Complementair Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije in verband met de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschap
(authentiek: nl)
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
De President van de Bondsrepubliek Duitsland,
De President van de Franse Republiek,
De President van de Italiaanse Republiek,
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
voor de Staten die Verdragspartijen zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, hierna „oorspronkelijke Lid-Staten” te noemen,
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
De President van Ierland,
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
voor de Staten die toetredende Partijen zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, hierna „nieuwe Lid-Staten” te noemen,
welke Staten allen Verdragspartijen zijn bij het op 22 januari 1972 te Brussel ondertekende Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „Toetredingsverdrag” te noemen,
en de Raad van de Europese Gemeenschappen, enerzijds en
de President van de Republiek Turkije, anderzijds,
hebben besloten in gemeenschappelijk overleg de aanpassingen vast te stellen van de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, hierna „associatieovereenkomst” te noemen, alsmede van het aanvullend protocol en het financieel protocol, welke aanpassingen noodzakelijk zijn in verband met de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot de Europese Economische Gemeenschap,
en hebben daartoe als hun gevolmachtigden aangewezen:
Zijne Majesteit de Koning van België:
de heer Renaat van Elslande,
Minister van Buitenlandse Zaken;
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:
de heer Niels Ersbøll,
Ambassadeur, Permanente Vertegenwoordiger;
De President van de Bondsrepubliek Duitsland:
de heer Otto Schlecht,
Staatssecretaris van Economische Zaken;
de heer U. Lebsanft,
Ambassadeur, Permanente Vertegenwoordiger;
De President van de Franse Republiek:
de heer de Lipkowski,
Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;
De President van Ierland:
de heer J. Keating,
Minister van Industrie en Handel;
De President van de Italiaanse Republiek:
de heer Mario Pedini,
Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:
de heer Jean Dondelinger,
Ambassadeur, Permanente Vertegenwoordiger;
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
de heer L. Brinkhorst,
Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:
de heer Davies,
Kanselier van het Hertogdom Lancaster;
De Raad van de Europese Gemeenschappen:
de heer Renaat van Elslande,
Voorzitter van de Raad;
Sir Christopher Soames,
Vice-Voorzitter van de Commissie;
De President van de Republiek Turkije:
de heer Ümit Halük Bayülken,
Minister van Buitenlandse Zaken,
welke, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,
overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:
Artikel 1
Het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland worden partij bij de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, alsmede bij de verklaringen gehecht aan de op 12 september 1963 te Ankara en de op 23 november 1970 te Brussel ondertekende slotakten.
Artikel 2
De teksten van de associatieovereenkomst, met inbegrip van de protocollen die hiervan integrerend bestanddeel uitmaken, alsmede van de in artikel 1 bedoelde verklaringen, opgesteld in de Deense en de Engelse taal en als bijlage aan dit protocol gehecht, zijn onder dezelfde voorwaarden authentiek als de oorspronkelijke teksten.
Artikel 3
[Wijzigt het Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara ondertekende Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije; Brussel, 23 november 1970.]
1.
Voor de toepassing van artikel 12, van artikel 22, leden 2 en 5, en van artikel 25 van het aanvullend protocol wordt bij de berekening van het in aanmerking te nemen bedrag van de invoer uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling tevens onder deze invoer gerekend de door Turkije gedurende de betrokken periode uit de nieuwe Lid-Staten verrichte invoer.
Voor de toepassing van artikel 22, lid 2, van het aanvullend protocol geldt deze bepaling echter slechts voor de door Turkije met ingang van 1 januari 1976 tot stand te brengen verhogingen van het geconsolideerde liberalisatiepeil.
2.
Bij de inwerkingtreding van dit protocol kan Turkije wijzigingen aanbrengen op de liberalisatielijst die overeenkomstig artikel 22, lid 4, van het aanvullend protocol ter kennis werd gebracht, mits:
- met deze wijzigingen niet meer dan 10 % van de waarde van de invoer over 1967 uit de Gemeenschap van de in de lijst opgenomen produkten gemoeid is,
- de waarde van de invoer uit de Gemeenschap van het geheel van de op de liberalisatielijst voorkomende produkten, steeds berekend op basis van de cijfers over 1967, niet wordt verminderd,
- voor de van de liberalisatielijst afgevoerde produkten contingenten worden geopend die ten minste gelijk zijn aan 60 % van de in het voorgaande jaar verrichte invoer van deze produkten uit de Gemeenschap, onverminderd de bevoegdheid voor Turkije op deze produkten artikel 22, lid 5, van het aanvullend protocol toe te passen.
De waarde van de invoer uit de Gemeenschap waarop deze wijzigingen betrekking hebben, moet in mindering worden gebracht op de totale waarde van de in artikel 12, lid 3, eerste alinea, van het aanvullend protocol bedoelde invoer.
Turkije stelt de Associatieraad in kennis van de overeenkomstig de hierboven genoemde bepalingen getroffen maatregelen.
Artikel 5
[Wijzigt de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije; Ankara, 12 september 1963.]
Artikel 6
De achtereenvolgende onderzoeken als bedoeld in artikel 35, lid 3, van het aanvullend protocol worden met een jaar vervroegd.
Artikel 7
De jaarlijkse hoeveelheden van de tariefcontingenten die ten behoeve van Turkije zijn vastgesteld in lid 1 van het enige artikel van bijlage No. 1 en in artikel 1, lid 2, van bijlage No. 2 van het aanvullend protocol worden gebracht op:
Geraffineerde aardolieprodukten (posten 27.10, 27.11, 27.12, ex 27.13 B en 27.14 C van het gemeenschappelijk douanetarief):
.......... 340.000 ton,
Garens van katoen, niet gereed voor de verkoop in het klein (post 55.05 van het gemeenschappelijk douanetarief):
.......... 390 ton,
Andere weefsels van katoen (post 55.09 van het gemeenschappelijk douanetarief):
.......... 1.390 ton.
Artikel 8
[Wijzigt het Financieel Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara ondertekende Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije; Brussel, 23 november 1970.]
1.
De krachtens de associatieovereenkomst voorgeschreven verlagingen van douanerechten en heffingen van gelijke werking worden vanaf de inwerkingtreding van het onderhavige protocol in de nieuwe Lid-Staten toegepast overeenkomstig het voorgeschreven tijdschema en de voorgeschreven percentages. De rechten voortvloeiende uit de toepassing van deze verlagingen mogen echter wat de bijlagen No. 2 en No. 6 van het aanvullend protocol betreft in geen geval lager zijn dan de door de nieuwe Lid-Staten ten opzichte van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling toegepaste rechten.
2.
In afwijking van lid 1 mogen door Ierland ten opzichte van Turkije, tot en met 31 december 1975, voor de produkten genoemd in bijlage I douanerechten worden toegepast die gelijk zijn aan de rechten toegepast ten opzichte van andere Lid-Staten dan het Verenigd Koninkrijk.
3.
De rechten op basis waarvan de nieuwe Lid-Staten ten opzichte van Turkije de verlagingen overeenkomstig lid 1 toepassen, zijn die welke zij telkens ten opzichte van derde landen toepassen.
4.
In afwijking van de voorgaande leden mogen de nieuwe Lid-Staten, ingeval de toepassing daarvan kan leiden tot tariefbewegingen welke tijdelijk afwijken van de aanpassing aan het eindrecht, hun rechten handhaven tot het ogenblik waarop het niveau van deze rechten is bereikt in het kader van de aanpassing aan het eindrecht dan wel, in voorkomend geval, het recht toepassen dat uit een latere aanpassing voortvloeit, zodra deze aanpassing genoemd niveau bereikt of overschrijdt.
Artikel 10
De nieuwe Lid-Staten brengen hun douanerechten van fiscale aard of het fiscale element van deze rechten voor de produkten vermeld in bijlage II in overeenstemming met de krachtens de associatieovereenkomst voorgeschreven rechten door ten opzichte van Turkije dezelfde behandeling toe te passen als ten opzichte van de andere Lid-Staten.
Artikel 9 is van toepassing op het beschermend element van deze rechten.
1.
Turkije verlaagt ten opzichte van de nieuwe Lid-Staten het verschil tussen de douanerechten en de heffingen van gelijke werking die het toepast ten opzichte van derde landen en die welke het krachtens de associatieovereenkomst toepast ten opzichte van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling, met telkens 20 %, volgens onderstaand tijdschema:
- de eerste aanpassing geschiedt bij de inwerkingtreding van het onderhavige protocol;
- de vier volgende aanpassingen geschieden op 1 januari 1974, 1 januari 1975, 1 januari 1976 en 1 juli 1977.
2.
Indien dit protocol na 1 januari 1974 in werking treedt, past Turkije ten opzichte van de nieuwe Lid-Staten het aanpassingsniveau toe dat op het ogenblik van de inwerkingtreding voortvloeit uit het in lid 1 aangegeven tijdschema.
3.
In geval van wijziging van het tijdschema en het ritme bepaald voor de afschaffing van de douanerechten en heffingen van gelijke werking die door de nieuwe Lid-Staten ten opzichte van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling worden toegepast, treft de Associatieraad de maatregelen die noodzakelijk zijn om met deze wijziging rekening te houden.
4.
De Associatieraad kan passende maatregelen treffen om de door Turkije ten opzichte van de nieuwe Lid-Staten toe te passen verlagingen te doen samenvallen met de krachtens het aanvullend protocol voorgeschreven termijnen.
Artikel 12
In Turkije verkregen goederen waarin produkten zijn verwerkt uit een oorspronkelijke Lid-Staat of een nieuwe Lid-Staat die zich in Turkije niet in het vrije verkeer bevonden, komen eveneens in aanmerking voor de in het aanvullend protocol bepaalde preferentiële regeling.
De toepassing van deze regeling op de bedoelde goederen in een nieuwe Lid-Staat of een oorspronkelijke Lid-Staat kan evenwel afhankelijk worden gesteld van de inning in Turkije van een heffing, zolang in het handelsverkeer tussen de Lid-Staten en Turkije andere rechten en heffingen van gelijke werking worden toegepast dan die welke gelden in het handelsverkeer tussen de oorspronkelijke Lid-Staten en de nieuwe Lid-Staten.
Artikel 3 van het aanvullend protocol is van toepassing.
1.
De regelingen voor de invoer die door Ierland voor de produkten vermeld in bijlage III worden toegepast, worden ten opzichte van Turkije, al naar gelang het geval, uiterlijk op 1 juli 1975 of 1 januari 1985 opgeheven volgens door de Associatieraad vast te stellen regels.
2.
Tot en met 31 december 1974 mag de invoer uit Turkije in het Verenigd Koninkrijk van de in bijlage IV genoemde produkten worden beperkt tot de volgende jaarlijkse contingenten:
- contingent 1973: 306 ton
- contingent 1974: 368 ton.
Artikel 14
Gedurende een periode die op 1 juli 1977 eindigt, worden de in artikel 1, lid 2, van bijlage No. 2 van het aanvullend protocol bedoelde tariefcontingenten op de volgende wijze verdeeld:
Garens van katoen, niet gereed voor de verkoop in het klein (post 55.05 van het gemeenschappelijk douanetarief):
- voor de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling : 300 ton
- voor Denemarken : 40 ton
- voor Ierland : 10 ton
- voor het Verenigd Koninkrijk : 40 ton
Andere weefsels van katoen (post 55.09 van het gemeenschappelijk douanetarief) :
- voor de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling : 1.000 ton
- voor Denemarken : 20 ton
- voor Ierland : 10 ton
- voor het Verenigd Koninkrijk : 360 ton
1.
Gedurende de in artikel 14 bedoelde periode wordt de in artikel 4, lid 3, van bijlage No. 6 van het aanvullend protocol bedoelde minimumprijs in de nieuwe Lid-Staten berekend met inachtneming van de invloed van de rechten welke door deze Lid-Staten telkens ten opzichte van derde landen worden toegepast.
2.
Gedurende dezelfde periode worden de in bijlage No. 6 van het aanvullend protocol bedoelde heffingen, variabele en vaste elementen in de nieuwe Lid-Staten berekend met inachtneming van de rechten die zij steeds ten opzichte van derde landen toepassen.
Artikel 16
Dit protocol alsmede de er aan gehechte bijlagen maken een integrerend bestanddeel uit van de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije.
1.
Dit protocol wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke regels en, wat de Gemeenschap betreft, rechtsgeldig gesloten bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen, dat overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Gemeenschap is genomen en ter kennis gebracht is van de andere partijen bij de overeenkomst.
De akten van bekrachtiging en de akte van kennisgeving van de sluiting worden te Brussel uitgewisseld.
2.
Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum van uitwisseling van de in lid 1 bedoelde akten.
Artikel 18
Dit protocol is opgesteld in twee exemplaren, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse en de Turkse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Aanvullend Protocol hebben gesteld.
GEDAAN te Ankara, de dertigste juni negentienhonderd drieënzeventig.
Inhoudsopgave
+ Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
+ Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
+ Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht