4. Loonbegrip
Voor de levensloopregeling geldt dat een werknemer per jaar maximaal 12% van zijn loon in dat jaar mag sparen. Volgens paragraaf 19.2.1van het Handboek loonheffingen 2006 moet die 12% berekend worden over het loon van kolom 6 van de loonstaat. Volgens de Belastingdienst mag het loon voor de levensloopregeling echter ook het fiscale loon zijn, verhoogd met ingehouden bijdragen van de werknemer. Voor de berekening van de maximale bijdrage voor de levensloop mag dus ook worden uitgegaan van het bedrag van kolom 14, verhoogd met bijvoorbeeld pensioenpremies, WW-premies en inleg levensloop.
Inhoudsopgave
Inleiding
1. Pensioenopbouw tijdens levensloopverlof
Artikel 3.3.1 van de Levensloopregeling rijkspersoneel
Afspraken CAO Rijk 2005–2006
Afspraken in de Pensioenkamer
Verschillen tussen de sectorale afspraken en de afspraken in de Pensioenkamer
2. Overgeschreven vakantie-uren als bron
3. Gewijzigde aanvraagprocedure bij deelname aan de levensloopregeling
4. Loonbegrip
5. Sparen door ambtenaren in de leeftijd van 51 tot 56 jaar
6. Opbouw levenslooptegoed na het bereiken van de 65-jarige leeftijd
7. Toekennen van levensloopverlof
8. Uitkering levenslooptegoed bij overlijden
9. Ouderschapverlofkorting
10. Bijlagen
11. Slotopmerking
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht