1. Inleiding
Per 1 januari 2011 is een nieuwe fiscale regeling ingevoerd; de zogenaamde werkkostenregeling die voortvloeit uit de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 (Stb. 2010, 611). Deze werkkostenregeling vervangt met ingang van 1 januari 2011 het huidige systeem van vergoedingen en verstrekkingen.
In paragraaf 2 wordt ingegaan op verschillende aspecten van deze fiscaaltechnische exercitie.
Bij mijn circulaire van 30 november 2010 , met als onderwerp ‘Bezoldiging en ambtstoelage burgemeesters, wedde en (onkosten)vergoeding wethouders, (onkosten)vergoeding raads- en commissieleden’, heb ik u (onder ‘Algemene informatie’) gewezen op de invoering van deze werkkostenregeling. Daarbij heb ik tevens aangegeven dat er een algemene maatregel van bestuur in voorbereiding was waarmee de rechtspositiebesluiten van politieke ambtsdragers zodanig zouden worden gewijzigd dat het voor gemeenten lokaal mogelijk is om voorzieningen van hun politieke ambtsdragers gelijktijdig met die van hun ambtenaren aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel binnen de werkkostenregeling.
Op 4 januari 2011 is deze algemene maatregel van bestuur gepubliceerd als het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 (Stb. 2011, 5). Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2011. De in dit besluit genoemde bedragen zijn de bedragen die golden voor het jaar 2010. Deze bedragen zijn voor 2011 gewijzigd bij ministeriële regeling van 14 december 2010 (Stcrt. 2010, 20751). De in de ministeriële regeling van 14 december 2010 opgesomde bedragen die per 1 januari 2011 gelden, zijn echter afhankelijk van de keuze van de gemeente om al dan niet de werkkostenregeling toe te passen (waarover meer in paragraaf 2). Daarom is als bijlage bij deze circulaire gevoegd een overzicht van de hoogte van de ambtstoelage en de onkostenvergoedingen in 2011 in beide situaties: als uw gemeente wel en als zij niet de werkkostenregeling toepast.
Met de werkkostenregeling is voor de inhoudingsplichtige voor de loonbelasting (in casu de gemeente) een grotere flexibiliteit mogelijk om aan al haar werknemers (en daarmee ook de politieke ambtsdragers) vergoedingen en verstrekkingen te geven zonder dat zij daar fiscale gevolgen van ondervinden. Kort gezegd, kunnen bepaalde vergoedingen en verstrekkingen worden aangemerkt als eindheffingsbestanddeel en is er sprake van een forfaitaire vrijstelling. Pas als het bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen boven die vrijstelling uitkomt, moet de werkgever belasting betalen over dat gedeelte dat boven de forfaitaire vrijstelling uitkomt.
Declaraties in de zin van uitgaven in opdracht en voor rekening van de werkgever, waar de kosten zijn voorgeschoten door de werknemer (de zogenaamde ‘intermediaire kosten’) blijven buiten de sfeer van de loonbelasting. Dat gold al als zodanig en dat verandert niet door deze werkkostenregeling.
Tot 1 januari 2014 heeft een gemeente elk kalenderjaar de keuzemogelijkheid om niet de werkkostenregeling toe te passen, maar het regime te blijven uitvoeren dat gold tot en met 2010.
In paragraaf 2a wordt ingegaan op deze keuzemogelijkheid en op de situatie dat de gemeente nog niet kiest voor de werkkostenregeling.
In paragraaf 2b wordt de fiscale behandeling van vergoedingen en verstrekkingen uiteengezet voor burgemeesters, voor wethouders en voor raadsleden die hebben geopteerd voor de loonbelasting. Ook hier wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie dat de gemeente wel heeft gekozen voor de werkkostenregeling en de situatie dat dit (nog) niet is gebeurd.
In paragraaf 2c wordt de uitzondering besproken van raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting.
Verder wordt in deze circulaire de aandacht gevestigd op een aantal andere wijzigingen dat eveneens uit het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 voortvloeit:
a. uitbreiding van artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden naar commissieleden die niet tevens raadslid zijn;
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Werkkostenregeling
a. De keuze voor de toepassing van de werkkostenregeling
b. Werkkostenregeling inhoudelijk voor burgemeesters, voor wethouders en voor raadsleden die hebben geopteerd voor de loonbelasting
b1. Uw gemeente heeft (nog) niet voor de werkkostenregeling gekozen
b2. Uw gemeente heeft voor de werkkostenregeling gekozen
c. Raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting
c1. Uw gemeente heeft (nog) niet voor de werkkostenregeling gekozen
c2. Uw gemeente heeft voor de werkkostenregeling gekozen
d. Nadere informatie over de werkkostenregeling door de belastingdienst
3. Aantal andere wijzigingen in het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010
a. Uitbreiding artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden naar commissieleden die niet tevens raadslid zijn
b. Gratificaties van burgemeesters vervallen per 1 januari 2015
c. Aanpassing procedure ingeval van ziekte van burgemeesters
4. Informatie op internet
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht