Briefwisseling tussen de Nederlandse, de Belgische en de Luxemburgse Regering, enerzijds, en de Zwitserse Bondsraad, anderszijds, inzake het gebruik van het zeemansboekje als reisdocument
(authentiek: fr)
AMBASSADE ROYALE DE BELGIQUE
AMBASSADE DU GRAND-DUCHÉ DE LUXEMBOURG
AMBASSADE ROYALE DES PAYS-BAS
Berne, le 14 mai 1964.
Monsieur le Conseiller Fédéral,
Nous avons l'honneur de porter à la connaissance de Votre Excellence que les Gouvernements des pays du Benelux sont disposés à conclure avec le Conseil fédéral suisse un Accord concernant l'utilisation du livret de marin comme document de voyage dans les termes suivants, qui sont soumis à Sa haute considération:
„Le Conseil fédéral suisse, d'une part, et, d'autre part, les Gouvernements du Royaume de Belgique, du Grand-Duché de Luxembourg et du Royaume des Pays-Bas, agissant de concert en conformité de la Convention du 11 avril 1960, concernant le transfert du contrôle des personnes vers les frontières extérieures du territoire du Benelux;
Désireux de faciliter autant que possible la circulation des marins sur leur territoire;
Sont convenus de ce qui suit:
Article 1er
Aux termes- du présent Accord il faut entendre: par „les pays du Benelux”: le Royaume de Belgique, le Grand-Duché de Luxembourg et le Royaume des Pays-Bas; par „territoire du Benelux: l'ensemble des territoires en Europe du Royaume de Belgique, du Grand-Duché de Luxembourg et du Royaume des Pays-Bas.
Article 2
Les marins de nationalité suisse qui sont détenteurs d'un livret de marin suisse valable seront admis sans visa sur le territoire du Benelux en vue de leur enrôlement, à condition d'être en possession d'une déclaration de l'armement intéressé qui constate qu'ils doivent se rendre dans le territoire du Benelux afin, d'y être engagés à bord d'un navire déterminé se trouvant dans un port déterminé et qui garantit le paiement des frais de- rapatriement par l'armement si l'enrôlement était irréalisable pour quelque motif que ce soit.
Article 3
Les marins de nationalité suisse qui sont détenteurs d'un livret de marin suisse valable peuvent transiter par le territoire du Benelux sans visa afin de
a) retourner dans leur pays d'origine, ou de
b) se rendre à bord d'un navire se trouvant dans un port étranger.
Dans le dernier cas, ils doivent prouver le but de leur voyage, soit par la production d'une déclaration émanant de l'armement intéressé, soit de toute autre façon.
Article 4
Les marins belges, luxembourgeois pu néerlandais, qui sont détenteurs respectivement d'un livret de marin belge, luxembourgeois ou néerlandais valable, peuvent entrer sans visa en Suisse dans les mêmes conditions que celles imposées aux marins suisses pour l'entrée dans le territoire du Benelux.
Article 5
Le franchissement de la frontière suisse et des frontières extérieures du territoire du Benelux ne peut se faire que par des points de passage autorisés.
Article 6
Chaque Gouvernement se réserve le droit de refuser l'accès de son pays aux détenteurs de livrets de marin qu'il considère comme indésirables.
Article 7
Les Gouvernements belge, luxembourgeois et néerlandais s'engagent à reprendre à tout moment et sans formalités les marins belges, luxembourgeois et néerlandais, qui sont entrés en Suisse en vertu des dispositions du présent Accord.
Le Conseil fédéral suisse s'engage à reprendre à tout moment et sans formalités les marins suisses qui sont entrés dans le territoire du Benelux en vertu des dispositions du présent Accord.
Article 8
Les marins admis au bénéfice du présent Accord restent soumis pendant leur séjour en Suisse ou dans un des pays du Benelux aux dispositions qui y sont en vigueur à l'égard des étrangers.
Article 9
Le présent Accord entrera en vigueur le quinze juin mil neuf cent soixante-quatre et restera valable pour une année. S'il n'a pas été dénoncé par le Conseil fédéral suisse ou les Gouvernements des pays du Benelux un mois avant la fin de cette période, l'Accord sera prolongé pour une durée indéterminée. Le Conseil fédéral suisse ou les Gouvernements des pays du Benelux pourront le dénoncer ensuite, moyennant préavis de trois mois.”
Si le Conseil fédéral suisse est disposé à conclure avec les Gouvernements des pays du Benelux un accord portant sur les dispositions précitées, nous avons l'honneur de proposer à Votre Excellence que la présente lettre et celle de teneur semblable, que Votre Excellence voudra bien nous adresser, constituent l'accord entre le Conseil fédéral suisse et les Gouvernements des pays du Benelux.
Veuillez agréer, Monsieur le Conseiller Fédéral, l'assurance de notre plus haute considération.
DÉPARTEMENT POLITIQUE FÉDÉRAL
0.743.311.1.
Berne, le 14 mai 1964
Monsieur l'Ambassadeur,
Par lettre de ce jour, Votre Excellence, ainsi que Messieurs les Ambassadeurs du Royaume de Belgique et du Grand-Duché de Luxembourg, ont bien voulu me faire savoir ce qui suit:
[Red: (zoals in Nr. I)]
J'ai l'honneur de vous confirmer que le Conseil fédéral suisse a approuvé le contenu de votre lettre commune. En conséquence, votre lettre et la présente réponse constitueront un accord entre le Conseil fédéral suisse et les Gouvernements des pays du Benelux concernant l'utilisation du livret de marin comme document de voyage.
Des lettres similaires ont été adressées ce jour à Messieurs les Ambassadeurs du Royaume de Belgique et du Grand-Duché de Luxembourg.
Veuillez agréer, Monsieur l'Ambassadeur, l'assurance de ma haute considération.
(s.) WAHLEN
Son Excellence
Monsieur Léon Savelberg,
Ambassadeur du Royaume des
Pays-Bas en Suisse,
Berne
(vertaling: nl)
KONINKLIJKE AMBASSADE VAN BELGIË
AMBASSADE VAN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG
KONINKLIJKE AMBASSADE DER NEDERLANDEN
Bern, 14 mei 1964.
Mijnheer de Bondsraad,
Wij hebben de eer ter kennis van Uwe Excellentie te brengen, dat de Regeringen der Beneluxlanden bereid zijn met de Zwitserse Bondsraad een Overeenkomst te sluiten inzake het gebruik van het zeemansboekje als reisdocument waarvan de inhoud hierbij aan Uwe Excellentie ter kennisneming wordt voorgelegd:
De Zwitserse Bondsraad enerzijds, en de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden anderzijds gezamenlijk optredende overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst van 11 april 1960 inzake de verlegging der personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied;
Verlangend het verkeer van zeelieden op hun gebied zoveel mogelijk te vereenvoudigen;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
In deze overeenkomst dient te worden verstaan:
onder „de Beneluxlanden”: het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
onder „Beneluxgebied”: de gezamenlijke gebieden binnen Europa van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 2
Zeelieden van Zwitserse nationaliteit die in het bezit zijn van een geldig Zwitsers zeemansboekje, worden met het oog op hun aanmonstering zonder visum tot het Beneluxgebied toegelaten, mits zij in het bezit zijn van een verklaring van de betrokken rederij waaruit blijkt dat zij zich naar het Beneluxgebied moeten begeven teneinde aldaar dienst te nemen aan boord van een bepaald schip, dat zich in een bepaalde haven bevindt; deze verklaring dient tevens een garantie in te houden voor de betaling der repatriëringskosten door de rederij indien de aanmonstering om welke reden dan ook geen doorgang zou vinden.
Artikel 3
Zeelieden van Zwitserse nationaliteit die in het bezit zijn van een geldig Zwitsers zeemansboekje, mogen het Beneluxgebied zonder visum doorreizen met het oogmerk:
a) naar hun land van herkomst terug te keren of
b) zich aan boord te begeven van een schip dat zich in een buitenlandse haven bevindt.
In het laatste geval moeten zij het doel van hun reis kunnen aantonen, hetzij aan de hand van een verklaring van de betreffende rederij, hetzij op enigerlei andere wijze.
Artikel 4
Belgische, Luxemburgse of Nederlandse zeelieden die onderscheidenlijk in het bezit zijn van een geldig Belgisch, Luxemburgs of Nederlands zeemansboekje, mogen Zwitserland zonder visum binnenkomen op dezelfde voorwaarden als die welke voor de Zwitserse zeelieden gelden voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
Artikel 5
Overschrijding van de Zwitserse grens en van de buitengrenzen van het Beneluxgebied mag uitsluitend geschieden langs erkende doorlaatposten.
Artikel 6
Iedere Regering behoudt zich het recht voor de toegang tot haar land te weigeren aan houders van zeemansboekjes die zij als ongewenst beschouwt.
Artikel 7
De Belgische, de Luxemburgse en de Nederlandse Regering verplichten zich Belgische, Luxemburgse en Nederlandse zeelieden die Zwitserland zijn binnengekomen krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst, te allen tijde en zonder formaliteiten terug te nemen.
De Zwitserse Bondsraad verplicht zich Zwitserse zeelieden die het Beneluxgebied zijn binnengekomen krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst, te allen tijde en zonder formaliteiten terug te nemen.
Artikel 8
Zeelieden die krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst zijn toegelaten, blijven gedurende hun verblijf in Zwitserland of in een der Beneluxlanden onderworpen aan de aldaar ten aanzien van vreemdelingen geldende bepalingen.
Artikel 9
Deze Overeenkomst treedt in werking op vijftien juni negentienhonderdvierenzestig en blijft gedurende een jaar van kracht. Tenzij zij een maand voor het verstrijken van deze termijn door de Zwitserse Bondsraad of door de Regeringen der Beneluxlanden is opgezegd, wordt zij voor onbepaalde tijd verlengd. De Zwitserse Bondsraad of de Regeringen der Beneluxlanden kunnen deze Overeenkomst vervolgens opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden.
Indien de Zwitserse Bondsraad bereid is met de Regeringen der Beneluxlanden een Overeenkomst, houdende de bovenstaande bepalingen te sluiten, hebben wij de eer Uwer Excellentie voor te stellen, dat deze brief en een door Uwe Excellentie tot ons te richten brief van gelijke strekking de Overeenkomst tussen de Zwitserse Bondsraad en de Regeringen der Beneluxlanden vormen.
Gelief, Mijnheer de Bondsraad, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.
POLITIEK BONDSDEPARTEMENT
0.743.311.1
Bern, 14 mei 1964.
Mijnheer de Ambassadeur,
In Uw brief van heden hebben Uwe Excellentie alsmede de Ambassadeur van het Koninkrijk België en de Ambassadeur van het Groothertogdom Luxemburg mij het navolgende doen weten:
[Red: (zoals in Nr. I)]
Ik heb de eer U te bevestigen dat de Zwitserse Bondsraad de inhoud van Uw gezamenlijke brief heeft goedgekeurd. Derhalve zullen Uw brief en dit antwoord een Overeenkomst vormen tussen de Zwitserse Bondsraad en de Regeringen der Beneluxlanden inzake het gebruik van het zeemansboekje als reisdocument.
Gelijkluidende brieven zijn heden verzonden aan de Ambassadeur van het Koninkrijk België en aan de Ambassadeur van het Groothertogdom Luxemburg.
Gelief, Mijnheer de Ambassadeur, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.
(w.g.) WAHLEN
Zijne Excellentie
de Heer Léon Savelberg
Ambassadeur van het Koninkrijk
der Nederlanden in Zwitserland
Bern
Inhoudsopgave
Nr. I
Article 1er
Article 2
Article 3
Article 4
Article 5
Article 6
Article 7
Article 8
Article 9
Nr. II
Nr. I
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Nr. II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht