Let op. Deze wet is vervallen op 1 juni 2009. U leest nu de tekst die gold op 31 mei 2009.

Cadmiumbesluit milieubeheer

Uitgebreide informatie
Besluit van 22 maart 1999 tot vaststelling van het Cadmiumbesluit Wms 1999
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 oktober 1998, nr. MJZ98100562, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen en op richtlijn 76/769/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (PbEG L 186);
De Raad van State gehoord (advies van 8 februari 1999, nr. W08.98.0479);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 16 maart 1999, nr. MJZ99153580, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Wet milieubeheer ;
b. richtlijn: richtlijn 76/769/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (PbEG L 186);
c. cadmium: chemisch element cadmium, alsmede cadmiumverbindingen;
d. product:
1°. eindproduct, of
2°. halffabrikaat, uitgezonderd halffabrikaten die zijn bestemd om te worden toegepast als pigment, kleurstof, stabilisator of als oppervlaktelaag;
e. cadmiumhoudend product:
1°. product met een cadmiumgehalte hoger dan 100 mg/kg, waarin cadmium als pigment, kleurstof of als stabilisator is toegepast,
2°. product waarop een cadmiumhoudende oppervlaktelaag is aangebracht,
3°. product waarin kunststoffen of verven met een cadmiumgehalte hoger dan 100 mg/kg verwerkt zijn,
4°. product dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend uit gips bestaat met een cadmiumgehalte hoger dan 2 mg/kg, of
5°. fotografische film die cadmium bevat;
f. kringloopproduct: cadmiumhoudend product:
a. dat is vervaardigd uit een secundaire grondstof,
b. dat gedurende langere tijd als zodanig te gebruiken is, en
c. waarvoor degene die het kringloopproduct voor het eerst ter beschikking stelt, een deugdelijk geadministreerd en sluitend inzamelsysteem heeft;
g. secundaire grondstof: maalgoed of regranulaat dat is:
a. samengesteld uit een kunststof anders dan vermeld in bijlage I, onder punt 24, onder 1.1 of 1.2 van de richtlijn, en
b. verkregen uit oude cadmiumhoudende producten, voor zover daaraan geen cadmiumvrij materiaal is toegevoegd, tenzij dit technisch noodzakelijk is, en een maximale toevoeging van cadmiumvrij materiaal van twintig gewichtsprocent niet wordt overschreden.
2.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder cadmiumhoudend product mede verstaan: product, samengesteld uit verschillende onderdelen, waarvan één of meer onderdelen cadmium bevatten, met een gehalte hoger dan 100 mg/kg, voorzover dat cadmium is toegepast als pigment, kleurstof, stabilisator of als oppervlaktelaag.
Artikel 1.1a
Dit besluit is niet van toepassing op producten voorzover daaromtrent regels zijn gesteld in het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur.
1.
Het is verboden cadmium als pigment, kleurstof of als stabilisator in een product toe te passen of als oppervlaktelaag op een product aan te brengen.
2.
Het verbod geldt niet met betrekking tot de toepassing van cadmium in een product, waarvan door degene die dit product vervaardigt, invoert, aan een ander ter beschikking stelt of bedrijfsmatig voorhanden heeft, kan worden aangetoond dat het product bestemd is voor:
a. uitvoer naar een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, mits voldaan wordt aan de eisen met betrekking tot cadmiumhoudende producten, gesteld in de richtlijn en in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de richtlijn, of
b. uitvoer naar een Staat die geen partij is bij de overeenkomst, genoemd in onderdeel a.
3.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder a, gaat een wijziging van de richtlijn gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
4.
Het verbod geldt voorts niet met betrekking tot de toepassing van cadmium als pigment, kleurstof, stabilisator of oppervlaktelaag in producten, die in gebruik zijn bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke krijgsmacht, indien de toepassing van het cadmium:
a. bij of krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven of
b. naar het oordeel van Onze Minister van Defensie voor operationele taken noodzakelijk is.
Artikel 2.2
Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, geldt niet met betrekking tot de toepassing van cadmium in een product, vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage, voor zover het cadmium is toegepast voor het doel, vermeld bij dat product.
1.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, geldt niet indien:
a. het cadmium wordt toegepast om veiligheidsredenen;
b. er geen gelijkwaardig alternatief is voor de toepassing van het cadmium;
c. degene die voornemens is het cadmium als pigment, kleurstof of als stabilisator in een product toe te passen dan wel als oppervlaktelaag op een product aan te brengen dat voornemen aan Onze Minister heeft gemeld, en
d. Onze Minister binnen vier weken schriftelijk te kennen heeft gegeven het verbod niet te zullen handhaven.
2.
De melding geschiedt schriftelijk en bevat de volgende gegevens:
a. de redenen waarom de toepassing van cadmium om veiligheidsredenen noodzakelijk is;
b. de mogelijke, kennelijk niet gelijkwaardige alternatieven voor de toepassing van cadmium;
c. de redenen waarom die alternatieven niet gelijkwaardig zijn;
d. welke activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van een gelijkwaardig alternatief denkbaar en mogelijk zijn, maar welke activiteiten niet van hem kunnen worden gevergd, en
e. de redenen waarom die activiteit of activiteiten in redelijkheid niet van hem kunnen worden gevergd.
3.
De mededeling van Onze Minister, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt ten hoogste vier jaren en wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
1.
Onverminderd het verbod, bedoeld in artikel 2.1, is het verboden een cadmiumhoudend product of een secundaire grondstof te vervaardigen, in Nederland in te voeren, aan een ander ter beschikking te stellen of bedrijfsmatig voorhanden te hebben.
2.
Het verbod geldt niet met betrekking tot een cadmiumhoudend product of secundaire grondstof, waarvan door degene die dit product vervaardigt, invoert, aan een ander ter beschikking stelt of bedrijfsmatig voorhanden heeft, kan worden aangetoond dat het product bestemd is voor:
a. uitvoer naar een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, mits wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot cadmiumhoudende producten gesteld in de richtlijn en in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de richtlijn, of
b. uitvoer naar een Staat die geen partij is bij de overeenkomst, genoemd in onderdeel a.
3.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder a, gaat een wijziging van de richtlijn gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering behoort te zijn gegeven.
4.
Het verbod geldt voorts niet met betrekking tot cadmiumhoudende producten die in gebruik zijn bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke krijgsmacht, indien de toepassing van deze producten:
a. bij of krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven of
b. naar het oordeel van Onze Minister van Defensie voor operationele taken noodzakelijk is.
1.
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt niet met betrekking tot een cadmiumhoudend product, vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage, voor zover het cadmium is toegepast voor het doel, vermeld bij dat product.
2.
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt voorts niet met betrekking tot een verf met een hoog zinkgehalte, welke verf valt onder tariefgroep 3208 of 3209 van verordening nr. 2658/87/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 256); het cadmiumgehalte van de verf in gedroogde toestand is zo laag mogelijk is, doch ten hoogste 1 000 mg/kg.
Artikel 3.3
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt niet met betrekking tot een kringloopproduct dat is voorzien van een onuitwisbare aanduiding waaruit blijkt dat het product is vervaardigd uit een secundaire grondstof.
Artikel 3.4
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt niet met betrekking tot een secundaire grondstof indien de afnemer van de grondstof door de producent of degene die de secundaire grondstof aan een ander ter beschikking stelt voorafgaand aan de eerste levering aan die ander schriftelijk op de hoogte is gesteld van de aanwezigheid van cadmium daarin en van de geldende wettelijke bepalingen omtrent cadmium in producten.
1.
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt niet met betrekking tot kratten, bestemd voor herhaald gebruik, door de bier- of frisdrankindustrie, die zijn vervaardigd uit een andere kunststof dan is vermeld in bijlage I, onder punt 24, onder 1.1 of 1.2, van de richtlijn.
2.
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt niet met betrekking tot kratten, bestemd voor herhaald gebruik, waarvan door degene die deze invoert, aan een ander ter beschikking stelt of bedrijfsmatig voorhanden heeft, kan worden aangetoond dat deze voor de inwerkingtreding van dit besluit voor het eerst aan een ander ter beschikking zijn gesteld.
Artikel 3.6
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt niet met betrekking tot cadmiumhoudende verpakkingen, vervaardigd uit secundaire grondstof, indien daarvoor ter uitvoering van artikel 11, derde lid, eerste gedachtestreepje, van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 1994 (94/62/EG), betreffende verpakking en verpakkingsafval (PbEG L 365/10) een regeling in werking is getreden.
1.
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt niet voor degene die voornemens is een cadmiumhoudend product te vervaardigen of in Nederland in te voeren, indien:
a. hij het cadmium toepast om veiligheidsredenen,
b. er geen gelijkwaardig alternatief is voor de toepassing van het cadmium, en
c. hij dat voornemen aan Onze Minister heeft gemeld en Onze Minister binnen vier weken schriftelijk te kennen heeft gegeven het verbod niet te zullen handhaven.
2.
Indien degene die voornemens is een cadmiumhoudend product in Nederland in te voeren niet in Nederland is gevestigd, wordt het voornemen gemeld door degene of degenen aan wie het product na invoer voor het eerst ter beschikking zal worden gesteld.
3.
De melding mag achterwege blijven indien voor het cadmiumhoudend product een melding als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, is gedaan.
4.
De melding geschiedt schriftelijk en bevat de volgende gegevens:
a. waarom de toepassing van cadmium om veiligheidsredenen noodzakelijk is;
b. de mogelijke alternatieven voor de toepassing van cadmium;
c. de redenen waarom die alternatieven niet gelijkwaardig zijn;
d. welke activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van een gelijkwaardig alternatief denkbaar en mogelijk zijn, maar welke activiteiten niet van hem kunnen worden gevergd, en
e. de redenen waarom die activiteit of activiteiten in redelijkheid niet van hem kunnen worden gevergd.
5.
De kennisgeving van Onze Minister, bedoeld in het eerste lid, onder b, geldt ten hoogste vier jaren en wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
1.
Bij ministeriële regeling worden regels omtrent de methoden volgens welke het gehalte aan cadmium in producten wordt bepaald.
2.
Voor het bepalen van het gehalte aan cadmium wordt, indien het om een cadmiumverbinding gaat, uitgegaan van de cadmiumatomen in die verbinding.
Artikel 5.2
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling vaststellingsmethode cadmiumgehalte van produkten op artikel 4.1, eerste lid, van dit besluit.
1.
Een melding als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het Cadmiumbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen, wordt gelijkgesteld met een melding als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of artikel 3.7, eerste lid, van dit besluit.
2.
Voor zover een verbod als bedoeld in artikel 2.1 of artikel 3.1, waarop een melding als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of artikel 3.7, eerste lid, betrekking heeft, niet binnen de in die leden genoemde termijn van vier weken is gehandhaafd, wordt de mededeling van Onze Minister, bedoeld in die leden, geacht te zijn gedaan.
3.
De mededeling van Onze Minister geldt gedurende twee jaren na de inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 5.4
Het verbod, bedoeld in artikel 3.1, geldt met betrekking tot het aan een ander ter beschikking stellen of in handelsvoorraden voorhanden hebben van producten, waarin cadmium is toegepast, genoemd in bijlage 3, behorende bij het Cadmiumbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen, doch welke toepassing ingevolge dit besluit niet meer is toegestaan, eerst twee jaren na de inwerkingtreding van dit besluit.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.
2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Cadmiumbesluit milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 22 maart 1999
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Uitgegeven de achtste april 1999
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen en reikwijdte
+ § 2. Verbod op toepassing van cadmium als pigment, kleurstof, stabilisator of oppervlaktelaag
+ § 3. Verbod op het vervaardigen, verhandelen en voorhanden hebben van cadmiumhoudende producten
+ § 4. Bepalingsmethode voor het gehalte aan cadmium in producten
+ § 5. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht