Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds
(authentiek: nl)
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „Lid-Staten" te noemen, en
de Europese Gemeenschap,
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „de Gemeenschap" te noemen, enerzijds, en
de Staat Israël,
hierna „Israël" te noemen, anderzijds,
Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Israël en hun gemeenschappelijke waarden,
Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Israël deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid en partnerschap en de verdere integratie van de Israëlische economie in de Europese economie tot stand wensen te brengen,
Gelet op het belang dat de Partijen hechten aan de eerbiediging van het beginsel van economische vrijheid en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de democratie waarop de Associatie is gegrondvest,
Zich bewust van de behoefte om gezamenlijk te streven naar de versterking van de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling door de bevordering van de regionale samenwerking,
Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen,
Verlangende de dialoog over economische, wetenschappelijke, technologische, culturele, audiovisuele en sociale vraagstukken in het belang van de Partijen voort te zetten en te verdiepen,
Gelet op de toezeggingen van zowel de Gemeenschap als Israël met betrekking tot vrijhandel, met name in overeenstemming met de rechten en verplichtingen op grond van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) die voortvloeit uit de onderhandelingen in het kader van de Uruguay-Ronde,
Overtuigd dat deze associatieovereenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen, met name voor de ontwikkeling van handel, investeringen en technologische samenwerking,
Zijn als volgt overeengekomen [1] :
1.
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Israël anderzijds.
2.
Deze associatie heeft ten doel:
een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkingen tussen de Partijen;
uitbreiding van, onder andere, de handel in goederen en diensten, de wederzijdse liberalisering van het recht van vestiging, de verdere geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten, het vrij verkeer van kapitaal en de uitbreiding van de wetenschappelijke en technologische samenwerking en aldus streven naar de bevordering van de harmonieuze ontwikkeling van de economische betrekkingen tussen de Gemeenschap en Israël en de stimulering, zowel in de Gemeenschap, als in Israël, van de bloei van de economische activiteit, de verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden en de groei van de produktiviteit en de financiële stabiliteit;
de regionale samenwerking te bevorderen met het oog op de consolidatie van het vreedzaam samenleven en de economische en politieke stabiliteit;
de samenwerking op alle gebieden van wederzijds belang te bevorderen.
Artikel 2
De betrekkingen tussen de Partijen en alle bepalingen van deze Overeenkomst berusten op de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen die ten grondslag ligt aan het interne en externe beleid van de Partijen en die een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst vormt.
1.
Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de Partijen tot stand gebracht. Deze dialoog versterkt de betrekkingen tussen de Partijen en vormt een bijdrage tot de verdere ontwikkeling van duurzaam partnerschap en de verbetering van het wederzijds begrip en de solidariteit.
2.
De politieke dialoog en samenwerking
zullen leiden tot beter onderling begrip en meer convergentie van standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor één van de Partijen kunnen hebben;
zullen elke Partij in staat stellen het standpunt en de belangen van de andere Partij in overweging te nemen;
zullen bijdragen tot de bevordering van de regionale veiligheid en stabiliteit.
Artikel 4
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en beoogt de weg te openen voor nieuwe samenwerkingsvormen, gericht op gemeenschappelijke doelstellingen, met name vrede, veiligheid en democratie.
1.
De politieke dialoog is gericht op gezamenlijke initiatieven en vindt met name plaats:
a. op ministerieel niveau;
b. op het niveau van hoge functionarissen (politieke directeuren) die Israël vertegenwoordigen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie, anderzijds;
c. met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings door functionarissen, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;
d. het regelmatig verstrekken van informatie aan Israël over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en soortgelijke informatie in omgekeerde richting;
e. alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de consolidatie, verdere ontwikkeling en intensivering van deze dialoog.
2.
Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats tussen het Europees Parlement en de Knesset.
1.
De vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Israël wordt tot stand gebracht overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „de GATT" te noemen.
2.
In het handelsverkeer tussen de Partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur en de Israëlische douanetarieven.
Artikel 7
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Israël, met uitzondering van de in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en van het Israëlische douanetarief, en van de in bijlage 1, punt 1, ii), bij de Landbouwovereenkomst van de GATT bedoelde producten.
Artikel 8
In- of uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Israël zijn niet toegestaan. Dit is ook van toepassing op douanerechten van fiscale aard.
Artikel 10
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en van het Israëlische douanetarief, en op de in bijlage 1, punt 1, ii), bij de Landbouwovereenkomst van de GATT bedoelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Israël.
Artikel 11
De Gemeenschap en Israël stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderlinge handelsverkeer in landbouwprodukten. Met ingang van 1 januari 2000 onderzoeken de Gemeenschap en Israël de situatie met het oog op de vaststelling van de door de Gemeenschap en Israël met ingang van 1 januari 2001 toe te passen maatregelen in overeenstemming met deze doelstelling.
Artikel 12
Bij invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Israël, gelden de regelingen van de Protocollen nrs. 1 en 3.
Artikel 13
Bij invoer in Israël van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, gelden de regelingen van de Protocollen nrs. 2 en 3.
Artikel 14
De Europese Gemeenschap en Israël komen drie jaar na de inwerkingtreding van de op 4 november 2009 te Brussel ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling bijeen om na te gaan of het mogelijk is elkaar verdere concessies op het gebied van de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten te verlenen.
Artikel 16
Kwantitatieve beperkingen op de invoer en alle maatregelen van gelijke werking tussen de Gemeenschap en Israël zijn verboden.
Artikel 17
Kwantitatieve beperkingen op de uitvoer en alle maatregelen van gelijke werking tussen de Gemeenschap en Israël zijn verboden.
1.
Voor produkten van oorsprong uit Israël geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.
2.
De bepalingen van deze Overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden.
1.
Beide Partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de produkten van de ene Partij en soortgelijke produkten van oorsprong uit de andere Partij.
2.
Voor produkten die naar één der Partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze produkten rustende directe of indirecte belastingen.
1.
Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid van één der Partijen een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid van één der Partijen, kan deze Partij voor de betrokken produkten de in deze Overeenkomst vervatte regelingen wijzigen.
2.
In deze gevallen houdt de Partij die tot een dergelijke wijziging overgaat, terdege rekening met de belangen van de andere Partij. Te dien einde plegen de Partijen overleg binnen de Associatieraad.
1.
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.
2.
De Gemeenschap en Israël plegen binnen de Associatieraad overleg over de overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen. Dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Europese Unie, ten einde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Israël.
Artikel 22
Indien één der Partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere Partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 25.
Artikel 23
Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die:
ernstige schade veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van één der Partijen, of
ernstige verstoringen veroorzaken of dreigen te veroorzaken in enige sector van de economie, of
aanleiding geven of dreigen te geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied,
kan de Gemeenschap of Israël, naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 25.
Artikel 24
Wanneer de naleving van artikel 17:
i) ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende Partij kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of
ii) een ernstig tekort veroorzaakt of dreigt te veroorzaken van een produkt dat van wezenlijk belang is voor de exporterende Partij,
en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende Partij, kan deze Partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 25. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.
1.
Indien de Gemeenschap of Israël de invoer van produkten die de in artikel 23 bedoelde moeilijkheden zouden kunnen geven, aan een administratieve procedure onderwerpt die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, dient de andere Partij hiervan in kennis te worden gesteld.
2.
In de in artikel 22, 23 en 24 bedoelde gevallen doet de betrokken Partij het Associatiecomité, alvorens de in genoemde artikelen bedoelde maatregelen worden genomen of, in de gevallen waarop lid 3, onder d, van toepassing is, zo spoedig mogelijk, alle ter zake dienende informatie toekomen, ten einde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die passende maatregelen worden gekozen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.
De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, dat hierover periodiek overleg pleegt, meer bepaald met het oog op de afschaffing van deze maatregelen zodra de omstandigheden dit toelaten.
3.
Voor de toepassing van lid 2 geldt het hierna volgende:
a. het Associatiecomité wordt van de in artikel 22 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de importerende Partij een onderzoek hebben geopend. Indien geen einde is gemaakt aan de dumping of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen dertig dagen na kennisgeving van deze zaak, kan de importerende Partij passende maatregelen nemen;
b. de moeilijkheden welke voortvloeien uit de omstandigheden bedoeld in artikel 23 worden voorgelegd aan het Associatiecomité dat alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een einde te maken aan deze moeilijkheden.
Indien het Associatiecomité of de exporterende Partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen dertig dagen na kennisgeving van deze zaak, kan de invoerende Partij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen mogen niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden;
c. de moeilijkheden die voortvloeien uit de in artikel 24 bedoelde omstandigheden worden aan het Associatiecomité voorgelegd.
Het Associatiecomité kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien het geen beslissing heeft genomen binnen dertig dagen nadat de zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende Partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken produkt;
d. wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken, kan de betrokken Partij in de in artikel 22, 23 en 24 bedoelde omstandigheden onverwijld de voorzorgsmaatregelen treffen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen. De andere Partij wordt hiervan onmiddellijk in kennis gesteld.
Artikel 26
Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of Israël ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Israël, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel bepaalde voorwaarden en overeenkomstig de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds beperkende maatregelen treffen die van beperkte duur zijn en niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de moeilijkheden met betrekking tot de betalingsbalans. Zij worden door de Gemeenschap of Israël, al naar gelang van het geval, onverwijld ter kennis van de andere Partij gebracht. Voorts wordt de andere Partij zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van een tijdschema voor de afschaffing van deze maatregelen.
Artikel 27
De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geenszins een beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid; de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten; de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en architectonisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.
Artikel 28
Het begrip „produkten van oorsprong" voor de toepassing van de bepalingen van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking worden gedefinieerd in Protocol nr. 4.
Artikel 29
Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de opgedane ervaring bij de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling en met de verplichtingen van elk der Partijen overeenkomstig de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten, hierna „GATS" te noemen, met name artikel V daarvan.
1.
De Partijen komen overeen de toepassingssfeer van de Overeenkomst uit te breiden tot het recht van vestiging van vennootschappen van de ene Partij op het grondgebied van de andere Partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van de ene Partij aan ontvangers van diensten in de andere Partij.
2.
De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde doelstelling.
3.
De Associatieraad verricht op zijn laatst drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst een eerste onderzoek naar de verwezenlijking van deze doelstelling.
1.
In een eerste fase bevestigen de Partijen opnieuw hun verplichtingen krachtens de GATS, met name de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling voor de dienstensector waarvoor deze verplichting geldt.
2.
Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op:
a. door één der Partijen toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst, zoals gedefinieerd in artikel V van de GATS, of maatregelen die genomen zijn op grond van een dergelijke overeenkomst;
b. andere voordelen, toegekend overeenkomstig de lijst van uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule die door elk der Partijen aan de GATS-overeenkomst is gehecht.
Artikel 31
Behoudens het bepaalde in de artikelen 33 en 34 legt deze Overeenkomst geen beperkingen op aan het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap, enerzijds, en Israël anderzijds, en vindt geen discriminatie plaats op grond van de nationaliteit of de woonplaats van de ingezetenen van de Gemeenschap en Israël, noch op grond van de plaats waar het kapitaal geïnvesteerd wordt.
Artikel 32
Lopende betalingen in verband met het verkeer van goederen, personen, diensten of kapitaal in het kader van deze overeenkomst zijn aan geen enkele beperking onderworpen.
Artikel 33
Onverminderd andere bepalingen van deze Overeenkomst en andere internationale verplichtingen van de Gemeenschap en Israël, vormen de artikelen 31 en 32 geen beletsel voor de toepassing van eventuele beperkingen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Israël van kracht zijn ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen deze partijen in verband met directe investeringen, met inbegrip van investeringen in onroerend goed, de vestiging van ondernemingen, de financiële dienstverlening of de toelating van effecten tot de kapitaalmarkten.
Er zijn evenwel geen beperkingen op de overdracht van kapitaal dat door ingezetenen van de Gemeenschap in Israël of door ingezetenen van Israël in de Gemeenschap werd geïnvesteerd, noch op de overdracht van alle daaruit voortvloeiende winsten.
Artikel 34
Wanneer, in uitzonderlijke omstandigheden, het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Israël ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor het wisselkoersbeleid of het monetair beleid in de Gemeenschap of in Israël, dan kunnen de Gemeenschap of Israël, overeenkomstig het bepaalde in de GATS en in de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Israël gedurende een periode van ten hoogste zes maanden aan vrijwaringsmaatregelen onderwerpen indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.
Artikel 35
De Partijen nemen de nodige maatregelen om hun respectieve markten voor overheidsopdrachten en voor opdrachten van nutsbedrijven voor de levering van goederen en diensten en het uitvoeren van werkzaamheden verder open te stellen dan zij uit hoofde van de in het kader van de WTO gesloten overeenkomst inzake overheidsopdrachten ten opzichte van elkaar op basis van wederkerigheid verplicht zijn.
1.
Onverenigbaar met de goede werking van deze overeenkomst, voor zover van invloed op de handel tussen de Gemeenschap en Israël:
a. alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
b. het misbruik maken van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Israël of op een wezenlijk deel daarvan;
c. alle staatssteun die door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen.
2.
De Associatieraad stelt bij besluit genomen binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de nodige voorschriften vast voor de tenuitvoerlegging van lid 1.
In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften worden de bepalingen van de Overeenkomst inzake de interpretatie en toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT toegepast als regels voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder c.
3.
Elke Partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de staatssteun, met name door ieder jaar aan de andere Partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van de ene Partij verstrekt de andere Partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
4.
Met betrekking tot de landbouwprodukten vermeld in Titel II is het bepaalde in Hoofdstuk 3, lid 1, onder c, niet van toepassing.
5.
Indien de Gemeenschap of Israël van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 en:
deze met de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat
bij ontstentenis van dergelijke voorschriften, de praktijk de belangen van de andere Partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen,
kunnen zij na overleg binnen het Associatiecomité passende maatregelen nemen of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.
Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder c, kunnen, indien de GATT erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld overeenkomstig de procedures en onder de voorwaarden bepaald in de GATT of in een ander in het kader daarvan tot stand gekomen instrument dat op beide Partijen van toepassing is.
6.
Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 2 zijn vastgesteld, wisselen de Partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.
1.
De Lid-Staten en Israël passen alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat aan het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen discriminatie meer bestaat tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Israël wat de voorwaarden voor de levering en afzet van goederen betreft.
2.
Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.
Artikel 38
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Israël verstoren of strijdig zijn met de belangen van de Partijen. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.
1.
Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en van bijlage VII, waarborgen de Partijen een adequate en effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten volgens de hoogste internationale maatstaven, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.
2.
De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage VII wordt regelmatig door de Partijen bezien. In geval van problemen op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten die van invloed zijn op het handelsverkeer, wordt op verzoek van één der Partijen binnen het Associatiecomité dringend overleg gepleegd, ten einde tot een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te komen.
Artikel 40
De Partijen wensen de wetenschappelijke en technologische samenwerking verder uit te breiden. Gedetailleerde regelingen om deze doelstelling te bereiken komen aan bod in afzonderlijke, speciaal daartoe gesloten overeenkomsten.
Artikel 41. Doelstellingen
De Gemeenschap en Israël wensen de economische samenwerking verder uit te breiden, zulks ten voordele van beide Partijen en op basis van wederkerigheid, overeenkomstig de algemene doelstellingen van de Overeenkomst.
1.
De samenwerking zal voornamelijk worden gericht op sectoren die van belang zijn voor de harmonisatie van de economieën van de Gemeenschap en Israël of die de groei en de werkgelegenheid stimuleren. De belangrijkste sectoren van de samenwerking worden genoemd in de artikelen 44 tot en met 57, maar indien daarvoor belangstelling bestaat kunnen de Partijen ook in andere sectoren samenwerken.
2.
Bij de tenuitvoerlegging van de economische samenwerking in de verschillende sectoren dient terdege rekening te worden gehouden met het behoud van het milieu en het ecologisch evenwicht, voor zover van toepassing.
Artikel 43. Methoden en bepalingen
De economische samenwerking wordt met name ten uitvoer gelegd door:
a. een regelmatige, economische dialoog tussen de Partijen, waarbij alle sectoren van het economisch beleid worden bestreken, meer bepaald het fiscaal beleid, het beleid ten aanzien van de betalingsbalans en het monetair beleid en die de hechte samenwerking tussen de bij het economisch beleid betrokken overheden zal stimuleren, elk op de gebieden waarvoor zij bevoegd zijn, binnen de Associatieraad of enig ander forum dat is aangewezen door de Associatieraad;
b. de regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in elke sector waarin wordt samengewerkt, inclusief vergaderingen van ambtenaren en deskundigen;
c. de overdracht van advies, know-how en opleiding;
d. de tenuitvoerlegging van gezamenlijke acties, zoals seminars en workshops;
e. technische, administratieve en regelgevende bijstand;
f. de verspreiding van informatie over samenwerking.
Artikel 44. Regionale samenwerking
De Partijen stimuleren activiteiten die gericht zijn op de bevordering van regionale samenwerking.
Artikel 45. Industriële samenwerking
De Partijen stimuleren de samenwerking op de volgende gebieden:
industriële samenwerking tussen de economische operatoren in de Gemeenschap en Israël, met inbegrip van de toegang van Israël tot de communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven en tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;
de diversifiëring van de industriële output in Israël;
de samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en Israël;
de bevordering van de toegang tot investeringskapitaal;
informatie- en ondersteunende diensten;
de stimulering van innovatie.
Artikel 46. Landbouw
De samenwerking van de Partijen concentreert zich voornamelijk op:
de ondersteuning van hun op diversifiëring van de produktie gerichte beleidslijnen;
de bevordering van milieuvriendelijke landbouwtechnieken;
nauwere banden tussen bedrijven, groepen en organisaties die op vrijwillige basis de belangen behartigen van bepaalde bedrijfstakken en beroepen in Israël en in de Gemeenschap;
technische bijstand en opleiding;
de harmonisatie van de fytosanitaire en veterinaire normen;
de geïntegreerde plattelandsontwikkeling, inclusief de verbetering van de basisdiensten en de ontwikkeling van geassocieerde economische activiteiten;
de samenwerking tussen plattelandsgebieden, de uitwisseling van ervaring en know-how inzake plattelandsontwikkeling.
Artikel 47. Normen
De Partijen streven ernaar de verschillen op het gebied van harmonisatie en conformiteitsbeoordeling verder te beperken. Daartoe sluiten zij specifieke overeenkomsten met betrekking tot de wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling.
Artikel 48. Financiële diensten
De Partijen werken samen, zo nodig door middel van de sluiting van overeenkomsten met betrekking tot de goedkeuring van gemeenschappelijke voorschriften en normen op boekhoudkundig gebied en met betrekking tot controle- en regelgevingsstelsels in de banksector, de verzekeringsbranche en andere financiële sectoren.
1.
De Partijen verbinden zich tot de ontwikkeling van de samenwerking op douanegebied, ten einde ervoor te zorgen dat de handelsbepalingen worden nageleefd. Daartoe brengen zij een dialoog tot stand in douanezaken.
2.
De samenwerking concentreert zich op de vereenvoudiging en de automatisering van de douaneprocedures en omvat, met name, de uitwisseling van informatie door deskundigen en de beroepsopleiding.
3.
Onverminderd andere in deze overeenkomst vervatte vormen van samenwerking, met name op het gebied van de bestrijding van drugs en het witwassen van geld, verlenen de administratieve autoriteiten van de Partijen elkaar wederzijdse bijstand overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr. 5.
1.
De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van voorkoming van milieubederf, beperking van verontreiniging en verzekering van het rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen met het oog op een duurzame ontwikkeling en bevordering van regionale milieuprojecten.
2.
De samenwerking wordt met name toegespitst op:
het tegengaan van woestijnvorming;
de kwaliteit van het water van de Middellandse Zee en de controle op en preventie van verontreiniging van de zee;
het beheer van afvalstoffen;
het tegengaan van verzilting;
milieubeheer van gevoelige kustgebieden;
milieu-educatie en milieubewustheid;
het gebruik van geavanceerde milieubeheerinstrumenten, milieucontrolemethoden en milieutoezicht, inclusief het gebruik van milieu-informatiesystemen (EIS) en milieu-effectrapportage;
het effect van de industriële ontwikkeling op het milieu in het algemeen en de veiligheid van industriële installaties in het bijzonder;
het effect van de landbouw op de bodem en de kwaliteit van het water.
1.
De Partijen zijn van mening dat de opwarming van de aarde en de uitputting van de voorraad fossiele brandstoffen een ernstige bedreiging voor de mensheid vormen. Zij dienen derhalve samen te werken met het oog op de ontwikkeling van duurzame energiebronnen zodat bij het gebruik van brandstoffen verontreiniging van het milieu wordt beperkt en energiebesparing in de hand wordt gewerkt.
2.
De Partijen zullen pogen acties ter bevordering van regionale samenwerking op het gebied van bijvoorbeeld de doorvoer van gas, olie en elektriciteit aan te moedigen.
Artikel 52. Informatie-infrastructuur en telecommunicatie
De Partijen bevorderen in hun wederzijds voordeel de samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van informatie-infrastructuur en telecommunicatie. De samenwerking wordt met name toegespitst op acties verband houdende met onderzoek en technologische ontwikkeling, de harmonisatie van normen en de modernisering van de technologie.
1.
De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van het vervoer en de vervoersinfrastructuur ten einde de doeltreffendheid van het verkeer van reizigers en goederen zowel op bilateraal als op regionaal niveau te verbeteren.
2.
De samenwerking wordt met name toegespitst op:
de verwezenlijking van hoge veiligheidsnormen in het zee- en het luchtvervoer; daartoe zullen de Partijen overleg op deskundigenniveau tot stand brengen om informatie uit te wisselen;
de normalisatie van de technische installaties, met name voor wat betreft het gecombineerd vervoer, het multimodaal vervoer en de overslag;
de bevordering van gezamenlijke technologische en onderzoeksprogramma's.
Artikel 54. Toerisme
De Partijen wisselen informatie uit over een planmatige ontwikkeling van het toerisme en marketingprojecten, tentoonstellingen, conferenties en publikatie op toeristisch gebied.
Artikel 55. De onderlinge aanpassing van de wetgevingen
De Partijen doen het nodige met het oog op de onderlinge aanpassing van hun respectieve wetgevingen ten einde de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst te vergemakkelijken.
1.
De Partijen werken samen met het oog op met name:
verbetering van de doelmatigheid van het beleid en de maatregelen om het aanbod van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen tegen te gaan, en de terugdringing van het misbruik van deze produkten;
aanmoediging van een gezamenlijke aanpak ter terugdringing van de vraag naar deze produkten;
voorkoming van het gebruik van de financiële systemen van Partijen voor het witwassen van kapitaal afkomstig van criminele activiteiten in het algemeen en de handel in drugs in het bijzonder.
2.
De samenwerking neemt de vorm aan van uitwisseling van informatie en, waar nodig, gezamenlijke activiteiten op het gebied van:
de uitwerking en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving;
controle op de handel in precursoren;
de totstandbrenging van instellingen voor sociale en gezondheidszorg en voorlichtingssystemen en de tenuitvoerlegging van projecten in die geest, inclusief opleidings- en onderzoeksprojecten;
de toepassing van de hoogst mogelijke internationale normen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en het misbruik van chemische precursoren, met name de door de Financial Action Task Force (FATF) en de Chemical Action Task Force (CATF) gebruikte.
3.
De Partijen stellen te zamen, in overeenstemming met hun respectieve wetgevingen, het beleid en de samenwerkingsmethoden vast om deze doelstellingen te verwezenlijken. Wanneer hun activiteiten geen gezamenlijke activiteiten zijn, vormen zij het voorwerp van overleg en nauwe coördinatie.
De ter zake bevoegde instanties uit de openbare en de particuliere sector kunnen in overeenstemming met hun bevoegdheden, in samenwerking met de bevoegde instanties van Israël, de Gemeenschap en haar Lid-Staten, aan deze activiteiten deelnemen.
Artikel 57. Migratie
De Partijen werken samen met het oog op met name:
de vaststelling van terreinen van wederzijds belang op het gebied van het immigratiebeleid;
verhoging van de doelmatigheid van maatregelen ter voorkoming of beperking van illegale migratiestromen.
1.
De Partijen verplichten zich tot bevordering van samenwerking in de audiovisuele sector in hun wederzijds voordeel.
2.
De Partijen streven naar het betrekken van Israël bij communautaire initiatieven in deze sector waardoor samenwerking op terreinen zoals coproduktie, opleiding, ontwikkeling en distributie mogelijk wordt.
Artikel 59
De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en de uitwisseling van jongeren. De samenwerkingsterreinen kunnen met name omvatten: de uitwisseling van jongeren, samenwerking tussen universiteiten en andere onderwijs-/ opleidingsinstellingen, taalonderwijs, vertalingen en andere wijzen van bevordering van een beter wederzijds begrip voor de respectieve culturen.
Artikel 60
De Partijen bevorderen culturele samenwerking. De samenwerkingsterreinen kunnen met name omvatten vertalingen, de uitwisseling van kunstwerken en kunstenaars, het conserveren en restaureren van historische en culturele monumenten en plaatsen, de opleiding van op cultureel gebied werkzame personen, de organisatie van culturele manifestaties met een Europees karakter, de verhoging van het wederzijds begrip en het leveren van een bijdrage aan de verspreiding van informatie over bijzondere culturele evenementen.
Artikel 61
De Partijen bevorderen activiteiten van wederzijds belang op het gebied van informatie en communicatie.
Artikel 62
De samenwerking wordt met name verwezenlijkt via:
a. een regelmatige dialoog tussen de partijen;
b. een regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in iedere sector van de samenwerking, bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen;
c. adviesverlening, de overdracht van deskundigheid en het verstrekken van opleidingen;
d. de tenuitvoerlegging van gezamenlijke acties, zoals seminaria;
e. technische en administratieve bijstand en bijstand op regelgevend gebied;
f. de verspreiding van informatie over samenwerkingsinitiatieven.
1.
De Partijen voeren een dialoog over alle onderwerpen van wederzijds belang. De dialoog heeft met name betrekking op vraagstukken verband houdende met de sociale problemen van postindustriële samenlevingen, zoals werkloosheid, de revalidatie van gehandicapten, gelijke behandeling van mannen en vrouwen, arbeidsverhoudingen, beroepsopleiding, veiligheid en hygiëne op de arbeidsplaats, enz.
2.
De samenwerking vindt plaats via bijeenkomsten van deskundigen en seminaria.
1.
Met het oog op de coördinatie van de sociale-zekerheidsstelsels van op het grondgebied van een Lid-Staat wettig te werk gestelde Israëlische werknemers en hun wettig aldaar verblijvende gezinsleden en met inachtneming van de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten:
worden alle door deze werknemers in de verschillende Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen bijeengeteld voor de vaststelling van het recht op ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en -uitkeringen en voor de medische verzorging van deze werknemers en hun gezinsleden;
komen alle pensioenen en uitkeringen uit hoofde van ouderdom, overleving, een arbeidsongeval, een beroepsziekte of invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, in aanmerking voor vrije overmaking naar Israël tegen de krachtens de wetgeving van de aansprakelijke Lid-Staat of Lid-Staten geldende koers;
ontvangen de betrokken werknemers gezinsbijslag voor hun voornoemde gezinsleden.
2.
Israël kent aan wettig op zijn grondgebied te werk gestelde werknemers die onderdaan van een Lid-Staat zijn en aan hun wettig aldaar verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in het tweede en derde streepje van lid 1 zijn bepaald, met inachtneming van de in Israël geldende voorwaarden en modaliteiten.
1.
De Associatieraad stelt de bepalingen voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 64 vermelde doelstellingen vast.
2.
De Associatieraad stelt de modaliteiten voor administratieve samenwerking vast om het beheer en de controle te garanderen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 vervatte bepalingen.
Artikel 66
De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 65 vastgestelde regelingen doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit bilaterale overeenkomsten tussen Israël en de Lid-Staten, wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van Israëlische onderdanen of onderdanen van de Lid-Staten voorzien.
Artikel 67
Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die eens per jaar en telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomt, op initiatief van zijn voorzitter en overeenkomstig zijn reglement van orde. De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
1.
De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de regering van de Staat Israël, anderzijds.
2.
De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.
3.
De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de bepalingen in zijn reglement van orde.
4.
De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en door een lid van de regering van de Staat Israël, zulks overeenkomstig de bepalingen in zijn reglement van orde.
Artikel 69
Deze besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan desbetreffend ook de nodige aanbevelingen doen.
1.
De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst, in de daarin genoemde gevallen de bevoegdheidsbesluiten te nemen.
2.
De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.
1.
Hierbij wordt een Associatiecomité opgericht, dat verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Associatieraad toegekende bevoegdheden.
2.
De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren.
1.
Het Associatiecomité, dat op het niveau van ambtenaren vergadert, is samengesteld uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de regering van de Staat Israël, anderzijds.
2.
Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
3.
Het Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en door een vertegenwoordiger van de regering van de Staat Israël.
Artikel 72
Deze besluiten zijn bindend voor de Partijen die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.
1.
Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het beheer van de Overeenkomst en op de terreinen waarop de Raad bepaalde bevoegdheden heeft gedelegeerd aan het Associatiecomité.
2.
De besluiten worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.
Artikel 73
De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn.
Artikel 74
De Associatieraad neemt de nodige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de Knesset van de Staat Israël en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de Economische en Sociale Raad van Israël.
1.
Iedere Partij mag geschillen die verband houden met de toepassing of de interpretatie van deze Overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.
2.
De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.
3.
Iedere Partij is verplicht de maatregelen te treffen die nodig zijn in verband met de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit.
4.
Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan iedere Partij de andere ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere Partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter moet aanwijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de Lid-Staten geacht één Partij bij het geschil te zijn.
De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.
De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.
Iedere partij bij het geschil moet het nodige doen om de beslissing van de scheidsrechters ten uitvoer te leggen.
Artikel 76
Niets in de Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen:
a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie te voorkomen die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;
b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen die zij voor de handhaving van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.
Artikel 77
Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:
de regelingen die de Staat Israël ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;
de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Staat Israël toepast mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Israëlische onderdanen of vennootschappen.
Artikel 78
Wat de directe belastingen betreft, mag geen enkele bepaling van de Overeenkomst leiden tot:
de uitbreiding van de door een Partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze Partij gebonden is;
het verhinderen van de vaststelling of toepassing door een Partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking;
dat er afbreuk wordt gedaan aan het recht van een Partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden ten aanzien van hun woonplaats.
1.
De Partijen treffen alle algemene of bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de Overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
2.
Indien een van de Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting van de Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, ten einde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren.
Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.
Artikel 80
De Protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen I tot en met VII vormen een integrerend onderdeel van de Overeenkomst. De verklaringen en briefwisselingen worden opgenomen in de Slotakte, die een integrerend onderdeel van de Overeenkomst zal vormen.
Artikel 81
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen" bedoeld, enerzijds de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, en Israël anderzijds.
Artikel 82
Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elk der Partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere Partij opzeggen. De Overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.
Artikel 83
Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van de Staat Israël, anderzijds.
Artikel 84
Deze Overeenkomst, die is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Hebreeuwse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 85
Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Staat Israël, en de Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, die op 11 mei 1975 te Brussel werden ondertekend.
GEDAAN te Brussel, de twintigste november negentienhonderd vijfennegentig.
Inhoudsopgave
Artikel 1
+ Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
+ Artikel 5
+ Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
+ Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
+ Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
+ Artikel 28
Artikel 29
+ Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
Artikel 33
+ Artikel 34
+ Artikel 35
Artikel 36
Artikel 37
+ Artikel 38
+ Artikel 39
+ Artikel 40
Artikel 41. Doelstellingen
Artikel 42. Toepassingsbereik
Artikel 43. Methoden en bepalingen
Artikel 44. Regionale samenwerking
Artikel 45. Industriële samenwerking
Artikel 46. Landbouw
Artikel 47. Normen
Artikel 48. Financiële diensten
Artikel 49. Douane
Artikel 50. Milieu
Artikel 51. Energie
Artikel 52. Informatie-infrastructuur en telecommunicatie
Artikel 53. Vervoer
Artikel 54. Toerisme
Artikel 55. De onderlinge aanpassing van de wetgevingen
Artikel 56. Drugs en het witwassen van geld
+ Artikel 57. Migratie
Artikel 58
Artikel 59
Artikel 60
Artikel 61
+ Artikel 62
Artikel 63
Artikel 64
Artikel 65
+ Artikel 66
Artikel 67
Artikel 68
Artikel 69
Artikel 70
Artikel 71
Artikel 72
Artikel 73
Artikel 74
Artikel 75
Artikel 76
Artikel 77
Artikel 78
Artikel 79
Artikel 80
Artikel 81
Artikel 82
Artikel 83
Artikel 84
Artikel 85
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht