Convenant ’Samenwerking ten behoeve van innovatie in het beroepsonderwijs’
A. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, handelend als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden,
B. Het Platform Beroepsonderwijs,
C. De Stichting van de Arbeid,
overwegende dat:
1. Nederland in 2010 tot de toonaangevende kenniseconomieën wil behoren;
2. De economische ontwikkeling in ons land stagneert;
3. De arbeidsmarkt goed opgeleide vakmensen nodig heeft;
4. De uitval uit het beroepsonderwijs te hoog is;
5. De aansluiting tussen het beroepsonderwijs en het (georganiseerde) bedrijfsleven verbetering behoeft;
6. De inhoud van het beroepsonderwijs vernieuwing behoeft;
7. De deelnemers aan het beroepsonderwijs niet alleen een goede beroepskwalificatie dienen te behalen, maar ook een leven lang moeten kunnen blijven leren om gelijke tred te houden met de snelle innovaties in het bedrijfsleven;
8. Goed beroepsonderwijs bijdraagt aan de sociale integratie van grote groepen jongeren,
achten het wenselijk dat nadere afspraken worden gemaakt over de samenwerking tussen het beroepsonderwijs en het (georganiseerde) bedrijfsleven in het algemeen en over onderwijs in de praktijk en innovatiearrangementen in het bijzonder.
1. Partijen zullen bevorderen dat er activiteiten tussen onderwijsinstellingen en het regionale of sectorale (georganiseerde) bedrijfsleven ontstaan, die bijdragen aan het versterken van de relatie tussen het beroepsonderwijs en het (georganiseerde) bedrijfsleven.
2. De onderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor adequaat beroepsonderwijs.
3. Overeenkomstig het gestelde in de WVO , de WEB en de WHW draagt de overheid zorg voor de bekostiging van het reguliere onderwijs.
4. Bedrijven en/of sectoren kunnen in publiek-private samenwerkingsarrangementen bijdragen aan een onderwijsinstelling verstrekken, mits deze verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstelling van de onderwijsinstelling.
1. Onderwijs in de praktijk betreft onder andere de leerwerktrajecten vmbo, de beroepspraktijkvorming mbo en de stages en duale trajecten in het hbo.
2. Onderwijsinstellingen en bedrijven waar het onderwijs in de praktijk plaatsvindt, maken overeenkomstig de regelgeving nadere afspraken over de vorm, inhoud en begeleiding van het onderwijs in de praktijk.
3. Het maken van afspraken over het verstrekken van een onkostenvergoeding aan een leerling en/of het aangaan van een arbeidsovereenkomst tussen een leerling en een bedrijf maken geen onderdeel uit van de nadere afspraken zoals bedoeld onder B 2 , tenzij door de onderwijsinstelling, het bedrijf waar het onderwijs in de praktijk plaatsvindt en de leerling anders wordt overeengekomen.
4. Het onderwijs in de praktijk is een regulier onderdeel van de beroepsopleiding en kan niet door de onderwijsinstelling in rekening worden gebracht aan het bedrijf waar het onderwijs in de praktijk plaatsvindt.
1. Een innovatiearrangement is een gezamenlijk project van onderwijsinstellingen en (regionale) bedrijven waarmee het innovatief vermogen van het beroepsonderwijs wordt versterkt.
2. Het innovatiearrangement is naar zijn aard vernieuwend en betreft activiteiten die binnen de onderwijssector niet eerder zijn voorgekomen en is daarmee additioneel ten opzichte van de vernieuwings- en innovatie-activiteiten die de onderwijsinstellingen binnen het kader van de lumpsum bekostiging en de Impulsmiddelen uitvoeren.
3. Innovatiearrangementen hebben te allen tijde mede betrekking op versterking van de relatie tussen onderwijs en het (georganiseerde) bedrijfsleven; thema’s voor innovatie worden door de partijen jaarlijks nader afgesproken.
4. Partijen stellen samen een Uitvoeringsregime op, dat tevens de basis vormt voor een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op te stellen regeling op grond waarvan activiteiten voor overheidssubsidie in aanmerking kunnen komen.
5. Het door partijen gezamenlijk opgestelde Uitvoeringsregime maakt onderdeel uit van dit Convenant.
6. Kenmerk van het Uitvoeringsregime is in ieder geval, dat projecten in het kader van het innovatiearrangement worden gedragen door samenwerkingsverbanden, waarbij tenminste een bve-instelling, een instelling voor vmbo en/of hbo en het regionale en/of sectorale (georganiseerde) bedrijfsleven zijn betrokken. Dit laat onverlet dat ook andere partners - zoals bijvoorbeeld kenniscentra - kunnen participeren in de samenwerkingsverbanden.
7. Deelnemers in het samenwerkingsverband zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor:
a. het opstellen van een projectvoorstel;
b. een zorgvuldige uitvoering van het projectvoorstel
en
c. de financiering van de activiteiten.
8. Gezamenlijk kunnen zij een aanvraag voor subsidie van maximaal 40% van de subsidiabele projectkosten indienen.
1. Partijen zijn verantwoordelijk voor de activiteiten die in het voortraject plaatsvinden.
2. Partijen maken afspraken over de wijze waarop vervolgens de monitoring plaatsvindt.
3. Bij de uitvoering van monitoring en evaluatie neemt Het Platform Beroepsonderwijs het voortouw.
4. Partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de verspreiding van de resultaten van de projecten.
1. De overheid stelt voor 2003 een totaalbedrag van €  10 miljoen beschikbaar voor subsidie aan projecten in het kader van het innovatiearrangement inclusief apparaatskosten.
2. Het maximale subsidiebedrag dat aan een project kan worden toegekend, bedraagt in 2003 €  1 miljoen. Partijen bepalen jaarlijks het maximale subsidiebedrag per project.
3. De deelnemende partijen in het samenwerkingsverband zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de cofinanciering van ten minste 60 procent van de projectkosten.
4. Convenantspartijen bepalen jaarlijks de verhouding tussen het subsidiebedrag en de bijdragen door de deelnemers in het samenwerkingsverband.
5. Cofinanciering hoeft niet uitsluitend plaats te vinden door het beschikbaar stellen van financiële middelen.
1. Partijen kunnen geen beroep doen op de burgerlijke rechter in geval van niet of onvoldoende nakomen van de uit dit Convenant voortvloeiende verplichtingen of daarmee samenhangende afspraken door een of meerdere Convenantspartijen.
2. Een geschil bestaat, indien één van de partijen dat stelt of schriftelijk aan de andere partijen meedeelt.
3. Indien partijen binnen 10 dagen niet tot een oplossing van het geschil komen, zal het geschil worden voorgelegd aan door partijen te benoemen adviseurs ten behoeve van een bindend advies.
1. Dit Convenant treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door partijen.
2. Het Convenant is voor onbepaalde tijd aangegaan.
3. Partijen zullen de uitvoering en werking van dit Convenant jaarlijks, voor het eerst vóór 1 mei 2004, evalueren.
4. Tussentijdse aanpassing van het Convenant kan alleen met instemming van alle partijen.
5. Elke partij kan de andere partijen schriftelijk verzoeken het Convenant te wijzigen. De wijziging behoeft schriftelijke toestemming van alle partijen.
6. Partijen treden in overleg binnen 2 weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partijen schriftelijk heeft meegedeeld.
7. De wijziging en de verklaring tot instemming wordt in afschrift als bijlage bij het Convenant gevoegd.
8. De inhoud van de wijziging wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
9. Indien onvoorziene omstandigheden opkomen die wezenlijke gevolgen voor de uitvoering van het Convenant hebben en overleg tot wijziging van het Convenant niet binnen 4 weken tot overeenstemming heeft geleid, mag elke partij dit Convenant met inachtneming van een opzegtermijn van 2 maanden schriftelijk opzeggen. De opzegging schort de werking van dit Convenant met onmiddellijke ingang op.
10. Elke partij kan het Convenant met inachtneming van een opzegtermijn van 2 maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat dit Convenant billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden.
11. Wanneer een partij het Convenant opzegt, eindigt het Convenant voor alle partijen.
1. Partijen spreken af de uitvoering van dit Convenant periodiek met elkaar te bespreken.
2. Binnen twee weken na ondertekening van dit Convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant en in Uitleg, Gele katern.
3. Het Uitvoeringsregime maakt onderdeel uit van dit Convenant.
Zoetermeer, Den Haag, De Bilt, 2 mei 2003
De van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ,
staatssecretaris
mede namens
de
Minister
Namens de Stichting van de Arbeid ,
voorzitter namens de centrale organisatie van werknemers
Namens Het Platform Beroepsonderwijs ,
voorzitter
voorzitter namens de centrale organisaties van werkgevers
Inhoudsopgave
Partijen,
Partijen stellen het volgende vast:
A. Samenwerking algemeen
B. Onderwijs in de praktijk
Partijen komen het volgende overeen:
C. Innovatiearrangement
D. Monitoring en evaluatie
E. Financiële middelen
F. Geschillenbeslechting
G. Werking van het Convenant
Inwerkingtreding en looptijd
Evaluatie
Beëindiging van het Convenant
H. Slotartikelen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht