Artikel 9
De identiteit van een lijk wordt in het crematorium waar het zal worden verbrand, vastgesteld op bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen te bepalen wijze.
Artikel 9a
Zijn er omstandigheden, die een gewelddadige dood doen vermoeden, dan geschiedt de verbranding niet dan met toestemming van de Officier van Justitie, zo mogelijk na voorafgegane gerechtelijke schouwing.
Artikel 10
Geen crematie van een lijk geschiedt zonder schriftelijk verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand, dat kosteloos en vrij van zegel wordt afgegeven en waarin de plaats van crematie wordt vermeld.
Artikel 11
Verlof tot crematie wordt niet verleend, zolang niet is overgelegd een der schriftelijke verklaringen als bedoeld in de Wet verklaringen van overlijden BES, dan wel een verklaring van geen bezwaar tegen crematie, afgegeven door de officier van justitie. Indien de officier van justitie in de gevallen als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Wet verklaringen van overlijden BES meent niet tot de afgifte van een verklaring van geen bezwaar tegen crematie te kunnen overgaan, stelt deze de op grond van artikel 4 van de Wet verklaringen van overlijden BES aangewezen geneeskundige en de regionale toetsingscommissie, bedoeld in artikel 19c van de Wet toetsing levensbeƫindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, hiervan onverwijld op de hoogte.
1.
De ingevolge artikel 11 overgelegde stukken worden bij de akte van overlijden gevoegd.
2.
Bij gebreke van een akte worden de overgelegde stukken bewaard door de ambtenaar van de burgerlijke stand van het openbaar lichaam waarin de crematie geschiedt.
1.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand aangemerkt die van het openbaar lichaam, waarin betreffende overledene of doodgeborene ingevolge aangifte een akte in het register van overlijden is ingeschreven.
2.
Bij gebreke van een akte is bevoegd de ambtenaar van de burgerlijke stand van het openbaar lichaam waarin crematie zal gescheiden.
1.
Crematie geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden of de levenloze geboorte en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden of de levenloze geboorte.
2.
Na de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige te hebben gehoord kan de gezaghebber van het openbaar lichaam waar het lijk zich bevindt, voor de crematie daarvan een andere termijn stellen.
Artikel 15
Ten aanzien van lijken, die binnen een openbaar lichaam ter crematie worden binnengebracht, kan bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van het bepaalde in dit hoofdstuk worden afgeweken.
1.
Overblijfselen van lijken en kisten, die bij roering van een graf of grafkelder te voorschijn mochten komen, mogen worden verbrand met schriftelijk verlof van de officier van justitie wanneer het verzoek daartoe gedaan wordt door degene die het in artikel 4 van de Begrafeniswet BES bedoelde verlof heeft aangevraagd, dan wel degene, die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.
2.
Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde crematie zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Crematoria
- Hoofdstuk III. Identificatie, verlof tot crematie en termijn
+ Hoofdstuk IV. Bestemming en bewaring van as
+ Hoofdstuk V. Toezicht en strafbepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht