Let op. Deze wet is vervallen op 7 september 2005. U leest nu de tekst die gold op 6 september 2005.

Destructiebesluit 1996

Uitgebreide informatie
Besluit van 5 januari 1996, houdende vaststelling van regels ter uitvoering van de Destructiewet
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 januari 1995, kenmerk DGVgz/VVP/V-942717, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op richtlijn nr. 90/667/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 betreffende de vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen, voor het in de handel brengen van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van richtlijn nr. 90/445/EEG ( PbEG L 363), alsmede op de artikelen 9, eerste lid, 10, zesde lid, 13, derde lid, en 14 van de Destructiewet;
Gezien het advies van de Destructieraad van 28 november 1994, kenmerk DR/U-94019;
De Raad van State gehoord (advies van 15 mei 1995, no. W13.95.0031);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 december 1995, DGVgz/VVP/V952705, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:
a. wet: de Destructiewet ;
b. bedrijf: een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal, een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal of een verwerkingsbedrijf waarin laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel wordt verwerkt;
c. beheerder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een bedrijf in stand houdt.
1.
Het terrein van het bedrijf is op passende wijze gescheiden van de openbare weg. Voor onbevoegden is het bedrijfsterrein niet vrij toegankelijk. Dieren worden niet toegelaten op het terrein.
2.
Het is verboden op het terrein van een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal een slachterij te hebben.
1.
Het bedrijf omvat een rein en een onrein gedeelte, die op passende wijze gescheiden zijn.
2.
Het onreine gedeelte heeft een overdekte ruimte voor het in ontvangst nemen van het destructiemateriaal.
3.
Indien op het bedrijf zowel hoog-risico-materiaal als gespecificeerd hoog-risico-materiaal wordt verwerkt, is het gedeelte waar het gespecificeerd hoog-risico-materiaal wordt verwerkt volledig gescheiden van het gedeelte waar het hoog-risico-materiaal wordt verwerkt.
4.
In een bijzonder geval kan Onze Minister op verzoek aan een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal ontheffing verlenen van het eerste lid.
1.
Het gedeelte van het bedrijf waarin het destructiemateriaal wordt ontvangen, bewaard en voorbewerkt, is gescheiden van het gedeelte waarin het materiaal wordt verwerkt en de eindprodukten van de verwerking worden opgeslagen.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bewaren van destructiemateriaal.
1.
De ruimten in het onreine gedeelte zijn ten minste voorzien van:
a. vloeren van ondoordringbaar, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal, die niet kunnen rotten en zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar met een rooster bedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, vanwaar het wordt afgevoerd;
b. gladde, duurzame en ondoordringbare wanden, die van een heldere en afwasbare bekleding zijn voorzien tot een hoogte van ten minste 2,5 meter;
c. een behoorlijke ventilatie.
2.
De overgang van de vloer van het onreine gedeelte naar de wanden en van de wanden onderling is rond.
Artikel 6
De vloeren in het reine gedeelte zijn vervaardigd van ondoordringbaar, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal.
1.
In of in de onmiddellijke omgeving van het onreine gedeelte is een handenwasgelegenheid aanwezig, voorzien van zeep en een ontsmettingsmiddel dat voor dat doel is toegelaten op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 .
2.
Bij de uitgang van het onreine gedeelte bevinden zich voorzieningen voor de ontsmetting van voetbedekking, die een ontsmettingsmiddel bevatten dat voor dat doel is toegelaten op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 .
3.
Het bedrijf beschikt over toiletten en over een kleedruimte met was- en douchegelegenheid voor het personeel.
1.
Indien het onthuiden of ontharen van dieren tot de activiteiten van het bedrijf behoort, zijn in het onreine gedeelte daarvoor geschikte voorzieningen aanwezig alsmede een opslagruimte voor huiden.
2.
Indien het verkleinen van destructiemateriaal tot de activiteiten van het bedrijf behoort, is in het onreine gedeelte een voorziening aanwezig waarmee de kleingemaakte delen in de verwerkingsinstallatie kunnen worden geladen.
1.
Het bedrijf beschikt over voorzieningen voor de reiniging en ontsmetting van de recipiënten en containers waarin en de vervoermiddelen waarmee het destructiemateriaal wordt vervoerd, schepen daaronder niet begrepen.
2.
Het verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal beschikt bovendien over voorzieningen om de wielen van de vervoermiddelen die het onreine gedeelte verlaten vlak voor vertrek te ontsmetten.
1.
Het bedrijf beschikt over een installatie die het afvalwater op hygiënische wijze afvoert.
2.
Het bedrijf beschikt over voldoende energiebronnen voor het opwekken van de voor het verwerkingsproces benodigde hoeveelheid warm water en stoom.
Artikel 11
Het bedrijf beschikt zelf over of kan gebruik maken van een laboratorium dat is uitgerust om de analyses uit te voeren die nodig zijn om te controleren of aan het bij of krachtens artikel 18 bepaalde wordt voldaan.
1.
Een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal beschikt over een verwerkingsinstallatie die is voorzien van:
a. meetapparatuur om de temperatuur en de druk in de installatie te kunnen controleren;
b. een toestel dat onafgebroken de meetresultaten registreert;
c. een veiligheidssysteem dat tot doel heeft te voorkomen dat het te verwerken materiaal onvoldoende wordt verwarmd.
2.
Indien in een bedrijf laag-risico-materiaal wordt verwerkt door toepassing van een warmtebehandeling, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3.
In een bijzonder geval kan Onze Minister op verzoek aan een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal ontheffing verlenen van het eerste lid.
1.
In dit artikel wordt onder een overlaadstation verstaan een tot een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal behorende, niet op zijn terrein gelegen inrichting die is bestemd voor het tijdelijk opslaan van hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal of voor andere handelingen die verband houden met het verdere vervoer van dat materiaal.
2.
De artikelen 2, 3, tweede lid, 5, 7, 9 en 10, eerste lid, zijn ten aanzien van een overlaadstation van overeenkomstige toepassing.
3.
Het is verboden zonder toestemming van Onze Minister een overlaadstation voor een andere bestemming dan die, omschreven in het eerste lid, te gebruiken.
Artikel 14
De beheerder treft systematisch maatregelen ter wering van ongedierte, knaagdieren en insekten daaronder begrepen, en vogels in lokalen en op het open terrein van het bedrijf en neemt, indien zich daar ongedierte of vogels bevinden, maatregelen ter bestrijding daarvan.
1.
De beheerder draagt ervoor zorg dat personen die in het onreine gedeelte werkzaam zijn, het reine gedeelte niet betreden zonder hun werkkleding te hebben verwisseld en hun schoeisel te hebben ontsmet.
2.
De beheerder draagt ervoor zorg dat toestellen en gereedschappen niet van het onreine naar het reine gedeelte worden gebracht.
3.
De beheerder draagt ervoor zorg dat het onreine gedeelte en de zich daarin bevindende voorwerpen en kolken elke dag na beëindiging van de werkzaamheden in dat gedeelte worden gereinigd en ontsmet. Hij draagt voorts ervoor zorg dat het overige gedeelte van het bedrijf wordt schoongehouden.
4.
Het afvalwater dat afkomstig is van het onreine gedeelte van het bedrijf wordt zodanig behandeld dat daarin geen ziektekiemen meer aanwezig zijn.
1.
Hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal wordt door de ondernemer opgehaald en naar het verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal vervoerd uiterlijk op de eerste werkdag volgend op die waarop het door de eigenaar of houder daarvan is aangemeld, tenzij het hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal betreft dat overeenkomstig door Onze Minister gestelde regels op gezette tijden door de ondernemer wordt opgehaald. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt de zaterdag niet als werkdag aangemerkt.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het ophalen en vervoeren van dode honden en katten.
1.
Hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal wordt zo spoedig mogelijk na aankomst in het verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal verwerkt. Tot het tijdstip van verwerking wordt het materiaal op een aan de aard van het desbetreffende materiaal aangepaste wijze opgeslagen.
2.
Laag-risico-materiaal dat wordt aangevoerd in een bedrijf, wordt onmiddellijk na aankomst verwerkt dan wel zodanig opgeslagen dat het op het moment van verwerking daarvoor nog geschikt is.
3.
De in een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal verkregen huiden worden gezouten met natriumchloride.
4.
In de ruimte van een bedrijf waarin het verwerken van destructiemateriaal plaatsvindt, is geen vlees aanwezig dat bestemd is voor menselijke consumptie.
Artikel 17a
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het merken en etiketteren van destructiemateriaal door een bedrijf.
1.
Hoog-risico-materiaal en door Onze Minister aangewezen categorieën van laag-risico-materiaal worden in afgesloten verwerkingsinstallaties door warmtebehandeling onschadelijk gemaakt.
2.
Indien gespecificeerd hoog-risico-materiaal met inachtneming van artikel 3, derde lid, van de wet wordt voorbewerkt door middel van warmtebehandeling is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3.
Bij ministeriële regeling:
a. worden nadere regels gesteld met betrekking tot de warmtebehandeling bedoeld in het eerste en tweede lid;
b. kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop bloed wordt verwerkt.
Artikel 19
De beheerder draagt ervoor zorg dat de installaties en toestellen van het bedrijf in goede staat zijn en blijven. De meetapparatuur van de verwerkingsinstallaties moet regelmatig worden geijkt.
1.
De beheerder controleert de kritische punten van het produktieproces in zijn bedrijf en maakt aantekeningen van zijn bevindingen. De aantekeningen worden ten minste twee jaren bewaard.
2.
De beheerder beschikt over een systeem dat het mogelijk maakt een verband te leggen tussen een verzonden partij met eindprodukten en het tijdstip waarop die partij is geproduceerd.
1.
Degene die een verwerkingsbedrijf in stand houdt dat laag-risico-materiaal gebruikt voor de bereiding van voeder voor gezelschapsdieren of technische of farmaceutische produkten, draagt ervoor zorg dat niet meer voor de produktie te gebruiken materiaal aan een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal wordt aangeboden.
2.
De artikelen 9, eerste lid, 14 en 17, tweede en vierde lid, zijn ten aanzien van verwerkingsbedrijven als bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van verwerkingsbedrijven die laag-risico-materiaal gebruiken voor de bereiding van technische of farmaceutische produkten zijn bovendien de artikelen 4, 12, tweede lid, en 15, derde lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing.
1.
Verwerkingsbedrijven die laag-risico-materiaal gebruiken voor de bereiding van voeder voor gezelschapsdieren, beschikken over daartoe geschikte bedrijfsruimten, gereedschap en verwerkingsinstallaties, alsmede over passende voorzieningen voor de afvoer van afvalwater. Degene die een verwerkingsbedrijf als bedoeld in de eerste volzin in stand houdt, draagt ervoor zorg dat de bedrijfsruimten schoon worden gehouden en dat overigens het produktieproces zo hygiënisch mogelijk plaatsvindt.
2.
Het bestuur van het Produktschap voor Veevoeder kan ten aanzien van de verwerkingsbedrijven, bedoeld in het eerste lid, nadere regels stellen met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in dat lid en in artikel 17, tweede lid.
1.
Degene die een inrichting in stand houdt waarin laag-risico-materiaal wordt voorbewerkt tot voeder voor edelpelsdieren, draagt ervoor zorg dat niet meer voor de voorbewerking te gebruiken materiaal aan een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal wordt aangeboden.
2.
De artikelen 9, eerste lid, 14 en 17, tweede en vierde lid, zijn ten aanzien van de in de eerste volzin bedoelde inrichtingen van overeenkomstige toepassing.
3.
De inrichtingen, bedoeld in het eerste lid, beschikken over passende bedrijfsruimten, voorbewerkingsinstallaties of -toestellen en gereedschap, alsmede over handenwasgelegenheid en passende voorzieningen voor de afvoer van afvalwater. De bedrijfsruimten bevinden zich in goede staat van onderhoud en reinheid. Degene die een inrichting in stand houdt draagt ervoor zorg dat het personeel tijdens het proces van voorbewerking een zo groot mogelijke hygiëne in acht neemt.
4.
Het bestuur van het Produktschap voor Veevoeder stelt ten aanzien van de inrichtingen, bedoeld in het eerste lid, nadere regels met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in het derde lid en artikel 17, tweede lid.
Artikel 24
Ten aanzien van inrichtingen waarin laag-risico-materiaal wordt opgeslagen of wordt voorbewerkt anders dan tot voeder voor edelpelsdieren zijn de artikelen 4, 5, 6, 9 eerste lid, 10, eerste lid, 14, 15, derde lid, tweede volzin, 17, tweede en vierde lid, en 19, eerste volzin, van overeenkomstige toepassing. In de werkruimten van de inrichtingen is een handenwasgelegenheid aanwezig, voorzien van zeep.
1.
Het vervoer van hoog-risico-materiaal en gespecificeerd hoog-risico-materiaal geschiedt in vervoermiddelen met een waterdichte laadruimte die op passende wijze is afgedekt, dan wel in op passende wijze afgesloten recipiënten.
2.
De vervoermiddelen van hoog-risico-materiaal en gespecificeerd hoog-risico-materiaal zijn zo ingericht dat verspreiding van smetstof bij het in- en uitladen en tijdens het vervoer wordt voorkomen.
3.
Gespecificeerd hoog-risico-materiaal wordt gescheiden van ander destructiemateriaal vervoerd.
4.
Laag-risico-materiaal wordt gescheiden van ander destructiemateriaal vervoerd.
5.
Het is verboden laag-risico-materiaal te vervoeren in vervoermiddelen waarvan de laadruimte niet waterdicht is en niet zodanig is afgesloten dat besmetting van buiten af wordt voorkomen.
6.
De vervoermiddelen worden telkens na lediging gereinigd en ontsmet.
1.
Het is verboden destructiemateriaal te vervoeren zonder in het bezit te zijn van een gegevensdrager waarop de gegevens ter zake van de herkomst, de hoeveelheid, de aard en de bestemming van het materiaal zijn vastgelegd.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels betreffende de gegevensdrager worden gesteld.
1.
Indien bij aangevoerd hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal verschijnselen worden waargenomen van een besmettelijke ziekte waarop hoofdstuk II, afdeling 3, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geheel of gedeeltelijk van toepassing is zonder dat de aanwezigheid van deze ziekte bekend was, wordt het desbetreffende materiaal zodanig bewaard dat het volledig is afgezonderd van ander destructiemateriaal en dat onderzoek naar behoren kan plaatsvinden. Indien bij aangevoerd hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal de aanwezigheid van miltvuur wordt vermoed, blijft al het in de desbetreffende ruimte aanwezige destructiemateriaal ter plaatse tot de toezichthoudende ambtenaar wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat en aan wie door de ondernemer op de snelste wijze bericht van het vermoeden wordt gezonden, nadere aanwijzingen ter zake heeft gegeven.
2.
Dode slachtdieren, gestorven aan of verdacht van miltvuur, die worden aangevoerd in een voor de onschadelijkmaking van deze dieren bestemd verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal, worden in hun geheel onschadelijk gemaakt in een ketel die zo is afgescheiden van de omgeving dat de vloer binnen de afscheiding afzonderlijk kan worden ontsmet. Het is verboden het overeenkomstig de eerste volzin onschadelijk gemaakte destructiemateriaal af te leveren voor voederdoeleinden.
3.
Het is verboden met vervoermiddelen waarmee erven en boerderijen zijn bezocht die door het plaatsen van een kenteken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder d , van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, besmet of van besmetting verdacht zijn verklaard, erven en boerderijen waarop zodanig kenteken niet is geplaatst te bezoeken, tenzij na voorafgaande reiniging en ontsmetting.
1.
Bij regeling van Onze Minister worden regels vastgesteld met betrekking tot:
a. de eisen waaraan de door verwerking van destructiemateriaal verkregen eindprodukten moeten voldoen;
b. de monsterneming en het onderzoek van de eindprodukten door het bedrijf of het verwerkingsbedrijf, bedoeld in paragraaf 4, zelf en de registratie van de gegevens die het onderzoek heeft opgeleverd;
c. de door de toezichthoudende ambtenaren wie de aangelegenheid uit hoofde van de hen toevertrouwde belangen aangaat, ten aanzien van de eindprodukten toe te passen controlemethoden en de medewerking van het bedrijf of het verwerkingsbedrijf, bedoeld onder b, die daarbij is vereist.
2.
De eindprodukten worden zodanig behandeld en opgeslagen dat besmetting van buiten af wordt voorkomen.
1.
De beheerder, degene die een verwerkingsbedrijf als bedoeld in paragraaf 4 in stand houdt, en degene die een inrichting als bedoeld in paragraaf 5 in stand houdt, richten een register in waarin wordt aangetekend:
a. de aard en de hoeveelheid van het aangevoerde destructiemateriaal alsmede de datum waarop het is verkregen en, indien het destructiemateriaal betreft dat uitsluitend wordt bewaard, tevens de datum waarop het wordt afgevoerd;
b. de aard en de hoeveelheid van het be- of verwerkte materiaal dat wordt afgevoerd, alsmede de datum van afvoer.
2.
De beheerder richt daarnaast een register in waarin wordt aangetekend de identificatiecode die is voorgeschreven voor runderen ingevolge het Besluit identificatie en registratie van dieren .
3.
De beheerder is verplicht binnen 3 werkdagen de identificatiecode, bedoeld in het tweede lid, te melden aan de dienst die is aangewezen krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren .
4.
De aantekeningen in het register worden ten minste twee jaren bewaard.
5.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent het register worden gesteld.
1.
Artikel 13, derde lid, van de wet is van toepassing ten aanzien van dode honden en katten die:
a. hetzij worden begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van de desbetreffende dode honden of katten, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het gemeentebestuur voor dit doel is toegelaten;
b. hetzij volledig worden verast in een crematorium.
2.
Artikel 13, derde lid, van de wet is van toepassing ten aanzien van dode paarden die volledig worden verast in een crematorium.
3.
De artikelen 4, eerste lid, 5, 7, eerste en derde lid, 8, tweede lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de inrichting van een crematorium voor dode paarden.
4.
Dode paarden worden door de beheerder van een crematorium voor dode paarden opgehaald en naar het crematorium vervoerd uiterlijk op de eerste werkdag volgend op die waarop het door de eigenaar of houder daarvan is aangemeld, waarbij de zaterdag niet als werkdag wordt aangemerkt.
5.
De artikelen 25, eerste, tweede en zesde lid, en 26, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het vervoer van dode paarden naar een crematorium.
1.
De schadeloosstelling, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a, van de wet, wordt vastgesteld op het door Onze Minister te bepalen bedrag van het werkelijke nadeel dat de ondernemer als gevolg van de wijziging van het gebied dan wel van de te verwerken categorieën hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal lijdt.
2.
Het te betalen bedrag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b, van de wet wordt vastgesteld op het door Onze Minister te bepalen bedrag van het werkelijke voordeel dat de ondernemer als gevolg van de wijziging van het gebied dan wel van de te verwerken categorieën hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal heeft.
3.
De betaling van de schadeloosstelling of van het bedrag geschiedt binnen zes maanden na de gebiedswijziging dan wel na de wijziging van de te verwerken categorieën hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal.
1.
De schadeloosstelling, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, wordt vastgesteld op het door Onze Minister te bepalen gedeelte van de werkelijke lasten die het gevolg zijn van de overdracht, verminderd met het door hem te bepalen gedeelte van de uit de overdracht voortvloeiende kosten.
2.
Het te betalen bedrag, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, wordt door Onze Minister vastgesteld op het door hem te bepalen bedrag van de werkelijke baten die het gevolg zijn van de overdracht, verminderd met de uit de overdracht voortvloeiende lasten.
3.
De betaling van de schadeloosstelling of van het bedrag geschiedt binnen zes maanden nadat de werkzaamheden zijn overgedragen.
1.
Ten behoeve van de vaststelling van de schadeloosstellingen en de bedragen, bedoeld in de artikelen 31 en 32, verstrekt de ondernemer aan Onze Minister alle door deze verlangde gegevens.
2.
De ondernemer staat inzage van boeken en bescheiden door of vanwege Onze Minister toe.
1.
De vergoeding, bedoeld in artikel 14 van de wet, bedraagt negentig percent van de netto-opbrengst van de huid, na aftrek van de omzetbelasting.
2.
Vergoeding vindt niet plaats:
a. indien ingevolge een wettelijk voorschrift de huid moet worden gedestrueerd;
b. voor de huiden van kleine dieren.
Artikel 35
Het Destructiebesluit wordt ingetrokken.
Artikel 36
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 37 [Vervalt per 07-09-2005]
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 38
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van afgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 37, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 39
Dit besluit wordt aangehaald als: Destructiebesluit, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin het zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 5 januari 1996
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Uitgegeven de zevenentwintigste februari 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Inrichting van bedrijven
+ § 3. Werkwijze van bedrijven
+ § 4. Inrichting en werkwijze van verwerkingsbedrijven die laag risico-materiaal gebruiken voor de bereiding van voeder voor gezelschapsdieren of technische of farmaceutische produkten
+ § 5. Inrichtingen waarin laag-risico-materiaal wordt voorbewerkt tot voeder voor edelpelsdieren en inrichtingen waarin laag-risico-materiaal wordt opgeslagen of voorbewerkt
+ § 6. Vervoer van destructiemateriaal
+ § 7. Bewaring, vervoer en onschadelijkmaking van dieren die zijn gestorven aan besmettelijke ziekten
+ § 8. Eindprodukten
+ § 9. Administratie
+ § 10. Dode honden, katten en paarden
+ § 11. Schadeloosstelling
+ § 12. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht