1.
Ten behoeve van een afzonderlijk beheer van ontvangsten en uitgaven van het Rijk kan een begrotingsfonds worden ingesteld.
2.
De instelling van een begrotingsfonds geschiedt bij de wet.
3.
De wet tot instelling van een begrotingsfonds bepaalt de aard van de uitgaven en van de ontvangsten van het betrokken fonds, de bestemming van een batig dan wel de aanvulling van een nadelig jaarsaldo van het fonds, alsmede wie van Onze Ministers verantwoordelijk is voor het beheer van de begroting van het fonds.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. De begroting van het Rijk
+ Hoofdstuk II. Het begrotingsbeheer en de bedrijfsvoering van het Rijk
+ Hoofdstuk III. Het toezicht van Onze Ministers
+ Hoofdstuk IV. Het liquidemiddelenbeheer en de financiering van rechtspersonen die collectieve middelen beheren
+ Hoofdstuk V. De verantwoording van het Rijk
+ Hoofdstuk VI. De accountantscontrole bij het Rijk
+ Hoofdstuk VII. De Algemene Rekenkamer
+ Hoofdstuk VIII. Comptabele noodwetgeving
+ Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht