5. Sparen door ambtenaren in de leeftijd van 51 tot 56 jaar
Met nadruk wordt er nogmaals op gewezen dat de in de Levensloopregeling rijkspersoneel geboden mogelijkheid om meer te sparen dan 12% van het loon niet geldt voor elke ambtenaar tussen de 51 en 56 jaar maar uitsluitend voor ambtenaren die zijn geboren in de jaren 1950 tot en met 1954.
Voorts wordt opgemerkt dat, in tegenstelling tot de overige ambtenaren die in het kader van de Levensloopregeling rijkspersoneel sparen, het de ambtenaren die zijn geboren in de jaren 1950 tot en met 1954 niet is toegestaan om op het moment waarop in de loop van een kalenderjaar het maximum van 2,1 maal het jaarloon bijeen is gespaard nog door te sparen tot het einde van dat jaar. De fiscale wetgever heeft dit zo bepaald om te voorkomen dat deze categorie werknemers door een ongelimiteerde inleg in het laatste spaarjaar laatstbedoeld maximum buiten proportie overschrijden.
Inhoudsopgave
Inleiding
1. Pensioenopbouw tijdens levensloopverlof
Artikel 3.3.1 van de Levensloopregeling rijkspersoneel
Afspraken CAO Rijk 2005–2006
Afspraken in de Pensioenkamer
Verschillen tussen de sectorale afspraken en de afspraken in de Pensioenkamer
2. Overgeschreven vakantie-uren als bron
3. Gewijzigde aanvraagprocedure bij deelname aan de levensloopregeling
4. Loonbegrip
5. Sparen door ambtenaren in de leeftijd van 51 tot 56 jaar
6. Opbouw levenslooptegoed na het bereiken van de 65-jarige leeftijd
7. Toekennen van levensloopverlof
8. Uitkering levenslooptegoed bij overlijden
9. Ouderschapverlofkorting
10. Bijlagen
11. Slotopmerking
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht