Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2006. U leest nu de tekst die gold op -.

Circulaire ouderdomsbepaling bij bodemverontreiniging op in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen

Uitgebreide informatie
Circulaire ouderdomsbepaling bij bodemverontreiniging op in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen
1.1. Inleiding en considerans
Op 11 juni 2001 is het convenant bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen ondertekend door de ministers van VROM en Economische Zaken, het georganiseerde bedrijfsleven, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Het convenant heeft betrekking op de sanering van bodemverontreiniging in en op terreinen die ten dienste staan aan de bedrijfsuitoefening 1 van een onderneming zoals bedoeld in de Wet inkomstenbelasting en de Wet Vennootschapsbelasting 2 en die niet als belegging of als voorraad door de onderneming worden gehouden. In het convenant wordt uitgegaan van een mogelijke overheidsbijdrage aan de sanering van ernstige gevallen van bodemverontreiniging die in belangrijke mate (80% of meer) zijn ontstaan vóór 1-1-1975 en waarvan de sanering milieuhygiënisch urgent 3 is of omdat er een verplichting tot sanering is als gevolg van de aanvraag van een bouw- of milieuvergunning 4 . De bepaling van de mate van ontstaan van de verontreiniging vóór 1-1-1975 vindt plaats aan de hand van het protocol ouderdomsbepaling (Zie hoofdstuk 2 blz. 5).
Doel van de voorliggende circulaire is het kader te bieden voor de toepassing van het Ouderdomsprotocol. Hiertoe worden doel, reikwijdte, werking, beheer, communicatie en evaluatie van het protocol kort beschreven. Ten slotte worden de kernbegrippen gedefinieerd.
1.2. Doel en reikwijdte van het protocol
Het doel van het protocol is om 'gevallen van bodemverontreiniging' - conform de definitie van de Wet bodembescherming - te onderscheiden in gevallen, die in belangrijke mate (80% of meer) zijn veroorzaakt vóór 1-1-1975 en gevallen die voor meer dan 20% zijn veroorzaakt op of na 1-1-1975. Met het protocol wordt de 'veroorzaking vóór 1975' van gevallen van bodemverontreiniging beoordeeld en als zodanig vastgesteld. Hiermee wordt aan de potentiële subsidieaanvrager in een vroeg stadium op basis van een relatief gering aantal gegevens via een ambtelijke vaststelling een bevestiging gegeven dat de verontreiniging daadwerkelijk voor 80% of meer vóór 1-1-1975 is veroorzaakt.
De reikwijdte van het protocol is beperkt tot gevallen van ernstige bodemverontreiniging in en op terreinen die ten dienste staan aan de bedrijfsuitoefening van een onderneming zoals bedoeld in de Wet inkomstenbelasting en de Wet Vennootschapsbelasting en die niet als belegging of als voorraad door de onderneming worden gehouden, waarvan de sanering milieuhygiënisch urgent 3[5] is of omdat er een verplichting tot sanering is als gevolg van de aanvraag van een bouw- of milieuvergunning 4[6] .
1.3. Werking
Het protocol bestaat uit vier, niet noodzakelijk opeenvolgende, stappen. De eerste twee stappen kunnen worden genomen op basis van algemene (historische) informatie over de bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen (de periode van mogelijke veroorzaking staat hierbij centraal). De stappen drie en vier worden gezet op basis van specifieke informatie over de bedrijfsvoering en/of de bodemverontreiniging.
Verontreinigingen van de bodem opgetreden na 1 januari 1987 vallen buiten de subsidieregeling en daarmee buiten het protocol. Hiervoor geldt dat de kwaliteit van de bodem hersteld moet worden conform het zorgplichtartikel van de Wet Bodembescherming .
1.4. Beheer, communicatie en evaluatie
Het beheer en communicatie hebben betrekking op de stoffenlijst, de weegfactoren en standaardwaarden uit de formule en vinden plaats door een beheersorganisatie. Deze beheersorganisatie wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van partijen betrokken bij het convenant.
De beheersorganisatie draagt met name zorg voor:
databeheer en data-uitwisseling tussen de bevoegde overheden;
een consistente toepassing van het protocol bij vergelijkbare situaties;
aanpassing van de standaardwaarden voor specifieke (branche gerelateerde) situaties en de communicatie hierover;
aanvulling of aanpassing van de stoffenlijst en de communicatie hierover;
communicatie.
Daarnaast zal de beheersorganisatie de werking van het protocol regelmatig evalueren. Specifiek onderdeel van de evaluatie zal met name de afspraken uit het convenant omtrent de reikwijdte van de regeling zijn.
Hoogachtend,
De
minister
Inhoudsopgave
1. De circulaire 'Ouderdomsbepaling'
1.1. Inleiding en considerans
1.2. Doel en reikwijdte van het protocol
1.3. Werking
1.4. Beheer, communicatie en evaluatie
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht