Let op. Deze wet is vervallen op 29 december 2007. U leest nu de tekst die gold op 28 december 2007.

Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen

Uitgebreide informatie
Besluit van 9 december 1991, tot vaststelling van de voorschriften ter uitvoering van artikel 102 van de Waterschapswet (Stb. 1991, 444)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 juli 1991, nr. RJW 94648, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 102 van de Waterschapswet ( Staatsblad 1991, 444);
Gezien de adviezen van gedeputeerde staten der provincies en de Unie van Waterschappen;
De Raad van State gehoord (advies van 5 november 1991, nr. W 09.91 0393);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde minister van 28 november 1991, nr. RJW 108589, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. kosten- en opbrengstsoorten: de lasten en baten gerangschikt naar hun aard;
c. (hulp)kostenplaatsen: organisatie-eenheden of administratieve eenheden waarop kosten worden verzameld die rechtstreeks, dan wel via een andere (hulp)kostenplaats, worden toegerekend aan een of meer kostendragers;
d. kostendrager: een reglementaire waterschapstaak.
1.
Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de inrichting van de begroting, de wijzigingen van de begroting en de jaarrekening van waterschappen vast, waartoe een modelrekeningschema behoort.
2.
De in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant .
Artikel 6
De begroting bestaat uit:
a. de nota betreffende de financiële toestand van het waterschap;
b. de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten met toelichting;
c. de kostenverdeelstaat met toelichting;
d. de begroting naar kostendragers met toelichting.
Artikel 7
De lasten en baten in de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten dienen te worden gerangschikt overeenkomstig de hoofdgroepen van het model-rekeningschema dat is opgenomen in de in artikel 5 bedoelde ministeriële regeling.
1.
De kostenverdeelstaat bevat de verdeling van de kosten- en opbrengstsoorten naar kostendragers, waarbij gebruik wordt gemaakt van (hulp)kostenplaatsen.
2.
Binnen de in het eerste lid bedoelde verdeling kan onderscheid gemaakt worden naar kenmerkende onderdelen van kostendragers.
3.
Bij de kostenverdeelstaat behoort een toelichting waarin ten minste de kwantitatieve grondslagen worden vermeld aan de hand waarvan de in het eerste en tweede lid bedoelde verdeling heeft plaatsgevonden.
Artikel 9
In de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten en de begroting naar kostendragers dient te worden opgenomen:
- volgnummer van de begrotingspost;
- omschrijving van de lasten en baten;
- raming van de lasten en baten volgens de begroting van het komend dienstjaar;
- raming van de lasten en baten volgens de primitieve begroting van het lopende dienstjaar;
- bedrag van de werkelijke lasten en baten uit de jaarrekening van het aan het lopende dienstjaar voorafgaande dienstjaar.
1.
Voor de ramingen in de begroting wordt het stelsel van lasten en baten gehanteerd.
2.
In afwijking van het eerste lid worden de lasten wegens salarissen en sociale lasten verantwoord overeenkomstig de bedragen welke dienen als grondslag voor de aan de rijksbelastingdienst te verstrekken opgaven ten behoeve van de inkomsten- dan wel loonbelasting.
1.
De ramingen in de begroting worden zodanig gesteld, dat zij tezamen met de toelichting een getrouw beeld geven van het te voeren beleid en beheer.
2.
De ramingen van lasten en baten worden niet gesaldeerd.
1.
In de tot de begroting behorende nota betreffende de financiële toestand van het waterschap wordt een uiteenzetting gegeven over het in het dienstjaar door het waterschap te voeren beleid.
2.
De nota bevat in elk geval:
a. beschouwingen omtrent de kwantitatieve uitgangspunten en de gehanteerde normen voor lasten- dan wel batenstijgingen en -dalingen, die aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen;
b. een beschouwing over de lopende en voorgenomen investeringen;
c. een beschouwing over de financieringspositie op korte en lange termijn;
d. een beschouwing omtrent de begroting in relatie tot de meerjarenraming, waarbij inbegrepen is een uiteenzetting over de ontwikkeling van de waterschapsbelastingen in de komende jaren.
Artikel 13
De tot de begroting behorende toelichtingen op de lasten en baten bevatten in elk geval:
a. gegevens waarop de raming is gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming van lasten en baten van het vorige dienstjaar, de toelichting op de oorzaak daarvan;
b. voor de geraamde bedragen, waarvan dit mogelijk en van belang is, gegevens omtrent de activiteiten, waarop de lasten en baten betrekking hebben.
1.
Tot de begroting behoren ten minste de volgende bijlagen:
- een staat van immateriële, materiële en financiële vaste activa;
- een staat van eigen kapitaal, reserves, voorzieningen en waarborgsommen;
- een staat van vaste schulden;
- een staat van personeelslasten;
- een berekening van het rente-omslagpercentage.
2.
In de staat van immateriële, materiële en financiële vaste activa dienen de immateriële vaste activa ten behoeve van de bepaling van de afschrijvingen te worden gewaardeerd op ten hoogste de kosten die het waterschap daaraan heeft besteed.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd naar de grondslag van de historische kostprijs. Bij toepassing van andere waarderingsgrondslagen voor de materiële vaste activa dient dit in de toelichting te worden gemotiveerd.
Artikel 15
Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur machtigen tot af- en overschrijving van begrotingsbedragen binnen een kostendrager. Daarbij dient het algemeen bestuur aan te geven tot welk bedrag of percentage af- en overschrijving maximaal is toegestaan.
Artikel 16
Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur machtigen om over de posten onvoorziene uitgaven van de begroting te beschikken.
Daarbij dient het algemeen bestuur per kostendrager aan te geven over welk bedrag of percentage van de posten onvoorziene uitgaven mag worden beschikt.
Artikel 17
Besluiten tot wijziging van de begroting van een bepaald dienstjaar mogen slechts betrekking hebben op de situatie tot en met 31 december van het desbetreffende dienstjaar.
1.
Voorafgaand aan of bij de begroting wordt een meerjarenraming aan het algemeen bestuur aangeboden.
2.
Deze meerjarenraming heeft betrekking op het begrotingsjaar, alsmede op ten minste de vier daarop volgende jaren.
3.
De meerjarenraming bevat een beschouwing over het in de komende jaren door het waterschap te voeren beleid.
4.
In de meerjarenraming wordt ten minste aandacht besteed aan de investeringen van het waterschap en aan de autonome kostenontwikkeling.
5.
De meerjarenraming wordt aan gedeputeerde staten toegezonden.
6.
Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van het algemeen bestuur ontheffing verlenen van de in het eerste lid bepaalde verplichting.
1.
De jaarrekening bestaat uit:
a. de balans met toelichting;
b. de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten met toelichting;
c. de kostenverdeelstaat met toelichting;
d. de exploitatierekening naar kostendragers met toelichting.
2.
De rangschikking van de lasten en baten in de jaarrekening geschiedt op dezelfde wijze als in de begroting van het overeenkomstige dienstjaar.
1.
De balans met toelichting dient een getrouw beeld te geven van de financiële positie van het waterschap op het einde van het dienstjaar.
2.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd naar de grondslag van de historische kostprijs. Bij toepassing van andere waarderingsgrondslagen, dient dit in de toelichting op de balans te worden gemotiveerd.
3.
Indien immateriële vaste activa op de balans worden opgenomen, worden zij gewaardeerd op ten hoogste de kosten die daaraan zijn besteed, verminderd met het bedrag van de afschrijvingen.
4.
De waardering van de vorderingen op debiteuren geschiedt op basis van de nominale waarde. Indien niet de nominale waarde wordt opgenomen, dient dit in de toelichting op de balans te worden vermeld. Indien rekening gehouden wordt met een voorziening voor dubieuze debiteuren, dient dit eveneens in de toelichting op de balans te worden vermeld.
Artikel 21
In de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten en de exploitatierekening naar kostendragers dient te worden opgenomen:
- volgnummer van de post;
- omschrijving van de lasten dan wel baten;
- totaalbedrag van de werkelijke lasten dan wel baten;
- raming van de lasten dan wel baten volgens de begroting na alle daarop betrekking hebbende wijzigingen;
- bedrag van de werkelijke lasten dan wel baten van het vorige dienstjaar.
1.
De jaarrekening wordt met een verslag ter verantwoording van het financieel beheer aan het algemeen bestuur aangeboden.
Daarin wordt een uiteenzetting gegeven over het in het dienstjaar gevoerde financiële beheer.
2.
Het verslag bevat in elk geval:
a. een analyse van belangrijke afwijkingen tussen de primitieve begroting en de jaarrekening;
b. in geval van een positief saldo op de jaarrekening een voorstel voor de bestemming hiervan of in geval van een negatief saldo op de jaarrekening een voorstel voor de wijze waarop dit tekort zal worden gedekt;
c. een beschouwing over de lopende investeringen;
d. een toelichting op de financieringsstructuur van het waterschap.
Artikel 23
De tot de jaarrekening behorende toelichtingen op de lasten en baten bevatten in elk geval:
a. gegevens omtrent de samenstelling van de opgenomen bedragen;
b. een toelichting op de belangrijke afwijkingen tussen de uitkomst van de jaarrekening over het vorig dienstjaar en die van het dienstjaar;
c. voor de lasten en baten, waarvan het bij de begroting mogelijk en van belang werd geacht, gegevens omtrent de activiteiten waarop de lasten en baten betrekking hebben.
Artikel 24
Tot de jaarrekening behoren ten minste de volgende bijlagen:
- een staat van immateriële en materiële vaste activa;
- een staat van eigen kapitaal, reserves, voorzieningen en waarborgsommen;
- een staat van vaste schulden;
- een staat van personeelslasten;
- een berekening van het rente-omslagpercentage.
Artikel 25
Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.
Artikel 26
Een besluit tot wijziging van deze regeling of tot vaststelling van de door Onze Minister ingevolge artikel 5 te stellen nadere regels wordt niet genomen dan nadat gedeputeerde staten der provincies en de Unie van Waterschappen daarover zijn gehoord.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding der Waterschapswet .
2.
Uiterlijk het derde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen de op dat begrotingsjaar betrekking hebbende begroting en jaarrekening te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de door de provincies gegeven voorschriften van kracht.
3.
Voor de waterschappen die op het moment van het in werking treden van dit besluit hun begroting en jaarrekening inrichten volgens provinciale voorschriften die zijn afgeleid van model A zoals bedoeld in de model-Comptabiliteitsvoorschriften van de Unie van Waterschappen geldt, in afwijking van het tweede lid, dat de begroting en jaarrekening uiterlijk het vijfde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de bedoelde provinciale voorschriften van kracht.
Artikel 27a
De artikelen 2 tot en met 4 vervallen 4 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 28
Dit besluit kan worden aangehaald als "Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen".
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende Nota van Toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 9 december 1991
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Uitgegeven de eenendertigste december 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De begroting, meerjarenraming, jaarrekening en het dienstjaar
+ Hoofdstuk III. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht