Let op. Deze wet is vervallen op 2 mei 2012. U leest nu de tekst die gold op 1 mei 2012.

De inzet en salariëring van 65-plussers in het primair onderwijs

Uitgebreide informatie
De inzet en salariëring van 65-plussers in het primair onderwijs
Inleiding
Momenteel kennen de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op de expertisecentra (WEC) een bepaling die inhoudt dat door het rijk niet wordt vergoed het salaris van personeel dat bij de benoeming ouder is dan 65 jaar of van personeel dat na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar gewoon door blijft werken (zie artikel 138, tweede lid, van de WPO en artikel 132, tweede lid, van de WEC). Het bevoegd gezag kan bij de minister een verzoek indienen deze bepaling niet toe te passen en toch het salaris volledig te vergoeden. In de praktijk wordt een dergelijk verzoek thans steeds ingewilligd. Daarnaast kent het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (hierna: Rpbo) een bepaling dat mensen van 65 jaar of ouder anders moeten worden ingeschaald ( artikel I-P18 Rpbo).
Deze bepalingen maken onderdeel uit van een samenstel van wettelijke bepalingen dat het voor mensen van 65 jaar en ouder (hierna: 65-plussers) minder aantrekkelijk maakt om na hun pensioengerechtigde leeftijd door te werkendan wel weer te gaan werken. Er zijn nu redenen om een aantal van deze bepalingen te herzien. Een van de redenen is de huidige arbeidsmarktsituatie die het mijns inziens niet wenselijk maakt dergelijke bepalingen te handhaven.
Vervallen administratieve procedure (ontheffingsverzoek)
Gelet op het vorenstaande is er een wetswijziging in voorbereiding om belemmeringen weg te nemen voor 65-plussers die weer in het onderwijs gaan werken of in het onderwijs willen blijven werken. Deze wetswijziging maakt het mogelijk dat 65-plussers kunnen (blijven) werken in het onderwijs zonder toestemming van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen.
Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of het al dan niet tot (voortzetting van) benoeming na het 65e levensjaar wenst over te gaan. Het dienstverband van een betrokkene wordt in het openbaar onderwijs immers bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in principe door het bevoegd gezag beëindigd tenzij in overeenstemming met betrokkene de ontslagdatum naar een later tijdstip wordt geschoven. Deze bepaling in titel II van het Rpbo blijft gehandhaafd met dien verstande dat de toestemming van de inspectie of minister in dit geval niet langer nodig is. Voor het bijzonder onderwijs zijn in de voorwaarden behorende bij de akte van benoeming (artikel 9, tweede lid onder b Raamovereenkomst PO) vergelijkbare bepalingen opgenomen. Voornoemd artikel bepaalt dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt met ingang van de dag van de maand volgend op die waarin de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt, tenzij anders wordt overeengekomen.
Tot het moment waarop de wetswijziging in werking treedt, geldt de bestaande situatie. Dat wil zeggen dat de ontheffing die moet worden aangevraagd indien na pensionering werkzaamheden worden verricht, in de praktijk altijd wordt verleend.
Inschaling 65+ers
Wat betreft de wijze van inschaling van 65-plussers geldt dat deze momenteel niet hoger mogen worden ingeschaald dan het bedrag bij salarisnummer 0 in de bij de functie behorende hoogste aanloopschaal ( artikel I-P18 Rpbo). Dit geldt overigens alleen voor die 65-plussers die na hun pensionering (weer) in dienst treden, dus niet voor 65-plussers die gewoon blijven werken. Ook deze bepaling leent zich voor herziening en ik ben dan ook voornemens om artikel I-P18 Rpbo (’de korting op het salaris van 65-plussers’) op zo kort mogelijke termijn te schrappen.
Aangezien deze wijziging van het Rpbo enige maanden in beslag zal nemen, ben ik bereid om schoolbesturen vooruitlopend hierop toe te staan te anticiperen op afschaffing van artikel I-P18 Rpbo. Ik zal daartoe aan de wijziging van het Rpbo terugwerkende kracht verlenen tot en met 1 augustus 2000. Schoolbesturen mogen dus vanaf 1 augustus 2000 een 65-plusser inschalen op basis van het salaris dat hij/zij voor zijn/haar 65e als laatstverdiend salaris heeft genoten en behoeven de 65-plusser dus niet langer in te schalen op de laagste trede van de aanloopschaal. Voorzover de 65-plusser nog niet het maximum van zijn/haar salarisschaal heeft bereikt, ontvangt hij/zij eveneens de periodieke salarisverhogingen als bedoeld in artikel I-P13 Rpbo. Dit laatste is inherent aan het schrappen van artikel I-P18 Rpbo.
In die gevallen waarin 65-plussers een ’gekort salaris’ hebben ontvangen en het laatstgenoten salaris hoger is dan dit ’gekorte salaris’ dient het salaris opnieuw vastgesteld te worden. Dit betekent dat, gerekend vanaf het moment dat betrokkene op of na 1 augustus 2000 in dienst is gekomen, aan de hand van artikel I-P8 opnieuw een inpassing dient plaats te vinden met dien verstande dat deze inpassing dient te geschieden op basis van het salaris dat betrokkene voor zijn/haar 65e als laatstverdiend salaris heeft genoten. De werkgevers die de betalingen van de salarissen via het CASO-systeem laten verlopen en de salariskosten voor de 65-plusser gedeclareerd hebben bij het ministerie van OC&W, kunnen de verhoging van het salaris met terugwerkende kracht in het CASO-systeem inbrengen. De nabetaling aan betrokkene en de salariskosten die door deze terugwerkende aanpassing ontstaan, komen dan automatisch voor rekening van het ministerie. De werkgevers die de salarissen niet via het CASO-systeem uitbetalen, maar waarvoor de loonkosten van de 65-plusser wel voor rekening van het ministerie komen, dienen de extra kosten op de gebruikelijke wijze in rekening te brengen bij het ministerie.
Aangezien deze maatregel met terugwerkende kracht plaatsvindt en de werkgever de aanpassing niet meer in het kalenderjaar 2000 kan verwerken, behoeft geen goedkeuring voor de AVR te worden aangevraagd als dientengevolge de kosten van de correctie voor een personeelslid hoger komen te liggen dan ƒ 5000,--. Uit de accountantsverklaring dient wel te blijken dat de correctie wordt veroorzaakt door deze maatregel. In alle overige gevallen waarin sprake is van een correctie die uitkomt boven eenbedrag van ƒ 5000,-- per personeelslid, moet op de gebruikelijke wijze een individuele goedkeuring van het ministerie worden verkregen.
Pensioen
Personeel dat na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar gewoon door blijft werken (en dus niet opnieuw aangesteld wordt) ontvangt nog geen aanvullend ouderdomspensioen omdat het nog niet ontslagen is geweest maar uiteraard wel AOW. De pensioenopbouw blijft dan ook doorgaan (1,75% per jaar) en de pensioenpremie is gelijk aan die van vóór het 65e jaar. Bij indiensttreding na het 65e levensjaar (dus niet bij een doorlopend dienstverband) ontvangt betrokkene (naast zijn AOW) wel zijn aanvullend ouderdomspensioen. Pensioenopbouw vindt dan niet meer plaats. Ingevolge het pensioenreglement kan nog wel op vrijwillige basis pensioenopbouw plaatsvinden. De volledige (dus zowel werkgevers- als werknemersdeel) premie is in dat geval voor rekening van de werknemer.
Personen die op of na hun 65e (weer) in dienst treden hebben geen recht op WAO, IP en ZW. Aangezien zij geen overheidswerknemer zijn in de zin van de Wet privatisering ABP (WPA) kunnen zij evenmin rechten ontlenen aan het tijdelijk Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BZA). Personeel dat na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd gewoon blijft doorwerken is wel werknemer in de zin van de WPA en valt eveneens onder het BZA.
Fiscale aspecten
Voor 65-plussers gelden andere belastingtarieven dan voor mensen jonger dan 65 jaar. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de brochure ’65-plussers en het nieuwe belastingstelsel’ . Deze brochure kunt u gratis bestellen bij de Belastingdienst Bestellijn: 0800 – 0043. U kunt de brochure ook krijgen bij de eenheid van de Belastingdienst waar u onder valt.
Tenslotte
Wellicht ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat bij het (her)benoemen van een 65-plusser de zgn. eigen wachtgelderbepaling eveneens van toepassing is. Met andere woorden, een dergelijke benoeming kan slechts plaatsvinden als er geen eigen wachtgelders zijn. In de CAO PO/Raamovereenkomst PO zijn hierover en over de volgorde van benoeming nadere afspraken gemaakt door werkgevers en werknemersorganisaties.
Inhoudsopgave
Inleiding
Vervallen administratieve procedure (ontheffingsverzoek)
Inschaling 65+ers
Pensioen
Fiscale aspecten
Tenslotte
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht