Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering houdende een overeenkomst inzake het gebruik van formulieren overeenkomstig artikel XI, vierde lid, van het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten
(authentiek: nl)
BOTSCHAFT DER BUNDESREPUBLIK DEUTSCHLAND Den Haag RK V7-81
Die Botschaft der Bundesrepublik Deutschland beehrt sich, dem Ministerium der Auswärtigen Angelegenheiten unter Bezugnahme auf seine Verbalnote vom 27. März 1963 - Nr. DAZ/VZ - 46831 - und im Anschluss an ihre Aide Mémoire vom 31. Januar 1963 über den Abschluss einer Vereinbarung zwischen der Regierung der Bundesrepublik Deutschland und der Regierung des Königreichs der Niederlande über die Verwendung von Formblättern gemäss Artikel XI Abs. 4 des NATO-Truppenstatuts folgendes mitzuteilen:
Im Hinblick auf die Vorschriften des Artikels XI Abs. 4, 8 a , 9 und 13 des NATO-Truppenstatuts vom 19. Juni 1951, dem die Bundesrepublik Deutschland am 1. Juli 1963 beigetreten ist, unterbreitet die Regierung der Bundesrepublik Deutschland der Regierung des Königreichs der Niederlande den Vorschlag, die Form der entsprechenden Zollurkunden, Bescheinigungen und Ausweispapiere durch eine Vereinbarung festzulegen, die folgenden Wortlaut haben soll:
1. Die Regierung des Königreichs der Niederlande anerkennt das beigefügte Formblatt 302 der deutschen Bundeswehr als Zollurkunde und Bescheinigung im Sinne des Artikels XI Abs. 4 NATO-Truppenstatut vom 19. Juni 1951 für die Einfuhren, Wiederausfuhren und Durchgangsbeförderungen der deutschen Bundeswehr.
Diese Bescheinigung ersetzt auch die nach Artikel XI Abs. 9 NATO-Truppenstatut erforderlichen Ausweispapiere für Waren, die von der deutschen Bundeswehr im Königreich der Niederlande erworben wurden.
2. Diese Vereinbarung tritt am 1. Juni 1964 in Kraft.
Falls sich die Regierung des Königreichs der Niederlande mit dem Vorschlag der Regierung der Bundesrepublik Deutschland einverstanden erklärt, so würden diese Verbalnote und ihre Bestätigung eine Vereinbarung zwischen der Regierung der Bundesrepublik Deutschland und der Regierung des Königreichs der Niederlande über die Verwendung von Formblättern gemäss Artikel XI Abs. 4 NATO-Truppenstatut bilden.
Die Botschaft benutzt diesen Anlass, das Ministerium der Auswärtigen Angelegenheiten erneut ihrer ausgezeichneten Hochachtung zu versichern.
Den Haag, den 5. Juni 1964.
An das Ministerium
der Auswärtigen Angelegenheiten
Den Haag
MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN Directie Algemene Zaken DAZ/VZ-84517
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken biedt de Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland zijn complimenten aan en heeft de eer de ontvangst te bevestigen van Haar Nota van heden, No. RK-V 7/81, welke, in Nederlandse vertaling, als volgt luidt:
„De Ambassade van die Bondsrepubliek Duitsland heeft de eer het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met verwijzing naar Zijn Nota van 27 maart 1963, No. DAZ/VZ-46831, en in aansluiting op Haar Aide-mémoire van 31 januari 1963 inzake het sluiten van een overeenkomst tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het gebruik van formulieren overeenkomstig artikel XI, lid 4, van het NAVO-Statusverdrag, het volgende mede te delen:
Gelet op de voorschriften van artikel XI, leden 4, 8 a , 9 en 13, van het NAVO-Status verdrag van 19 juni 1951, waartoe de Bondsrepubliek Duitsland op 1 juli 1963 is toegetreden, doet de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het voorstel de vorm van de desbetreffende douanedocumenten, attesten en verdere eventueel vereiste papieren bij een overeenkomst van de volgende inhoud vast te stellen:
1. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden erkent het hiernevens gaande formulier 302 van de Duitse „Bundeswehr” als douanedocument en attest in de zin van artikel XI, lid 4, van het NAVO-Statusverdrag van 19 juni 1951 voor de invoer, weder-invoer en doorvoer van goederen van de Duitse „Bundeswehr”. Dit attest vervangt ook de ingevolge artikel XI, lid 9, van het NAVO-Statusverdrag vereiste documenten voor goederen die door de Duitse „Bundeswehr” in het Koninkrijk der Nederlanden worden gekocht.
2. Deze Overeenkomst treedt op 1 juni 1964 in werking.
Indien de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden verklaart dat zij met het voorstel van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland instemt, zouden deze Nota en de bevestiging daarvan een overeenkomst vormen tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het gebruik van formulieren overeenkomstig artikel XI, lid 4, van het NAVO-Statusverdrag”.
Het Ministerie heeft de eer de Ambassade mede te delen, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden instemt met het voorstel vervat in die Nota van die Ambassade.
Mitsdien is in de Nota van de Ambassade en de onderhavige Nota belichaamd een overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik van formulieren overeenkomstig artikel XI, lid 4, van het NAVO-Statusverdrag, welke overeenkomst op 1 juni 1964 in werking treedt.
's-Gravenhage, 5 juni 1964.
Aan de Ambassade van de
Bondsrepubliek Duitsland
Inhoudsopgave
Nr. I
Nr. II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht