Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de President van het "Iran-United States Claims Tribunal" inzake het toekennen van voorrechten aan het Tribunaal
(authentiek: en)
Parkweg 13 - 2585 JH THE HAGUE
THE NETHERLANDS
Telephone: (070) 520064THE PRESIDENT
4 March 1988
Sir,
I have the honour to refer to the conversations between the Netherlands authorities and the Secretary-General of the Iran-United States Claims Tribunal regarding the fiscal and customs privileges of the Tribunal. Pending the conclusion of a host State agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Iran-United States Claims Tribunal I hereby propose to Your Excellency the following:
1. The fiscal and customs exemptions provide for in the letter of the Minister of Finance to the Directors of Inland Revenue of 5 July 1982 nr. 081-1386 are hereby confirmed.
2. In addition to the exemptions granted under 1, the Tribunal personnel in Staff categories 9 and 10 shall be entitled to such further exemptions as are accorded to diplomatic agents who are members of diplomatic missions accredited to the Netherlands, provided that they are not Netherlands nationals.
3. Tribunal personnel in Staff categories lower than 9, who are not Netherlands nationals, and who purchased a tax-free car prior to 1 January 1984 in accordance with the first arrival facility granted to them, will be permitted to purchase one more car tax-free.
4. The Secretary-General of the Tribunal shall communicate to the Protocol Department of the Ministry of Foreign Affairs the names of Tribunal personnel in Staff categories 9 and 10, the effective dates of their appointments to either category, and of termination of their employment by the Tribunal.
5. The Ministry of Finance shall inform the Directors of Inland Revenue of the above provisions.
If the foregoing proposals meet with the approval of Your Excellency I have the honour further to propose that this letter and Your letter in reply concurring therein shall constitute an agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Iran-United States Claims Tribunal which will enter into force on the date of receipt by the Iran-United States Claims Tribunal of Your Excellency's letter confirming the above.
Please accept, Sir, the assurances of my highest consideration.
(sd.) K. H. BÖCKSTIEGEL
Karl-Heinz Böckstiegel
President
His Excellency
Mr. H. van den Broek
Minister for Foreign Affairs
of the Kingdom of the Netherlands
The Hague
The Hague, 14 March 1988
Sir,
I have the honour to refer to Your Excellency's letter of March 4, 1988 regarding fiscal and customs privileges. Pending the conclusion of a host State agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Iran-United States Claims Tribunal, You made the following proposals:
[Red: (Zoals in Nr. I)]
On behalf of the Government of the Kingdom of the Netherlands I accept the foregoing proposals and I confirm that Your letter and this reply shall constitute an agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Iran-United States Claims Tribunal which will enter into force on the date of receipt by the Iran-United States Claims Tribunal of this reply.
Please accept, Sir, the assurances of my highest consideration.
(sd.) H. VAN DEN BROEK
H. van den Broek
His Excellency
Prof. Dr. K.H. Böckstiegel
President of the
Iran-United States
Claims Tribunal
at The Hague
Aan de heren Directeur der rijksbelastingen
Nr. 082-1386
's-Gravenhage, 5 juli 1982
Onderwerp: Iran-United States
Claims Tribunal
1. INLEIDING
Het „Iran-United States Claims Tribunal” (hierna te noemen: „Tribunal”) dat zijn zetel heeft in 's-Gravenhage, ving zijn werkzaamheden aan op 19 mei 1981.
De privileges en immuniteiten van het „Tribunal”, van zijn leden en van zijn Secretaris-Generaal, de Speciale Assistent van het „Tribunal”, co-griffiers en andere personeelsleden zullen worden vastgesteld bij een internationale overeenkomst, welke zal worden gesloten door Iran, de Verenigde Staten van Amerika en Nederland. In afwachting van het tot stand komen van deze overeenkomst keur ik goed, dat de hierna volgende belastingvrijstellingen reeds van 18 mei 1981 af worden toegepast.
2. BELASTINGVRIJSTELLINGEN VAN HET „TRIBUNAL”
2.1. Algemeen
Het „Tribunal” is vrijgesteld van alle directe belastingen, alsmede van:
a. belastingen, rechten en heffingen bij invoer en uitvoer door het„Tribunal” van goederen bestemd voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden;
b. belastingen en heffingen, begrepen in de prijs van hier te lande betrokken goederen en diensten bestemd voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden;
c. motorrijtuigenbelasting voor de motorrijtuigen, eigendom van het „Tribunal”, die voor zijn officiële werkzaamheden worden gebruikt.
2.2. Belasting bij invoer
De hiervoor onder punt 2.1., letter a., vermelde vrijstelling wordt bij invoer genoten op grond van een door de Inspecteur der invoerrechten en accijnzen te 's-Gravenhage ter zake te verlenen vrijstellingsvergunning. De goederen worden ten invoer met vrijstelling van belasting aangegeven op een formulier Douane 35 met dien verstande dat geen zekerheid behoeft te worden gesteld.
2.3. Invoer per post
Brieven, documenten en andere goederen, welke per post worden ingevoerd, worden - mits aannemelijk is dat zij voor het „Tribunal” zijn bestemd - met vrijstelling van belasting toegelaten zonder dat een schriftelijke aangifte ten invoer behoeft te worden gedaan en zonder dat de hiervoor in punt 2.2. genoemde vrijstellingsvergunning is vereist.
2.4. Afzien van de vrijstelling
Met vrijstelling van belasting verkregen goederen als hiervoor bedoeld in punt 2.1., letter a., waaraan een andere bestemming wordt gegeven dan wie welke aanleiding was tot het verlenen van de vrijstelling (bijv. door verkoop, schenking of verhuur), dienen ten invoer te worden aangegeven. Ter zake dienen de belastingen te worden voldaan volgens de ten tijde van de aangifte geldende tarieven en over de waarde van de goederen ten tijde van de aangifte.
2.5. Omzetbelasting
Ten aanzien van de door het „Tribunal” hier te lande betrokken goederen en diensten, als hiervoor bedoeld in punt 2.1., letter b., wordt vrijstelling genoten in de vorm van teruggaaf van omzetbelasting. Verzoeken voor een zodanige teruggaaf moeten binnen drie maanden na afloop van elk kwartaal worden ingediend bij de Inspecteur der invoerrechten en accijnzen te 's-Gravenhage met gebruikmaking van een formulier O.B. nr. 95, c.q. een door de Inspecteur goed te keuren formulier.
De Inspecteur kan voorwaarden stellen inzake het overleggen van facturen en andere bescheiden ter staving van het verzoek.
Als minimumbedrag waarover belasting wordt terugbetaald, geldt een bedrag van f 500,-- exclusief omzetbelasting. Met betrekking tot facturen e.d. waarop een vergoeding van minder dan f 500,-- in rekening wordt gebracht, wordt derhalve in beginsel geen teruggaaf verleend. Toegestaan is evenwel dat het „Tribunal” facturen met een vergoeding van minder dan f 500,-- afkomstig van eenzelfde ondernemer, in een verzamelstaat samenvat:
a. indien zij doorlopende prestaties betreffen, zoals leveringen van gas, water en electriciteit, waarvan de factuurdata binnen het desbetreffende kwartaal zijn gelegen;
b. indien de facturen anderszins voortvloeien uit één enkele opdracht of overeenkomst, mits de factuurdata eveneens binnen het desbetreffende kwartaal zijn gelegen.
2.7. Accijns
Vrijstelling van accijns wordt verleend voor:
Kenteken
Aan motorrijtuigen die op de voet van punt 2.2. worden ingevoerd, wordt een kenteken met de letters CDJ toegekend onder afgifte van een certificaat Benelux 4 (zonder zekerheidsstelling). Op het kenteken wordt vermeld: „slechts geldig met Benelux 4.”
a. hier te lande betrokken minerale oliën, bestemd voor de uitoefening van de officiële werkzaamheden van het „Tribunal” waartoe behoren het gebruik voor zijn motorrijtuigen en voor verwarming van zijn officiële gebouwen.
- tabaksfabrikaten, alcoholhoudende dranken, niet-mousserende en mousserende wijn bestemd voor de uitoefening van de officiële werkzaamheden van het „Tribunal” met inbegrip van officiële recepties en dergelijke.
De hiervoor onder punt a. genoemde vrijstelling wordt verwezenlijkt door teruggaaf van de betaalde accijns. Tot het verlenen van de teruggaaf is uitsluitend bevoegd de Inspecteur der invoerrechten en accijnzen te 's-Gravenhage. Ter verkrijging van teruggaaf moet het „Tribunal” bij de Inspecteur een verzoek om teruggaaf indienen binnen drie maanden na afloop van het desbetreffende kwartaal. Het verzoek moet zijn vergezeld van de originele facturen welke betrekking hebben op de levering van minerale oliën. Voorzover het betreft minerale oliën, welke zijn bestemd voor gebruik in motorrijtuigen kan worden volstaan met de overlegging van de afleveringsbonnen onder voorwaarde, dat deze de volgende gegevens bevatten:
naam van de leverancier;
naam van de bestuurder van het motorrijtuig;
soort en hoeveelheid en prijs van de minerale oliën;
plaats en datum van de aflevering;
kenteken van het motorrijtuig waaraan de olie is afgeleverd.
De afleveringsbon moet voor akkoord worden getekend zowel door de leverancier als door de bestuurder van het desbetreffende motorrijtuig. Bij het verzoek om teruggaaf moeten worden gevoegd de afleveringsbonnen alsmede een recapitulatie van de hoeveelheden. De Inspecteur plaatst op de overgelegde bescheiden, voor zover ze weer in het bezit van het „Tribunal” worden gesteld, een aantekening dat de vrijstelling is verleend.
Voor de hiervoor onder punt b. genoemde vrijstelling is vooraf een vrijstellingsvergunning van de Inspecteur der invoerrechten en accijnzen te 's-Gravenhage vereist voor welk doel het aangifteformulier „Douane 39” moet worden gebruikt; het formulier moet worden getekend door de President of de Secretaris-Generaal van het „Tribunal” of door een persoon die door een van hen is gemachtigd. Een lijst met de namen en de handtekeningen van gemachtigden is opgenomen in de bijlage.
De Inspecteur beschikt op het verzoek om vrijstelling door middel van de afgifte van het document. Voor de afgifte daarvan behoeft geen zekerheid te worden gesteld. De Inspecteur kan nadere voorwaarden vaststellen. Deze vrijstelling kan niet bij wijze van teruggaaf worden verleend.
3. BELASTINGVRIJSTELLINGEN VOOR DE LEDEN VAN HET „TRIBUNAL” DE SECRETARIS-GENERAAL, DE SPECIALE ASSISTENT VAN HET „TRIBUNAL”, DE CO-GRIFFIERS EN DE ANDERE PERSONEELSLEDEN
3.1. Leden van het „Tribunal”, de Secretaris-Generaal, de Speciale Assistent van het „Tribunal” en de Co-Griffiers
De leden van het „Tribunal”, de Secretaris-Generaal, de Speciale Assistent van het „Tribunal” en de Co-Griffiers genieten de belastingvrijstellingen die verleend worden aan diplomatieke ambtenaren van vergelijkbare rang die in Nederland zijn geaccrediteerd 1) . De algemene bepalingen en voorwaarden, neergelegd in artikel 25, leden 1,2 en 3 van de Uitvoeringsbeschikking Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964 en in artikel 33 van de beschikking Vrijstellingen-Tariefbesluit 1960 zijn van toepassing.
3.2. Andere leden en personeelsleden
De leden en personeelsleden van het „Tribunal” op wie punt 3.1. niet van toepassing is, genieten vrijstelling van inkomstenbelasting over salarissen en emolumenten, betaald door het „Tribunal”. Het zogenaamde progressievoorbehoud, opgenomen in artikel 40 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen jo. artikel 31 van de Uitvoeringsbeschikking Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964, is in dit geval niet van toepassing. Voorts genieten zij vrijstelling van belasting bij invoer van hun verhuisboedel wanneer zij voor de eerste maal hun werkzaamheden hier te lande aanvangen.
3.3. Verhuisboedelvrijstelling
De hiervoor onder punt 3.2. genoemde personen genieten vrijstelling van belasting bij invoer van hun verhuisboedel, wanneer zij voor de eerste maal hun werkzaamheden hier te lande aanvangen, op de voet van artikel 46 van de Beschikking Vrijstellingen-Tariefbesluit 1960; voorts zijn de punten 3.4 tot 3.7 hierna van toepassing.
Indien een proeftijd voorafgaat aan de definitieve indiensttreding, wordt het begin van de proeftijd beschouwd als de aanvang van de dienstbetrekking. Ik heb er geen bezwaar tegen dat de vrijstelling eveneens wordt verleend voor goederen die later, doch in het algemeen niet later dan een maand na het tijdstip van de definitieve indiensttreding worden ingevoerd, mits deze goederen reeds voor de aanvang van de dienstbetrekking tot de inboedel van belanghebbende behoorden.
3.4. Normale verblijfplaats
De voorwaarde van artikel 46, eerste lid, letter a, van de Beschikking Vrijstellingen Tariefbesluit 1960, inzake de overbrenging van de normale verblijfplaats, is niet van toepassing.
3.5. Nederlanders
De punten 3.6 en 3.7 zijn niet van toepassing op personen, die de Nederlandse nationaliteit bezitten. Artikel 46 van de Beschikking Vrijstellingen-Tariefbesluit 1960 is op deze categorie personen, behoudens het gestelde in punt 3.4, onverkort van toepassing.
3.6. Toepassing van de verhuisboedelvrijstelling op andere goederen dan motorrijtuigen
Indien de in dit punt bedoelde goederen in het buitenland in het vrije verkeer zijn aangeschaft en daarvoor geen teruggaaf van belasting is of wordt verkregen, behoeft de voorwaarde van artikel 46, derde lid, letter b, niet in acht te worden genomen. In de overige gevallen is deze bepaling onverkort van toepassing.
3.7. Toepassing van de verhuisboedelvrijstelling op motorrijtuigen
Voor motorrijtuigen die blijkens een gewoon buitenlands kenteken zich in het buitenland in het vrije verkeer bevonden, behoeft artikel 46, derde lid, letter b, jo. vierde lid, niet in acht te worden genomen. Voor één motorrijtuig dat in het buitenland met vrijstelling van belasting is verkregen of in ongebruikte staat uit het buitenland wordt ingevoerd of hier te lande uit een douane-entrepot wordt betrokken, wordt vrijstelling van belasting verleend mits de vrijstellingsvergunning wordt aangevraagd binnen een maand na eerste aankomst in Nederland.
Indien een proeftijd voorafgaat aan de definitieve indiensttreding kan, mits de proeftijd niet langer duurt dan zes maanden, vrijstelling worden verleend gedurende de proeftijd of binnen een maand na de definitieve indiensttreding.
In alle gevallen is de voorwaarde van het derde lid van artikel 46, inhoudende dat goederen twaalf maanden na de invoer niet worden overgedragen, verhuurd of uitgeleend, van toepassing 1) [2] .
3.8. Kentekenbewijzen
Voor motorrijtuigen, waarvoor de in punt 3.7. bedoelde vrijstelling is verleend, wordt een gewoon Nederlands kentekenbewijs afgegeven. Voor motorrijtuigen waarvoor krachtens de regelingen welke van toepassing zijn op diplomatieke ambtenaren (zie punt 3.1.) een vrijstelling is verleend, wordt een kentekenbewijs afgegeven met de letters CDJ.
DE MINISTER VAN FINANCIEN,
namens deze,
DE DIRECTEUR-GENERAAL VOOR FISCALE ZAKEN,
A. Schoemaker 1)####
De leden van het „Tribunal” en de Secretaris-Generaal worden gelijkgesteld met hoofden van diplomatieke missies; De Speciale Assistent van het „Tribunal” en de Co-Griffiers met diplomatieke ambtenaren. Assistent-Griffiers komen derhalve niet in aanmerking voor diplomatieke belastingvrijstellingen. ^ [2]
Personeelsleden van het „Tribunal” wier proeftijd is geëindigd vóór de datum van de tweede herdruk van deze aanschrijving kunnen alsnog gebruik maken van deze faciliteit binnen één maand na die datum.
Inhoudsopgave
Nr. I. IRAN-UNITED STATES CLAIMS TRIBUNAL
Nr. II. MINISTER FOR FOREIGN AFFAIRS
MINISTERIE VAN FINANCIEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht