
1.
Het salaris van de ambtenaar die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, wordt jaarlijks verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate functioneert.
2.
Het salaris van de ambtenaar die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan worden verhoogd tot een in de schaal vermeld hoger bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag meer dan in voldoende mate functioneert dan wel indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag op andere gronden aanleiding bestaat.
3.
Indien de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in voldoende mate functioneert, blijft salarisverhoging achterwege.
4.
De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend wanneer de ambtenaar het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar.
5.
Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
6.
Indien het functioneren van de ambtenaar niet kan worden beoordeeld omdat hij langdurig zijn functie niet uitoefent, kan zijn salaris worden verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding bestaat.
7.
Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorzover het betreft de in het eerste lid van dat artikel onder a en b genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
1.
Het salaris van de ambtenaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan worden verhoogd, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag uitstekend functioneert.
2.
Bij een salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid wordt het salaris:
a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 17 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden;
b. voor de ambtenaar, voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen:
€ 8726,88;
€ 8912,07;
€ 9098,26.
3.
Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken.
4.
Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, voorzover het betreft de in het eerste lid van dat artikel onder a en b genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
1.
Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige werktijd.
2.
Het salaris van de ambtenaar van wie de omvang van de arbeidsduur niet vast ligt, wordt, met inachtneming van artikel 5, tweede lid, vastgesteld op een bedrag, berekend op basis van het aantal uren dat daadwerkelijk dienst is verricht. Indien het aantal uren dat daadwerkelijk dienst is verricht minder is dan het voor de ambtenaar op grond van artikel 6b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde aantal garantie-uren, geschiedt de berekening van het salaris op basis van dit laatstbedoelde aantal uren.
3.
Een teruggebrachte werktijd als bedoeld in artikel 21a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een daarmee overeenkomende bepaling in een ander rechtspositiereglement is geen onvolledige werktijd in de zin van het eerste lid.
1.
Voor de ambtenaar die op oproep werkzaam is, dient bij de in artikel 11 geregelde vaststelling van het salaris tevens rekening te worden gehouden met het tweede lid van dit artikel.
2.
Indien de ambtenaar wordt opgeroepen om arbeid te verrichten voor een periode korter dan drie uur heeft hij recht op het salaris waarop hij aanspraak zou hebben indien hij drie uur arbeid zou hebben verricht indien:
a. de arbeidsduur minder bedraagt dan gemiddeld 15 uur per week en tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd; of
b. de arbeidsduur niet vastligt.
Artikel 11b
Het salaris van de ambtenaar die arbeidsgehandicapt is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten kan, met inachtneming van artikel 5, tweede lid, naar evenredigheid worden verminderd conform de door de uitvoeringsinstelling, bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, vastgestelde arbeidsprestatie.
Artikel 12
In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, waarbij van de overige bepalingen van dit hoofdstuk kan worden afgeweken.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk II. Bepalingen betreffende het salaris
+ Hoofdstuk IIA
+ Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende toelagen
+ Hoofdstuk IIIA. Bepalingen betreffende de eindejaarsuitkering
+ Hoofdstuk IV. Bepalingen betreffende de vakantie-uitkering
+ Hoofdstuk IVA. Bepalingen betreffende de toeslag
+ Hoofdstuk V. Bepalingen betreffende vergoedingen voor extra diensten
+ Hoofdstuk VI. Bepalingen betreffende het bevoegde gezag
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht