Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn
(authentiek: nl)
De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, in het kader van de Raad bijeen,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Na raadpleging van de Commissie,
Na raadpleging van de Europese Investeringsbank,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Op grond van bijlage I bis, punt 3, van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. (hierna „de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst’’ genoemd) worden alle noodzakelijke wijzigingen van het meerjarige financiële kader of de daarmee samenhangende delen van de Overeenkomst, in afwijking van het bepaalde in artikel 95 van de Overeenkomst, vastgesteld door de Raad van Ministers.
(2) De ACS-EG-Raad van Ministers hechtte tijdens zijn vergadering in Port Moresby (Papoea-Nieuw-Guinea) op 1 en 2 juni 2006 zijn goedkeuring aan bijlage I ter bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en stelde daarbij het totaalbedrag aan communautaire steun voor de ACS-staten binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2008-2013 in het kader van de ACS-EG-overeenkomst vast op 21,966 miljard EUR uit hoofde van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (hierna „het tiende EOF’’ genoemd), waaraan wordt bijgedragen door de lidstaten.
(3) ?Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap (hierna „het LGO-besluit’’ genoemd)PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1. is van kracht tot 31 december 2011. Een nieuw besluit op basis van artikel 187 van het Verdrag wordt vóór die datum goedgekeurd. Vóór 31 december 2007 zal de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie de financiële bijstand uit hoofde van het tiende EOF aan de LGO waarop deel vier van het Verdrag van toepassing is gedurende de periode 2008-2013, vaststellen op 286 miljoen EUR.
(4) Op grond van Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 30 mei 2005 tot vaststelling van de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit hoofde van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) kunnen worden aangegaanPB L 156 van 18.6.2005, blz. 19. mogen middelen uit hoofde van het negende EOF die door de Commissie worden beheerd, de door de Europese Investeringsbank (EIB) beheerde rentesubsidies en de inkomsten uit deze middelen uiterlijk tot 31 december 2007 worden vastgelegd. Indien nodig kan deze datum worden gewijzigd.
(5) ?Met het oog op de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit moet een tiende EOF worden ingesteld en moet een procedure worden bepaald voor de toewijzing van middelen en voor de bijdragen van de lidstaten.
(6) ?Op basis van een verslag van de Commissie zullen in 2008–2009 alle aspecten van de uitgaven en de middelen van de Europese Unie worden geëvalueerd.
(7) ?De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, zijn overeengekomen om uit hoofde van het tiende EOF 430 miljoen EUR extra te reserveren voor de financiering van de ondersteunende uitgaven van de Commissie in verband met de programmering en uitvoering van het EOF.
(8) ?Er moeten regels worden vastgesteld voor het beheer van de financiële samenwerking.
(9) ?Op 12 september 2000 hechtten de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hun goedkeuring aan het interne akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het Financieel Protocol bij de ACS-EG-Overeenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop deel vier van het EG-Verdrag van toepassing is (hierna „intern akkoord voor het 9e EOF’’ genoemd)PB L 317 van 15.12.2000, blz. 355..
(10) ?Bij de Commissie wordt een comité van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten gevestigd (hierna „het EOF-comité’’ genoemd) en bij de EIB wordt een soortgelijk comité gevestigd. De werkzaamheden die door de Commissie en de EIB worden verricht voor de toepassing van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het LGO-besluit dienen te worden geharmoniseerd.
(11) ?Verwacht wordt dat Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2008 tot de EU zullen zijn toegetreden, en dat zij tot de ACS-EG-Overeenkomst en tot dit interne akkoord zullen toetreden overeenkomstig de verbintenissen die zij uit hoofde van het Toetredingsverdrag van Bulgarije en Roemenië en het bijbehorende protocol zullen zijn aangegaan.
(12) In hun conclusies van 24 mei 2005 hebben de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, „Sneller vorderingen boeken om de milleniumdoelstellingen voor de ontwikkeling te bereiken’’ toegezegd de tijdens de vergadering van het forum op hoog niveau te Parijs op 2 maart 2005 aangenomen verklaring van Parijs inzake doeltreffendheid van de OESO-hulp en van de specifieke toezeggingen die de EU bij die gelegenheid heeft gedaan, tijdig te doen uitvoeren en daarop toe te zien.
(13) ?Herinnerd wordt aan de ODA-doelstellingen die werden vermeld in bovengenoemde conclusies. Wanneer de Commissie de lidstaten en de OESO/DAC verslag uitbrengt over uitgaven binnen het EOF, zal zij een onderscheid maken tussen ODA- en niet-ODA-activiteiten.
(14) ?De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie hebben op 22 december 2005 een gemeenschappelijke verklaring betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie: de Europese Consensus aangenomen.PB C 46 van 24.2.2006, blz. 1.
(15) ?Het EOF zal voorrang zal blijven verlenen aan de ondersteuning van de minst ontwikkelde landen en andere lage-inkomenslanden.
(16) ?De Raad heeft op 11 april 2006 het beginsel vastgesteld dat de Vredesfaciliteit voor Afrika voor de eerste periode (2008-2010) wordt gefinancierd voor een bedrag van 300 miljoen EUR uit het intra-ACS-fonds. In de loop van het derde jaar zal een algehele evaluatie worden verricht, waarbij de modaliteiten van de financiering en de mogelijkheden voor alternatieve financieringsbronnen in de toekomst, inclusief financiering uit de GBVB-begroting, zullen worden getoetst,
Zijn als volgt overeengekomen:
1.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
2.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
3.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
4.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
5.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
6.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
7.
In geval van toetreding van een nieuwe staat tot de EU kan de in lid 2 bedoelde verdeling worden gewijzigd op voorstel van de Commissie bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit.
8.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
9.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
10.
[Dit lid wordt niet voorlopig toegepast.]
Artikel 2. Middelen voor de ACS-staten
Het in artikel 1, lid 2, onder a, onder i, vermelde bedrag van 21,966 miljard EUR wordt als volgt over de samenwerkingsinstrumenten verdeeld:
a. 17,766 miljard EUR ter financiering van nationale en regionale indicatieve programma’s. Dit bedrag zal worden gebruikt voor de financiering van
i. de nationale indicatieve programma’s van de ACS-staten, overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 5 van bijlage IV bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst;
ii. de regionale indicatieve programma’s ter ondersteuning van de regionale en interregionale samenwerking en integratie van de ACS-staten, overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11, artikel 13, lid 1, en artikel 14 van bijlage IV bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst.
b. 2,7 miljard EUR ter financiering van intra-ACS- en interregionale samenwerking met veel of alle ACS-staten, overeenkomstig artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14 van bijlage IV bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst inzake uitvoerings- en beheersprocedures. Dit bedrag omvat structurele steun aan de gemeenschappelijke instellingen: het COB en het TCL, bedoeld in bijlage III bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en gecontroleerd volgens de daarin vervatte regels en procedures, alsmede de Paritaire Parlementaire Vergadering, bedoeld in artikel 17 van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst. Dit bedrag omvat tevens financiering van de huishoudelijke uitgaven van het in de punten 1 en 2 van protocol 1 bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst bedoelde ACS-secretariaat.
c. Een deel van de onder a en b bedoelde middelen kan worden gebruikt om externe schokken en onvoorziene behoeften op te vangen, waaronder eventueel aanvullende humanitaire kortetermijn- of noodhulp wanneer deze niet uit de EU-begroting kan worden gefinancierd, om de nadelige gevolgen van kortdurende fluctuaties van de exportopbrengsten te verzachten.
d. 1,5 miljard EUR in de vorm van een toewijzing aan de EIB voor de financiering van de Investeringsfaciliteit, overeenkomstig de in bijlage II bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst beschreven voorwaarden, waaronder een aanvullende bijdrage van 1,1 miljard EUR aan de Investeringsfaciliteit in de vorm van een roterend fonds en van 400 miljoen EUR in de vorm van leningen voor de financiering van rentesubsidies zoals bedoeld in de artikelen 2 en 4 van bijlage II bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst, gedurende de looptijd van het tiende EOF.
1.
Het in artikel 1, lid 2, onder a, ii, vermelde bedrag van 286 miljoen EUR zal worden toegewezen volgens een voor 31 december 2007 vast te stellen besluit van de Raad tot wijziging van het LGO-besluit, overeenkomstig artikel 187 van het Verdrag, waarvan 256 miljoen EUR voor de financiering van nationale en regionale indicatieve programma’s en 30 miljoen EUR in de vorm van een toewijzing aan de EIB voor de financiering van de Investeringsfaciliteit overeenkomstig het LGO-besluit.
2.
Indien een LGO onafhankelijk wordt en tot de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst toetreedt, wordt het in lid 1 vermelde bedrag verlaagd en worden de in artikel 2, onder a, i, genoemde bedragen dienovereenkomstig verhoogd bij besluit van de Raad, met eenparigheid van stemmen en op voorstel van de Commissie.
1.
Aan het in artikel 1, lid 2, onder b, bedoelde bedrag voor de Investeringsfaciliteit in het kader van het negende EOF en het in artikel 2, onder d, bedoelde bedrag wordt een indicatief bedrag van 2,03 miljard EUR toegevoegd in de vorm van leningen van de EIB uit eigen middelen. Daarvan wordt een bedrag van 2 miljard EUR verstrekt voor de doeleinden als vervat in bijlage II bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en een bedrag van 30 miljoen EUR voor de doeleinden als vervat in het LGO-besluit, overeenkomstig de voorwaarden zoals vastgelegd in de statuten en de desbetreffende bepalingen van de voorwaarden voor de financiering van investeringen, zoals die zijn vastgesteld in bijlage II bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit.
2.
Naar rato van hun intekening op het kapitaal van de EIB verplichten de lidstaten zich ertoe zich tegenover de Bank borg te stellen, onder afstand van het voorrecht van uitwinning, voor alle financiële verplichtingen die voor de leningnemers van de EIB voortvloeien uit de door de EIB uit eigen middelen op grond van artikel 1 van bijlage II bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het LGO-besluit verstrekte leningen.
3.
De in lid 2 bedoelde borgstelling blijft beperkt tot 75% van het totale bedrag van de door de EIB uit hoofde van alle leningsovereenkomsten geopende kredieten, maar geldt ter dekking van alle risico’s.
4.
De uit lid 2 voortvloeiende verplichtingen van de lidstaten worden vastgelegd in borgstellingsovereenkomsten tussen elk der lidstaten en de EIB.
1.
De bedragen die aan de EIB worden betaald uit hoofde van aan de ACS-staten, de LGO en de Franse overzeese departementen verstrekte speciale leningen, alsmede de opbrengsten en inkomsten uit operaties met risicodragend kapitaal die krachtens aan het negende EOF voorafgaande EOF’s hebben plaatsgevonden, komen aan de lidstaten toe naar rato van hun bijdragen aan het EOF waaruit deze middelen afkomstig zijn, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen besluit deze bedragen te reserveren of aan andere maatregelen toe te wijzen.
2.
De provisies die voor het beheer van de in lid 1 bedoelde leningen en verrichtingen aan de EIB verschuldigd zijn, worden vooraf in mindering gebracht op de aan de lidstaten toekomende bedragen.
3.
Opbrengsten en inkomsten die door de EIB worden ontvangen uit operaties in het kader van de Investeringsfaciliteit uit hoofde van het negende en het tiende EOF, worden door de EIB aangewend voor andere operaties in het kader van deze faciliteit, overeenkomstig artikel 3 van bijlage II bij de overeenkomst, na aftrek voor uitzonderlijke uitgaven en verplichtingen die zijn ontstaan in verband met de Investeringsfaciliteit.
4.
De kosten van de EIB voor het beheer van de in lid 3 bedoelde verrichtingen in het kader van de Investeringsfaciliteit worden volledig vergoed, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a, van bijlage II bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst.
1.
De middelen van het EOF omvatten de kosten voor ondersteunende uitgaven. De middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a, iii, en in artikel 1, lid 5, omvatten kosten in verband met de programmering en uitvoering van het EOF die niet worden gedekt door de nationale strategiedocumenten en de indicatieve meerjarenprogramma’s zoals bedoeld in de in artikel 10, lid 1, genoemde uitvoeringsverordening.
2.
De middelen voor de ondersteunende uitgaven kunnen betrekking hebben op de activiteiten in verband met:
a. voorbereiding, follow-up, toezicht, boekhouding, verslaglegging en evaluatie die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de programmering en uitvoering van de door de Commissie beheerde EOF-middelen;
b. de verwezenlijking van deze doelstellingen, zoals kosten voor onderzoek met betrekking tot ontwikkelingsbeleid, studies, vergaderingen, voorlichting, bewustmaking, opleiding, publicaties;
c. computernetwerken voor informatie-uitwisseling en andere bestuurlijke of technische bijstand die de Commissie moet maken in verband met het beheer van het EOF.
Ook vallen hieronder de kosten voor de administratieve ondersteuning bij de Commissie in Brussel en bij de delegaties in verband met het beheer van operaties die worden gefinancierd in het kader van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit.
Deze middelen mogen niet worden gebruikt voor de kernactiviteiten van de Europese overheid, bijvoorbeeld het vaste personeel van de Commissie.
1.
Rekening houdend met de verwachtingen van de EIB betreffende het beheer en de verrichtingen van de Investeringsfaciliteit, stelt de Commissie jaarlijks de staat vast van de vastleggingen, de betalingen en het jaarlijkse bedrag van de afroepen van de bijdragen voor het lopende en de volgende twee begrotingsjaren, en zij stelt de Raad hiervan vóór 15 oktober in kennis. Bij deze bedragen wordt uitgegaan van het vermogen om de voorgestelde middelen daadwerkelijk te besteden.
2.
Op een voorstel van de Commissie waarin wordt gespecificeerd welk deel voor de Commissie is bestemd en welk deel voor de EIB, stelt de Raad met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen het maximum vast voor het jaarlijkse bedrag van de bijdrage voor het tweede jaar volgend op het voorstel van de Commissie (n+2) en, met inachtneming van het maximum van het voorgaande jaar, het jaarlijkse bedrag van het verzoek om een bijdrage voor het eerste jaar volgend op het voorstel van de Commissie (n+1).
3.
Als de overeenkomstig lid 2 vastgestelde bijdragen afwijken van de werkelijke behoeften van het EOF gedurende het desbetreffende boekjaar, dient de Commissie bij de Raad voorstellen in tot wijziging van de omvang van de bijdragen, met inachtneming van het in lid 2 bedoelde maximum. De Raad neemt hierover met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit.
4.
De verzoeken om een bijdrage mogen het in lid 2 bedoelde maximum niet overschrijden en het maximum mag niet worden verhoogd, behalve wanneer de Raad hiertoe met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit in geval van speciale behoeften ten gevolge van uitzonderlijke of niet voorziene omstandigheden zoals situaties na een crisis. De Commissie en de Raad zien er in dit geval op toe dat de bijdragen overeenkomen met de verwachte betalingen.
5.
Rekening houdend met de verwachtingen van de EIB deelt de Commissie de Raad jaarlijks vóór 15 oktober haar ramingen van de vastleggingen, betalingen en bijdragen mee voor elk van de drie jaar volgend op de in lid 1 bedoelde jaren.
6.
Wat betreft middelen die uit eerdere EOF’s zijn overgebracht naar het tiende EOF overeenkomstig artikel 1, lid 2, onder b, en artikel 1, lid 3, worden de bijdragen van iedere lidstaat berekend naar rato van de bijdrage van elke lidstaat aan het betreffende EOF.
Wat betreft middelen van het negende EOF en eerdere EOF’s die niet worden overgeboekt naar het tiende EOF, wordt het effect daarvan op de bijdrage van iedere lidstaat berekend naar rato van de bijdrage van elke lidstaat aan het negende EOF.
7.
De wijze van storting van de bijdragen door de lidstaten wordt vastgesteld bij het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement.
1.
Voor de door de Commissie beheerde middelen van het tiende EOF wordt bij de Commissie een comité ingesteld (hierna „het EOF-comité’’ genoemd), dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten. Het EOF-comité staat onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie en het secretariaat wordt gevoerd door de Commissie. Een vertegenwoordiger van de EIB neemt deel aan de werkzaamheden van het comité.
2.
De stemmen van de lidstaten in het EOF-comité worden als volgt gewogen:
3.
Het EOF-Comité spreekt zich uit met een gekwalificeerde meerderheid van 724 stemmen op 1 004 stemmen, waarbij ten minste veertien lidstaten vóór moeten stemmen. De blokkerende minderheid bedraagt 281 stemmen.
4.
In geval van toetreding van een nieuwe staat tot de EU kunnen de in lid 2 genoemde weging alsmede de in lid 3 vermelde gekwalificeerde meerderheid van stemmen bij eenparig besluit van de Raad worden gewijzigd.
5.
De Raad stelt met eenparigheid van stemmen het reglement van orde van het EOF-comité vast.
1.
Onder auspiciën van de EIB wordt een comité (hierna „het Comité van de Investeringsfaciliteit’’ genoemd) ingesteld, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten en een vertegenwoordiger van de Commissie. De EIB draagt zorg voor het secretariaat en de ondersteunende dienstverlening van het comité. De voorzitter van het Comité voor de Investeringsfaciliteit wordt gekozen door en onder de leden van het Comité van de Investeringsfaciliteit.
2.
De Raad stelt met eenparigheid van stemmen het reglement van orde van het Comité van de Investeringsfaciliteit vast.
3.
Het Comité van de Investeringsfaciliteit besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. De stemmen worden gewogen zoals bepaald in artikel 8, leden 2 en 3.
1.
Onverminderd artikel 8 van dit akkoord en de stemregeling voor de lidstaten uit hoofde van dat artikel, blijven alle relevante bepalingen van de artikelen 14 tot en met 30 van het intern akkoord voor het negende EOF van kracht totdat de Raad een besluit neemt over een uitvoeringsverordening voor het tiende EOF. Het besluit over deze uitvoeringsverordening wordt na overleg met de EIB met eenparigheid van stemmen genomen en is gebaseerd op een voorstel van de Commissie.
De uitvoeringsverordening bevat passende wijzigingen en verbeteringen van de bestaande programmerings- en besluitvormingsprocedures, en harmoniseert zoveel mogelijk de communautaire en EOF-procedures, inclusief wat betreft medefinancieringsaspecten. Voorts bevat de verordening specifieke beheersprocedures voor de Vredesfaciliteit. Aangezien de financiële en technische steun voor de uitvoering van artikel 11, lid 6, de artikelen 11 bis en de artikelen 11 ter van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst zal worden gefinancierd uit andere specifieke instrumenten dan de voor de financiering van de ACS-EG-samenwerking bestemde instrumenten, moeten volgens deze bepalingen ontwikkelde activiteiten op grond van vooraf gespecificeerde begrotingsbeheersprocedures worden goedgekeurd.
2.
Vóór de inwerkingtreding van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst stelt de Raad met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid een financieel reglement vast op basis van een voorstel van de Commissie en na advies van de EIB inzake de voor haar relevante bepalingen, en van de Rekenkamer.
3.
De in de leden 1 en 2 genoemde verordeningen voorzien in de mogelijkheid om, wanneer opportuun, de uitvoeringstaken te delegeren aan derden, die voldoende financiële garanties bieden.
1.
De Commissie draagt zorg voor de financiële uitvoering van de middelen die zij beheert op basis van artikel 1, lid 8, artikel 2, onder a, b en c, artikel 3, lid 1, en artikel 6, en voor de financiële uitvoering van de projecten en programma’s overeenkomstig het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement. De besluiten van de Commissie met betrekking tot de terugvordering van te veel betaalde bedragen vormen executoriale titel, zoals bepaald in artikel 256 van het EG-Verdrag.
2.
Namens de Gemeenschap beheert de EIB de Investeringsfaciliteit en voert zij in dat kader verrichtingen uit, overeenkomstig het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement. De EIB handelt hierbij uit naam en voor risico van de Gemeenschap. Alle daaruit voortvloeiende rechten komen de lidstaten toe, met name in de hoedanigheid van schuldeiser of eigenaar.
3.
De EIB draagt overeenkomstig haar statuten en beste bankpraktijken zorg voor de financiële uitvoering van de verrichtingen in verband met de in artikel 4 bedoelde leningen uit eigen middelen, in voorkomend geval gecombineerd met rentesubsidies uit de subsidiemiddelen van het EOF.
4.
Voor elk boekjaar stelt de Commissie de rekeningen van het EOF op, keurt deze goed en stuurt ze naar het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.
5.
De in artikel 9 bedoelde gegevens worden door de Commissie ter beschikking van de Rekenkamer gehouden, zodat deze de uit de middelen van het EOF verleende steun aan de hand van de stukken kan controleren.
6.
De EIB doet jaarlijks aan de Commissie en de Raad haar jaarverslag toekomen over de uitvoering van de verrichtingen die zijn gefinancierd uit de door de EIB beheerde middelen van het EOF.
7.
Overeenkomstig lid 9 oefent de Rekenkamer ten aanzien van de verrichtingen van het EOF haar bevoegdheden op grond van artikel 248 van het EG-Verdrag uit. De wijze waarop dit geschiedt, wordt in het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement bepaald.
8.
Voor het financiële beheer van het EOF, met uitzondering van door de EIB beheerde verrichtingen, wordt de Commissie kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die daarover besluit met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
9.
Voor de uit de middelen van het EOF gefinancierde verrichtingen die door de EIB worden beheerd gelden de controle- en kwijtingsprocedures zoals die voor alle verrichtingen van de EIB in haar statuten zijn vastgelegd.
Artikel 12. Herzieningsclausule
Artikel 1, lid 3, en de artikelen van hoofdstuk II, met uitzondering van wijzigingen van artikel 8, kunnen door de Raad met eenparigheid van stemmen en op voorstel van de Commissie worden gewijzigd. De EIB sluit zich aan bij het voorstel van de Commissie betreffende aangelegenheden die verband houden met haar activiteiten en die van de Investeringsfaciliteit.
1.
Dit akkoord wordt door elke lidstaat goedgekeurd overeenkomstig zijn eigen grondwettelijke voorschriften. De regering van elke lidstaat stelt het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van de voltooiing van de procedures die voor de inwerkingtreding van dit akkoord zijn vereist.
2.
Dit akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste lidstaat kennis geeft van goedkeuring van dit akkoord.
3.
Dit akkoord wordt gesloten voor dezelfde duur als het in bijlage I ter bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst vastgelegde financiële meerjarenkader. Onverminderd artikel 1, lid 4, blijft dit akkoord echter van kracht voorzover dit nodig is voor de volledige uitvoering van alle uit hoofde van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit en binnen het genoemde financiële meerjarenkader gefinancierde verrichtingen.
Artikel 14. Authentieke talen
Dit akkoord, opgesteld in een exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezendt aan de regering van elk der ondertekenende lidstaten.
GEDAAN te Brussel, de zeventiende juli tweeduizend zes
Inhoudsopgave
+ HOOFDSTUK I. FINANCIËLE MIDDELEN
+ HOOFDSTUK II. TOEPASSING EN SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht