Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Lesotho inzake de toepassing van het op 31 mei 1932 te Londen tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten Verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken
(authentiek: en)
NOTE NO.
FR/TRT/16-2
The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of Lesotho presents its compliments to the Embassy of the Kingdom of the Netherlands and has the honour to refer to the declarations concerning treaty relationships made by the Honourable the Prime Minister of Lesotho on 22 March 1967, 5 March 1969 and 7 September 1971 and circulated by the Secretary-General of the United Nations.
The Ministry has the honour to inform the Embassy that, pursuant to the programme of examination and notification envisaged by the above declarations, the Government of Lesotho has examined the Convention concerning legal proceedings in civil and commercial matters concluded between the Governments of Great Britain and the Netherlands at London on 31 May 1932 and extended to the then Colony of Basutoland. The Government of Lesotho desires to confirm the continuance of the said Convention and proposes that the present Note and the Embassy's affirmative reply should constitute confirmation that the said Convention continues in full force and effect between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Kingdom of Lesotho.
If the above proposal is acceptable, the Ministry has the honour to inform the Embassy that the appropriate authority in Lesotho to which requests for assistance in legal proceedings should be addressed is the Master of the High Court of Lesotho, Maseru.
The Ministry further has the honour to draw to the attention of the Embassy that, although judicial assistance in criminal matters is not covered by the above-mentioned Convention, certain assistance in taking evidence is available subject to the laws of Lesotho upon request to the Master of the High Court of Lesotho.
The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of Lesotho avails itself of this opportunity to renew to the Embassy of the Kingdom of the Netherlands the assurances of its highest consideration.
Maseru
18 January 1972
No. 267.
The Royal Netherlands Embassy presents its compliments to the Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of Lesotho and has the honour to refer to the Ministry's Note of 18 January, 1972, no. FR/TRT/16-2, which reads as follows:
[Red: (zoals in Nr. I)]
The Embassy has the honour to inform the Ministry that the Government of the Kingdom of the Netherlands accepts the proposal of the Government of the Kingdom of Lesotho that the Treaty between the Netherlands and Great-Britain concerning the mutual assistance in the conduct of proceedings in civil and commercial matters, signed at London on 31 May 1932, shall be binding between the Kingdom of the Netherlands and the Kingdom of Lesotho, it being understood that with respect of the Kingdom of Lesotho the Convention shall be modified by substituting the words “Master of the High Court of Lesotho” for “Senior Master of the Supreme Court of Judicature”, wherever the latter appear in the text.
The Embassy has the honour further to inform the Ministry that the Government of the Kingdom of the Netherlands is prepared to conclude an agreement to that effect with the Government of the Kingdom of Lesotho.
The Netherlands Government however proposes that this agreement which shall be constituted by the Ministry's Note of 18 January 1972, no. FR/TRT/16-2, this Note and the Ministry's Note in reply concurring therein, shall be applied in such a way that requests of the competent judicial authority in one country to the competent judicial authority in the other country for service of judicial and extra-judicial documents or for the taking of evidence may either be addressed and sent in accordance with the regime provided for in and under the Treaty of 1932 or be communicated directly between these judicial authorities.
The Netherlands Government further proposes that this agreement shall enter into force on the date on which the Government of the Kingdom of the Netherlands has notified the Government of the Kingdom of Lesotho in writing that the procedures constitutionally required in the Kingdom of the Netherlands in respect of this agreement have been complied with and shall apply as regards the Kingdom of the Netherlands to the territory of the Kingdom in Europe and to the Netherlands Antilles.
The Royal Netherlands Embassy avails itself of this opportunity to renew to the Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of Lesotho the assurance of its highest consideration.
Pretoria, January 17, 1975.
NOTE NO. 88
FR/33-934
The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of Lesotho presents its compliments to the Royal Netherlands Embassy and has the honour to refer to the latter's Note No. 267 dated 17 January, 1975 and subsequent correspondence concerning the Convention on Legal Proceedings in Civil and Commercial matters concluded between the Governments of Great Britain and the Netherlands at London on 31 May, 1932 and extended to the then colony of Basutoland.
The Ministry has the honour to inform the Embassy that the Government of the Kingdom of Lesotho accept the proposals of the Government of the Kingdom of the Netherlands contained in the above mentioned Note. The Ministry inquires therefore, whether procedures constitutionally required in the Kingdom of the Netherlands regarding the conclusion of this Agreement have been completed.
The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of Lesotho avails itself of this opportunity to renew to the Royal Netherlands Embassy the assurance of its highest consideration.
Maseru
11th August, 1977.
(vertaling: nl)
NOTA NO.
FR/TRT/16-2
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Lesotho biedt de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden zijn complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar de verklaringen inzake verdragsbetrekkingen, afgelegd door Zijne Excellentie de Eerste Minister van Lesotho op 22 maart 1967, 5 maart 1969 en 7 september 1971, die door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter kennis van de leden zijn gebracht.
Het Ministerie heeft de eer de Ambassade mede te delen dat, ingevolge het in de bovenstaande verklaringen beoogde programma van bestudering en kennisgeving de Regering van Lesotho het Verdrag heeft bestudeerd, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke zaken en handelszaken, gesloten tussen de Regering van Groot-Brittannië en de Regering van Nederland te Londen, op 31 mei 1932 en uitgebreid tot de toenmalige kolonie Basoetoland. De Regering van Lesotho wenst de voortzetting van genoemd Verdrag te bevestigen en stelt voor dat deze Nota en het bevestigend antwoord daarop van de Ambassade de bevestiging vormen dat genoemd Verdrag volledig van kracht en in werking blijft tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Lesotho.
Indien bovenstaand voorstel aanvaardbaar is, heeft het Ministerie de eer de Ambassade mede te delen dat de autoriteit in Lesotho waaraan aanvragen om bijstand in rechtsgedingen moeten worden gericht is de Master of the High Court of Lesotho te Maseru.
Het Ministerie heeft voorts de eer de aandacht van de Ambassade erop te vestigen dat, hoewel gerechtelijke bijstand in strafzaken niet onder het bovengenoemde Verdrag valt, op aanvraag bij de Master of the High Court of Lesotho een zekere bijstand bij de bewijslevering geboden kan worden, zulks met inachtneming van de wetsvoorschriften van Lesotho.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Lesotho maakt van deze gelegenheid gebruik om de verzekering van haar zeer bijzondere hoogachting jegens de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te hernieuwen.
Maseru
18 januari 1972
No.267
De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Lesotho haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar de Nota van het Ministerie van 18 januari 1972, No. FR/TRT/16-2, die als volgt luidt:
[Red: (zoals in Nr. I)]
De Ambassade heeft de eer het Ministerie mede te delen dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het voorstel van de Regering van het Koninkrijk Lesotho aanvaardt dat het Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van rechtsgedingen in burgerlijke zaken en handelszaken, ondertekend te Londen op 31 mei 1932, bindend zal zijn tussen het Koninklijk der Nederlanden en het Koninkrijk Lesotho, met dien verstande dat met betrekking tot het Koninkrijk Lesotho het Verdrag zal worden gewijzigd door de woorden „Senior Master of the Supreme Court of Judicature” te vervangen door „Master of the High Court of Lesotho”, overal waar deze in de tekst voorkomen.
De Ambassade heeft de eer het Ministerie verder mede te delen dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden bereid is een overeenkomst in dien zin aan te gaan met de Regering van het Koninkrijk Lesotho.
De Nederlandse Regering stelt echter voor dat deze overeenkomst, die zal worden gevormd door de Nota van het Ministerie van 18 januari 1972, No. FR/TRT/16-2, deze Nota en de Nota van het Ministerie als bevestigend antwoord daarop, op zodanige wijze zal worden toegepast dat aanvragen van de bevoegde rechterlijke autoriteit in het ene land aan de bevoegde rechterlijke autoriteit in het andere land om betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken of om bewijslevering, kunnen worden geadresseerd en verzonden in overeenstemming met het bepaalde in en krachtens het Verdrag van 1932, dan wel rechtstreeks kunnen geschieden tussen deze rechterlijke autoriteiten.
De Nederlandse Regering stelt verder voor dat deze overeenkomst van kracht zal worden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van het Koninkrijk Lesotho schriftelijk heeft medegedeeld, dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden voor deze overeenkomst grondwettelijk vereiste procedures is voldaan, en dat deze overeenkomst ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing zal zijn op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa en op de Nederlandse Antillen.
De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden maakt van deze gelegenheid gebruik om de verzekering van haar zeer bijzondere hoogachting jegens het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Lesotho te hernieuwen.
Pretoria, 17 januari 1975
NOTA No. 88
FR/33-934
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Lesotho biedt de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden zijn complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar de Nota van de Ambassade No. 267 van 17 januari 1975 en latere correspondentie betreffende het Verdrag houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke zaken en handelszaken, gesloten tussen de Regering van Groot-Brittannië en de Regering van Nederland te Londen, op 31 mei 1932, waarvan de toepassing was uitgebreid tot de toenmalige kolonie Basoetoland.
Het Ministerie heeft de eer de Ambassade mede te delen dat de Regering van het Koninkrijk Lesotho de voorstellen van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, vervat in bovengenoemde Nota, aanvaardt. Het Ministerie zou derhalve gaarne vernemen of de in het Koninkrijk der Nederlanden grondwettelijk vereiste procedures ten aanzien van de sluiting van deze overeenkomst zijn voltooid.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Lesotho maakt van deze gelegenheid gebruik om de verzekering van zijn zeer bijzondere hoogachting jegens de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te hernieuwen.
Maseru
11 augustus 1977
Inhoudsopgave
Nr. I
Nr. II
Nr. III
Nr. I
Nr. II
Nr. III
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht