Briefwisseling tussen de Nederlandse en de Japanse Regering houdende uitbreiding van de Notawisseling tussen de Nederlandse en de Japanse Regering inzake de afschaffing van visa tot Suriname en de Nederlandse Antillen
(authentiek: nl)
Dr. Th. P. Bergsma
Ambassador of the Netherlands
Tokyo, September 20, 1973.
Excellency,
I have the honour to refer to the arrangement between the Government of the Netherlands and the Government of Japan concerning reciprocal waiving of passport visas and visa fees contained in the Exchange of Notes of May 16, 1956 (hereinafter referred to as “the Arrangement”), and to propose, on behalf of the Government of the Netherlands, that, notwithstanding the term “The Netherlands (territory in Europe)” in paragraph 1 of the Arrangement, the Arrangement shall apply to Surinam and the Netherlands Antilles and that, with regard to Japanese nationals proceeding to Surinam or the Netherlands Antilles, the term “visa” in the Arrangement shall be regarded as meaning “temporary residence permit”.
I have further the honour to propose that, if the foregoing proposal is acceptable to the Government of Japan, this Note and Your Excellency's Note to that effect shall be regarded as constituting an agreement between the two Governments, which will enter into force on the date of the receipt by the Government of Japan of the written notification from the Government of the Netherlands of the completion of the necessary constitutional procedures for the entry into force of such agreement in the Kingdom of the Netherlands.
I avail myself of this opportunity to renew to Your Excellency the assurance of my highest consideration.
(sd.) TH. P. BERGSMA
His Excellency
Masayoshi Ohira
Minister for Foreign Affairs
Dr. Th. P. Bergsma
Ambassadeur van het
Koninkrijk der Nederlanden
Tokio, 20 september 1973.
Excellentie,
Ik heb de eer te verwijzen naar de overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Japanse Regering betreffende wederkerige afschaffing van paspoortvisa en visumleges, vervat in de Notawisseling van 16 mei 1956 (hierna te noemen de Overeenkomst), en namens de Nederlandse Regering voor te stellen dat, niettegenstaande de uitdrukking „Nederland (grondgebied in Europa)” in de eerste paragraaf van de Overeenkomst, de Overeenkomst van toepassing zal zijn op Suriname en de Nederlandse Antillen en dat, ten aanzien van Japanse onderdanen die reizen naar Suriname of de Nederlandse Antillen, aan de uitdrukking „visum” in de Overeenkomst de betekenis „tijdelijke verblijfsvergunning” zal worden toegekend.
Voorts heb ik de eer voor te stellen dat, indien het bovenstaande voorstel voor de Japanse Regering aanvaardbaar is, deze Nota en Uwer Excellenties Nota ter zake worden beschouwd als vormend een Overeenkomst tussen de twee Regeringen, die in werking zal treden op de datum van ontvangst door de Japanse Regering van de schriftelijke kennisgeving door de Nederlandse Regering van de voltooiing van de constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van een zodanige overeenkomst in het Koninkrijk der Nederlanden.
Ik maak van deze gelegenheid gebruik Uwe Excellentie opnieuw de verzekering te geven van mijn zeer bijzondere hoogachting.
(w.g.) TH. P. BERGSMA
Zijner Excellentie
Masayoshi Ohira
Minister van Buitenlandse Zaken
Tokio, 20 september 1973.
Excellentie,
Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellenties Nota van heden, die als volgt luidt:
[Red: (zoals in Nr. I)]
Voorts heb ik de eer namens mijn Regering te bevestigen dat het bovenstaande voorstel voor de Japanse Regering aanvaardbaar is en ermede in te stemmen dat Uwer Excellenties Nota en deze Nota worden beschouwd als vormend een overeenkomst tussen de twee Regeringen, die in werking zal treden op de datum van ontvangst door de Japanse Regering van de schriftelijke kennisgeving door de Nederlandse Regering van de voltooiing van de constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van een zodanige overeenkomst in het Koninkrijk der Nederlanden.
Ik maak van deze gelegenheid gebruik Uwe Excellentie opnieuw de verzekering te geven van mijn zeer bijzondere hoogachting.
(w.g.) MASAYOSHI OHIRA
Minister van Buitenlandse Zaken
Zijner Excellentie
Dr. Theodore Paul Bergsma
Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur
van het Koninkrijk der Nederlanden
Tokio
Inhoudsopgave
Nr. I
Nr. II
Nr. I
Nr. II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht