a. De keuze voor de toepassing van de werkkostenregeling
Met ingang van 1 januari 2011 is de fiscale werkkostenregeling uit het Belastingplan 2010 in werking getreden. Dat wil echter niet zeggen dat de werkkostenregeling ook meteen op uw gemeente van toepassing is. Vóór 1 januari 2014 vergt de toepassing van de werkkostenregeling op de gemeente namelijk een beslissing van de betrokken gemeente. Deze beslissing kan elk kalenderjaar worden genomen. Besluit de gemeente niet tot toepassing van de werkkostenregeling dan geldt vanaf 1 januari 2014 de werkkostenregeling van rechtswege.
Kiest de gemeente vóór 1 januari 2014 niet voor de werkkostenregeling, dan kiest de gemeente er automatisch voor om met betrekking tot het systeem van belaste en onbelaste vergoedingen en verstrekkingen in de sfeer van de loonbelasting, het regime toe te passen zoals dat gold tot 1 januari 2011.
De effecten van deze keuze worden inzichtelijk gemaakt in het als bijlage gevoegde stroomschema.
De introductie van de werkkostenregeling heeft geen financiële gevolgen voor de politieke ambtsdragers. Het is een fiscaaltechnische exercitie. Mogelijk zijn er wel gevolgen voor de gemeente. Daarop wordt ingegaan in paragraaf 2b2.
Er kan wellicht verwarring ontstaan omdat in de desbetreffende rechtspositiebesluiten de oorspronkelijke brutobedragen zijn gewijzigd in nettobedragen. Deze elementen zijn in het kader van de werkkostenregeling namelijk aangewezen als eindheffingsbestanddeel waarvoor de inhoudingsplichtige de loonbelasting betaalt, terwijl onder de oude regeling de loonbelasting op de vergoedingen werd ingehouden. Daarom kunnen de vergoedingen onder de werkkostenregeling netto aan de politieke ambtsdragers worden uitgekeerd (hierover onder 2b meer). De politieke ambtsdrager ontvangt onder de werkkostenregeling netto hetzelfde bedrag als onder de oude regeling het geval was.
De wijziging van bruto- naar nettobedragen is dus een vormgevingskwestie. In de tekst van het besluit is namelijk uitgegaan van de situatie zoals die (in ieder geval) per 1 januari 2014 geldt. Dat wil zeggen dat in het besluit is bepaald wat geldt zodra de werkkostenregeling onverkort van toepassing is. Op de vraag welke bedragen gelden voor 2011 als de werkkostenregeling nog niet van toepassing is, wordt ingegaan in paragraaf 2b1.
In de bijlage is een overzicht gevoegd van de hoogte van de ambtstoelage en de onkostenvergoedingen in 2011 in beide situaties: als uw gemeente wel en als zij niet de werkkostenregeling toepast. Voor de jaren 2012 en 2013 zal te zijner tijd een vergelijkbaar overzicht worden verstrekt.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Werkkostenregeling
a. De keuze voor de toepassing van de werkkostenregeling
b. Werkkostenregeling inhoudelijk voor burgemeesters, voor wethouders en voor raadsleden die hebben geopteerd voor de loonbelasting
b1. Uw gemeente heeft (nog) niet voor de werkkostenregeling gekozen
b2. Uw gemeente heeft voor de werkkostenregeling gekozen
c. Raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting
c1. Uw gemeente heeft (nog) niet voor de werkkostenregeling gekozen
c2. Uw gemeente heeft voor de werkkostenregeling gekozen
d. Nadere informatie over de werkkostenregeling door de belastingdienst
3. Aantal andere wijzigingen in het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010
a. Uitbreiding artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden naar commissieleden die niet tevens raadslid zijn
b. Gratificaties van burgemeesters vervallen per 1 januari 2015
c. Aanpassing procedure ingeval van ziekte van burgemeesters
4. Informatie op internet
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht