Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 14 Bijdragebesluit zorg

Uitgebreide informatie
1.
In afwijking van artikel 4 bedraagt de bijdrage 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen met een minimum van € 156 en een maximum van € 819,40 per maand voor:
a. de gehuwde verzekerde wiens echtgenoot niet verblijft in een instelling;
b. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste zes maanden van verblijf in een instelling;
c. de gehuwde verzekerden die beiden in een instelling verblijven, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden is verstreken, tezamen;
d. de ongehuwde verzekerde die moet of gehuwde verzekerden tezamen die moeten voorzien in de kosten van onderhoud van eigen, aangehuwde of pleegkinderen, mits voor die kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet recht op een uitkering bestaat of aan die kinderen, voor zover ze de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, studiefinanciering is toegekend krachtens de Wet studiefinanciering 2000 ;
e. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de zorgverzekeraar het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor de ongehuwde verzekerde, voor beide of voor een van de beide gehuwde verzekerden binnen een half jaar kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd;
f. de ongehuwde verzekerde en de gehuwde verzekerde, ten aanzien van wie artikel 14 van het Besluit toepassing vindt;
g. de gehuwde verzekerden tezamen, indien artikel 14 van het Besluit ten aanzien van beiden toepassing vindt dan wel indien artikel 14 van het Besluit toepassing vindt ten aanzien van een van hen en de ander in een instelling verblijft.
2.
De onderdelen b en c van het eerste lid zijn niet van toepassing indien het verblijf aanvangt binnen zes maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een bijdrage als bedoeld in artikel 4 verschuldigd was of waren.
3.
Voor de berekening van de periode van zes maanden worden perioden van verblijf in instellingen samengeteld, tenzij tussen twee zodanige perioden meer dan zestig dagen zijn verlopen. De eerste volzin is niet van toepassing op verzekerden die maximaal twee weken per twee maanden in een instelling verblijven.
4.
Op aanvraag van de verzekerde is de bijdrage niet verschuldigd indien hij een uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand ontvangt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk II. Bijdrage bij verblijf in een instelling
+ Hoofdstuk III. Bijdrage in andere gevallen
+ Hoofdstuk IV. Slot- en overgangsbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht