c1. Uw gemeente heeft (nog) niet voor de werkkostenregeling gekozen
Net als burgemeesters en wethouders ontvangen raadsleden een vaste onkostenvergoeding. De hoogte van de onkostenvergoeding moet in de lokale verordening worden vastgesteld en is gemaximeerd door de minister van BZK. De hoogte van de vaste onkostenvergoedingen voor raadsleden wordt (ook vóór 1 januari 2011) bepaald door de keuze van het individuele raadslid om fiscaal gezien de status te hebben van:
b. ‘zelfstandige’ (genieter van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden).
In het eerste geval wordt de onkostenvergoeding tot het moment van overgang naar de werkkostenregeling bruto verstrekt. Op de onkostenvergoeding van het raadslid houdt de gemeente de loonbelasting in.
In het tweede geval krijgt het raadslid een onkostenvergoeding op basis van de niet-gebruteerde vergoedingentabel. Het raadslid ontvangt dus een netto onkostenvergoeding. Via de aangifte inkomstenbelasting wordt bepaald of het raadslid over deze onkostenvergoeding belasting moet betalen. Voor zover de gemaakte onkosten door middel van bonnen en andere bewijsstukken aantoonbaar zijn, kunnen deze namelijk als beroepskosten in aanmerking worden gebracht. De onkostenvergoeding moet voor de belastingheffing tot de opbrengst worden gerekend en de kosten kunnen in aftrek worden gebracht. Als de opbrengst en de aftrek even groot zijn, hoeft het raadslid per saldo geen belasting te betalen over de onkostenvergoeding. Als de opbrengst groter is dan de aftrek moet het raadslid over het verschil belasting betalen.
Nu uw gemeente (nog) niet heeft gekozen voor de werkkostenregeling blijft de regelgeving op dit punt hetzelfde als onder het regime zoals dat gold vóór 1 januari 2011. Dat betekent het volgende.
Maakt betrokkene de keuze voor fictief werknemerschap dan is de loonbelasting van toepassing. Omdat hij zijn kosten fiscaal niet kan aftrekken wordt de vergoeding voor hem gebruteerd.
Kiest betrokkene niet voor fictief werknemerschap dan is de loonbelasting niet van toepassing. Betrokkene moet zijn vergoeding in de inkomstenbelasting aangeven als resultaat overige werkzaamheden en kan zijn kosten op die vergoeding in mindering brengen (rekening houdend met de fiscale normen en beperkingen). De onkostenvergoeding wordt dan zonder brutering verstrekt.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Werkkostenregeling
a. De keuze voor de toepassing van de werkkostenregeling
b. Werkkostenregeling inhoudelijk voor burgemeesters, voor wethouders en voor raadsleden die hebben geopteerd voor de loonbelasting
b1. Uw gemeente heeft (nog) niet voor de werkkostenregeling gekozen
b2. Uw gemeente heeft voor de werkkostenregeling gekozen
c. Raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting
c1. Uw gemeente heeft (nog) niet voor de werkkostenregeling gekozen
c2. Uw gemeente heeft voor de werkkostenregeling gekozen
d. Nadere informatie over de werkkostenregeling door de belastingdienst
3. Aantal andere wijzigingen in het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010
a. Uitbreiding artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden naar commissieleden die niet tevens raadslid zijn
b. Gratificaties van burgemeesters vervallen per 1 januari 2015
c. Aanpassing procedure ingeval van ziekte van burgemeesters
4. Informatie op internet
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht